Doelen

Nadat ik de doelenlaatste weken van de O&D (Observatie & Diagnostiek)-fase het steeds rustiger kreeg qua therapieën, des te drukker heb ik het nu in de Klinische Behandel Groep (KBG). De overige groepsgenoten zijn al wat verder in hun behandelingsproces en elke dag hoor ik nieuwe termen en afkortingen. Zelf vind ik dat wel lastig omdat ik door mijn perfectionisme het gevoel heb dat ik overal over mee moet kunnen praten. Waar er in de KBG ook mee gewerkt wordt, zijn doelen. En het liefst zo SMART mogelijk. Smart staat voor Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdsgebonden. Wederom een mooie uitdaging voor mij als perfectionist om deze doelen niet te groot te maken, Vorige week had ik het doel om een “afwachtende” houding aan te nemen en een beetje de ‘kat uit de boom’ te kijken. Terwijl ik met dit doel bezig was, merkte ik steeds vaker dat er steeds vaker een soort schuldgevoel om de hoek kwam kijken. Dit had er mijn inziens mee te maken dat ik mijzelf niet de tijd gun om te wennen, en daardoor voor mijzelf de lat nog steeds veel te hoog leg.

De groepsdynamiek heeft nu een nog prominentere rol in de behandeling. We kennen allemaal fenomeen dat we het beter voor een ander weten dan voor jezelf. Daar wordt in de behandeling handig gebruik van gemaakt, door de groepsleden te betrekken bij mijn behandeling. Soms zie ik ook de blinde vlekken van anderen. Helaas ontbreekt het mij nog aan de moed om dat uit te spreken. Als ik hier verder op analyseer kom ik erachter dat er een angst om afgewezen of gekwetst te  worden onder zit.

Tijdens de Groeps Psycho Therapie worden er soms confronterende vragen gesteld of treffende opmerkingen gemaakt door de groepsleden. Ik heb gemerkt dat deze angst om gekwetst of afgewezen te worden mij vaak van weerhoudt om te reageren tijdens de GPT, waardoor er soms ijzige stiltes ontstaan. Ook merk ik dat ik dan vaak onbewust de veiligheid en steun zoek bij de therapeuten. Ook al heb ik zelf niets ingebracht bij de GPT, ben ik bang dat de boemerang een afwijking maakt naar mij en dat ik dus in het middelpunt van de belangstelling sta. En voor mijn gevoel is het daar nog te vroeg voor.

Naast dagdoelen, die bij mij nog steeds bestaan uit een ‘afwachtende houding’ aannemen, en weekdoelen, wat deze week is dat ik mijn gedachten uitspreek, om er zo achter te komen of ze irreëel zijn, heb ik vandaag mijn 6-weken doel bepaald. In de verschillende therapieën
wordt er vaak gesproken over hoe je “tussen de lijntjes” kan blijven, of wanneer je er over of juist onder zit. Dit model wordt wel de Window of Tolerence (WOT) genoemd. Omdat ik soms zelfs niet eens weet waar die “lijntjes” liggen, moet ik hier eerst naar op zoek.

In de O&D-fase heb ik tijdens een oefening in de Psycho Motorische Therapie (PMT) gedaan, waar ik mijn eigen lichaamssignalen niet meer voelde met het boksen. In mijn geval wil ik niet spreken van abstracte lijntjes, maar over grenzen. In de komende weken ga ik dus op zoek naar mijn grenzen van de Window of Tolerence (WOT), om daar vanuit verder te kijken hoe ik dat kan gaan veranderen. Hoewel mijn perfectionistische ik, en mijn innerlijke criticus liever zouden zien dat ik nu al de handvatten in handen heb.

Gelukkig herken ik veel van de interventies die tijdens de therapieën voorbij komen, met name bij de Psycho Motorische Therapie (PMT) , Psycho Somatische Therapie (PSF) en Lichaamsgerichte Methodiek (LG). Dit zijn therapieen waarbij het lichaam centraal staat. Met Groeps Psycho Therapie (GPT) en Beeldende Therapie (BT) heb ik meer moeite, omdat bij GPT het verbaal uitten van mijn gevoelens, gedachten en emoties mijn angst om afgewezen te worden komt kijken, en bij de BT mijn perfectionisme een belemmerende rol speelt.

Mijn uiteindelijke doel zal zijn om mentaal sterker te worden en uit te spreken wat mij bezig houdt. Maar eerst maar eens beginnen met een klein doel: Zoeken naar mijn grenzen!

