Huidhonger

De afgelopen weken is bij  mij de frustratie en ergernis opgelopen. Door mijn hoofd speelt ook de evaluatie die ik op 12 januari van de behandelstaf te horen heb gekregen. Hierin werd aangegeven dat zij hun zorgen hebben over mijn draagkracht. Hoewel de aanvallen (gelukkig) in hoeveelheid en intensiteit zijn afgenomen, kan ik nog snel ontregeld raken door gebeurtenissen die mijn ‘oude pijn’ raken. Ook heb ik naast aanvallen soms ook uitvallen. Ik ben er dan wel bewust bij, maar heb geen controle over mijn benen. Hoe ik ook mijn best doe om mijn voeten te voelen en er beweging in te brengen, gebeurt er niets. Als ik over mijn benen wrijf, lijkt het alsof ze niet van mij zijn. En dat is een hele rare gewaarwording.

Daarnaast heb ik steeds vaker last van dissociaties. Ik bevind mij dan in gedachten in het verleden of de toekomst, maar zeker niet in het NU. En dat is toch de plek waar ik hoor te zijn. Deze dissociaties zijn wellicht te verklaren door de diagnose PTSS (Post Traumatische Stress Stoornis) ik tijdens mijn eerste evaluatie bevestigd heb gekregen.

Tijdens de dagopeningen is mijn dagdoel steeds vaker het uitspreken van mijn gevoelens en het durven toestaan van mijn emoties. Inmiddels heb ik gemerkt dat het niet uitspreken van mijn gevoelens ervoor kan zorgen dat de frustratie die ik voel zich tegen mij keert en in mijn lichaam kan gaan zitten, met mogelijke aanvallen en uitvallen tot gevolg. Vanuit mijn opvoeding heb ik meegekregen dat huilen een teken van zwakte is, waardoor ik mijn emoties vaak niet heb durven uitten.

Ook ben ik langzaam achter gekomen dat ik een aantal eigenschappen bezit, welke niet bevorderlijk zijn voor mijn herstel. Daarvan zijn er waarschijnlijk een aantal te herleiden naar mijn trauma’s, zoals schuldgevoel, onzekerheid en angst. Ook heb ik een aantal persoonlijkheidstrekken die ik bij mij geboorte meegekregen heb. Ik denk dan aan faalangstigheid, piekeren over zaken die ik toch niet kan veranderen en moeite om met (mijn eigen) grenzen om te gaan.

Op mijn 29e levensjaar heb ik een dubbele burnout gehad en heb aansluitend een depressieve periode doorgemaakt. In die periode heb ik onvoldoende professionele hulp gehad, en probeerde mij door het volgen van workshops en cursussen op het gebied van persoonlijke ontwikkeling mij staande te houden. Blijkbaar heb ik destijds niet de lessen geleerd die mijn burnout mij gegeven heeft. Dit heeft geresulteerd dat ik mij vaak overvraagd voel en gevoelens ervaar dat ik niet gehoord / gezien wordt. Ook het gevoel van afwijzing is waarschijnlijk in deze periode ontstaan.

Al deze gevoelens kunnen getriggerd worden tijdens de therapie-momenten, waar ik kan oefenen met nieuwe vaardigheden die ik, mede van mijn groepsgenoten leer, toe te passen om zo mijn oude copingsmechanismen te veranderen. Nieuw gedrag aanleren heeft tijd nodig, en gaat soms (in mijn geval) letterlijk met vallen en opstaan.

De frustratie die ik de afgelopen weken ervoer heb ik o.a. in de Beeldende Therapie kunnen uitten. Ik had nooit gedacht dat ik de therapeutische waarde van dit ‘handwerkuurtje’ heb kunnen inzien. Tijdens een groepsopdracht werd er gevraagd om een vel papier met pastelkrijt volledig in te kleuren. Op een gegeven moment voelde ik een ingehouden behoefte om met beide handen over het vel te gaan, maar durfde dat in eerste instantie eigenlijk niet. Toen ik deze behoefte uitsprak, gaf de therapeut mij toestemming om te experimenteren. Ook na deze goedkeuring bleef bij mij de twijfel bestaan of ik dat wel mocht doen. Nadat mijn groepsgenoot met wie ik de opdracht deed, ook haar toestemming gaf, durfde ik mijn ingehouden behoefte te uitten en wreef met mijn beide handen over het inmiddels gekleurde blad. Wat een heerlijk gevoel was dat!