 

Advertenties

Danspasjes

cha cha

Dinsdag 17 november was de dag waar ik vier weken geleden naar uitgekeken had, mijn eindevaluatie. Ik had ik mijn evaluatie om half 10 al, dus hoefde ik niet al te lang in spanning te zitten. Hoewel ik er vrijwel zeker van was welk advies ik zou gaan krijgen, vond ik het toch wel spannend. Een aantal mede-cliënten hadden hun twijfels over dat ik het intensieve programma in de klinische behandel groep aan zou kunnen, en hoopte stiekem dat ik hen gezelschap zou houden in de zogenoemde PAP (Prikkel Arm Programma)

Ik had iemand meegenomen naar het gesprek, omdat 2 paar oren meer horen dan 1. Daarnaast vond ik het prettig om iemand letterlijk en spreekwoordelijk ‘aan mijn zijde’ te hebben staan.

Net zoals mijn mede-cliënten hun twijfels hadden, had het behandelteam ook hun twijfels, vanwege mijn relatief vele aanvallen die ik heb gehad in de afgelopen weken. Gelukkig  kreeg ik het voordeel van de twijfel en mocht ik door naar de Klinische Behandel Groep (KBG). Voorlopig voor 6 weken, waarna er weer een evaluatie plaatsvindt. In deze 6 weken is het voor mij wel van belang dat ik vaardigheden ga ontwikkelen om mijn lichaamssignalen sneller kan herkennen, en ernaar handelen. Met dat laatste heb ik vaak nog veel problemen, omdat het schuldgevoel mij nog vaak in de greep houdt.

Tijdens mijn Observatie en Diagnostiek-fase heb ik ook 14(!) vragenlijsten moeten invullen in het kader van het psychologisch onderzoek. Hieruit kwamen aspecten naar voren, die ik zelf ook wel herkende, zoals bindings- en verlatingsangst. Ook is er nu definitief een Post Traumatische Stress Stoornis (PTSS) vastgesteld. Dit vermoeden had ik zelf ook wel. Het klinkt wellicht raar, maar ik ben wel blij met deze diagnose, omdat ik nu beter begrijp waarom mijn lichaam in stress-reacties reageert zoals het reageert. Naast het feit dat er nu gerichter behandeld kan gaan worden.

Na het gesprek, wat ik totaal niet meer dan een half uurtje geduurd heeft, heb ik het ‘goede’ nieuws verteld in de ‘oude’ O&D-groep. Omdat ik in principe meteen door zou gaan in de ‘nieuwe’ KBG-groep, voelde ik mij die dag een beetje in een soort niemandsland. Vanwege praktische overwegingen ben ik ook van kamer veranderd, en heb dus in etappes mijn inboedel verhuisd. In de vier weken dat ik hier ben, heb ik al aardig wat spul verzameld om mijn kleine kamertje toch gezellig in te richten.

Hoewel ik in de Observatie-periode behoorlijk veel vrije tijd had, welke door de visie van het Colk gebruikt wordt om uit te rustten en op te laden, is de hoeveelheid therapieën in de Behandelgroep veel meer. Het zal dus voor mij nog meer een uitdaging worden om mijn lichaamssignalen te signaleren en hiernaar te handelen.

Ook heb ik gemerkt dat er in de Klinische Behandel Groep er ook door de cliënten gerichtere vragen worden gesteld tijdens de dagopening en -sluiting.  Vaak weet ik nog niet precies hoe en wat ik moet antwoorden. Hierbij komt ook het feit kijken dat ik snel nog bevestiging zoek bij anderen. Op den duur zal ik deze bevestiging in mijzelf moeten leren vinden, maar voor nu vind ik het heel prettig dat ik nog een paar andere ‘danspartners’ heb die het mij kunnen leren.

Oog van de orkaan

Door het oogAfgelopen maandag ben ik begonnen aan mijn laatste volle week in de Observatie en Diagnostiekgroep (O&D), en ik heb in de afgelopen weken gemerkt dat ik de groepsbehandeling die ze hier aanbieden mij wel ligt. Hoewel de klachten waarmee mensen hierheen komen, verschillend zijn hebben we een ding gemeen; we zijn onbewust over onze grenzen gegaan. Langzaam wordt ik mij ook steeds bewuster van mijn eigen grenzen, hoewel ik daar in een onbewaakt ogenblik nog wel eens overheen kan gaan, en wordt dan weer teruggefloten door mijn lichaam in de vorm van een pseudo-epileptische aanval.

Tijdens een individuele sessie met de psycho somatisch fysiotherapeut, werd mijn conditie en uithouding gemeten. Ik wist dat mijn conditie in de afgelopen periode behoorlijk verminderd is, en zag hier dus wel enigzins tegenop. Terwijl we wat cardio- en krachtoefeningen deden in de oefenzaal, kreeg ik wel het inzicht dat ik (te) vaak doorga op wilskracht. In mijn beleving is/was opgeven geen optie. Dat ik daarmee vaak over mijn eigen grenzen heen ga, had ik nooit echt in de gaten. Door het heel goed observeren wat er in mijn lichaam gebeurd, kon ik voelen dat ik een hoop energie verlies door bv onbewust hoge spierspanning te geven.

Omdat ik niet onbekend ben met lichaamswerk, weet ik dat het belangrijk is om processen en patronen te ‘belichamen’. Het lichaam heeft een bepaalde cel-herinnering, waardoor het opgeslagen wordt, om het in het vervolg op een andere manier te kunnen doen. Helaas vind ik dat een beetje erg zwart-wit geschetst, omdat ik ook niet in 1 dag heb leren fietsen. En hoop ook dat ik de kans krijg om hier verder mee te oefenen, zodat deze oude patronen doorbroken kunnen worden en vervangen kunnen worden door nieuwe ervaringen.

De irreële en onzekere gedachten die ik in het begin van mijn O&D-fase had, beginnen langzaam weer terug te komen.Dit heeft mijn inziens te maken met de komst van 2 nieuwe medecliënten, mijn toekomstige evaluatie en ook speelt het sombere weer hierin mee. Ik ben van nature niet zo’n liefhebber van de herfst en winter. 

Afgelopen maandag kregen we bij beeldende therapie een vrije opdracht waarin we onder andere ons gevoel moesten tekenen met pastelkrijt. Hoe abstract kun je het krijgen? Ik dacht in eerste instantie, hoe kan ik mijn gevoel nu op papier krijgen? Nadat in gedachten naar binnen ben gegaan kwam ik een beeld tegen wat exact mijn gevoel weergaf. Ik nam een willekeurige pastelstift en maakte daarbij een steeds groter wordende cirkel naar buiten. Net zoals het buiten kan stormen in de herfst, zo stormt het ook wel eens in mij. Het voelt dan wel fijn als ik in het oog van de orkaan zit, maar ik weet (en daar zit misschien ook wel de onrust) dat ik vroeg of laat weer meegesleurd wordt door de orkaan.

Ik kijk naar dat moment uit dat de wind weer is gaan liggen, want het uitrusten in de oog van de orkaan vind ik heel spannend. Zijn met alles wat er is….

Vallen en weer opstaan.

Het afgelokrachtpen weekend liep ik in mijn ‘weekendverlof’ tegen iets aan, waar ik geen rekening mee gehouden had. Want hoe leg je uit dat je opgenomen bent in een kliniek. Veel mensen kennen mij als een harde werker, doorzetter en iemand die voor anderen klaarstaat. Van huis uit heb de goedbedoelde spreekwoordelijke dooddoener meegekregen dat ‘van hard werken nog nooit iemand dood is gegaan’, dus wist eigenlijk niet beter.

Ik probeerde het simpel uit te leggen dat ik opgenomen ben vanwege mijn pseudo-epileptische aanvallen. “Heb je dan epilepsie?”, was de verontrustende vraag die ik terugkreeg. Nee, want in mijn hersenen vind er geen elektrische ontlading plaats die er wel is bij ‘gewone’ epilepsie. En ja, soms heb ik aanvallen die eruit zien als epilepsie. Dan kan ik gaan schudden en trillen, zoals bij een gewone epilepsie-aanval.

Als ik dat eenmaal uitgelegd heb komen er meestal andere vragen, welke ik soms moeilijk te beantwoorden vind. “Of ik nu pillen krijg.” Helaas bestaat er geen ‘simpel’ pilletje die de conversie-klachten genezen. “Hoe lang ik deze klachten al heb en hoe dat komt dat ik deze klachten heb.” Zelf heb ik wel een verklaringstheorie hierover; maar vind het lastig om tegen iedereen te vertellen dat mijn jeugdtrauma’s ten grondslag liggen aan mijn klachten. Hoewel ik wel merk dat de klachten die ik nu ervaar het verwerkingsproces van mijn trauma in de weg staat. Eigenlijk is het ‘een kip of het ei verhaal’

Thema’s als grenzen, luisteren naar mijn lichaam en uitspreken wat ik voel, vind ik confronterend om naar te kijken. Omdat ik door mijn trauma’s hier behoorlijk moeite mee heb, kom ik mijzelf vaak daarin tegen. Vooral het uitspreken van mijn gevoelens maakt mij angstig. Hoe vaak iemand ook zegt dat hij het beste met mij voorheeft en mij respecteert. In het verleden is er te vaak hier misbruik van gemaakt, waardoor ik erg terughoudend ben hierin. Na veel jaren begin ik mijzelf eindelijk een beetje te respecteren, dus voelt het nog te vroeg om iedereen te geloven.

Door de hersenspoeling die aan het misbruik vooraf ging, is het gedrag wat ik ging vertonen als het ware aangeleerd, omdat ik niets anders kon doen dan vluchten. Vluchten om maar niet te hoeven voelen. Dat dit uiteindelijk geresulteerd heeft in een mogelijke conversie-stoornis, had ik destijds nooit kunnen bedenken. Ik was alleen maar bezig met over-leven.

Inmiddels heb ik aan de lijve ondervonden dat het enige medicijn wat er voor conversie bestaat is keihard aan jezelf werken. Jezelf tegenkomen, soms (letterlijk) vallen en weer opstaan.