In de Psycho Motorische Therapie (PMT) kreeg ik toestemming om mijn frustratie te kunnen uitten door mij uit te leven op de boksbal. Ik nam af en toe bewust afstand om te voelen wat er in mijn lichaam gebeurde, afgezien van het feit dat ik die tijd ook even nodig had om op adem te komen. De therapeut gaf mij regelmatig bemoedigende woorden, en vroeg mij uit te spreken wat ik voelde in mijn lichaam. Op een gegeven moment voelde ik dat er een andere emotielaag naar voren kwam; namelijk verdriet. Ik stopte met boksen en probeerde het verdriet toe te staan. Ik kreeg een kussen in mijn armen, welke de bescherming en troost kon bieden die ik nodig had. De woorden die de therapeut vervolgens uitsprak: “Goed gedaan, meisje!” voelde helend aan.

Tijdens de nabespreking durfde ik uit te spreken dat ik behoefte had om ook van (socio)therapeuten bemoedigende woorden te horen of letterlijk een hand op mijn schouder, waarna er wederom helende tranen vloeiden.

Helaas is het beleid binnen het Colk om geen lichaamscontact te hebben, afgezien van het sociaal wenselijke handenschudden. Persoonlijk ben ik van mening dat een tweesporen-model, waarbij ervan uitgegaan wordt dat lichaam en geest onlosmakelijk met elkaar verbonden is, ook ruimte moet zijn om (weer) contact te kunnen maken met het eigen lichaam, dan wel in contact met de ander.

Mede door mijn eigen negatieve ervaringen uit het verleden ben ik ervan bewust dat dit kritische vragen kan oproepen op de manier van werken binnen de GGZ. Echter heb ik (gelukkig) ook positieve ervaringen opgedaan met haptotherapeutische behandelingen, waarbij de gevoelsbeleving van de cliënt en hoe hij/zij omgaat met anderen centraal staat. Een toevoeging van een therapie als deze, zou in mijn ogen geen overbodige luxe zijn.

Gelukkig heerst er binnen de leefgroep wel een klimaat waar je bij een groepsgenoot een knuffel kan vragen, maar ik merk dat het niet voldoende is om mijn huidhonger te kunnen stillen.

P7150263.jpg

Advertenties

Oud verdriet

Vorige week dinsdag had ik mijn eerste 6-weekse evaluatie, waarin ik zelf op mijn proces terugkijk alsmede het behandelteam. Het idee dat ik mijn evaluatie moest voorbereiden en voorlezen zorgde ervoor dat ik het gevoel kreeg welke ik vroeger vaak had bij spreekbeurten. Ook de gedachte dat ik de evaluatie namens het behandelteam te horen kreeg, voelde voor mij als het horen van mijn rapportcijfers. Iets wat oude angst triggerde. Inmiddels ben ik een aantal jaar ouder en weet rationeel dat dit niet het geval is, hoewel mijn systeem nog reageert op het oude gevoel.
Gelukkig mocht ik ook mijn eigen proces beschrijven, en merk dat ik het dan fijn vind om dat in derde persoon enkelvoud te doen, waardoor ik ook mijn ‘blinde vlekken’ zie.

Wat ik namens het behandelteam terugkreeg, was iets waar ik in eerste instantie niet op berekend was. Zij spraken namelijk hun zorgen uit over mijn draagkracht, en dat ik snel in ‘oude’ patronen schiet. Deze oude patronen kenmerken zich in de aanvallen en uitvallen. Het lukt mij dan nog niet om op eigen kracht hieruit te komen, of beter nog, ze te voorkomen. Wat het behandelteam ook is opgevallen is dat ik aan mijn trauma wil werken, maar dat ik daarvoor nog niet stabiel genoeg ben. Ter verduidelijking; het is niet zo dat ik ‘zelf’ besloten heb om aan het trauma te willen werken, het komt nu naar de oppervlakte, waardoor ik er wel iets mee moet gaan doen.

Eerst moet ik zorgen dat ik voldoende draagkracht creëer, om de heftige emoties die hierbij vrij kunnen komen aan te kunnen. Helaas is het nu soms zo, dat deze emoties zich naar de oppervlakte komen drijven, en ik nog over onvoldoende structuur bezit om deze in goede banen te leiden.

De komende periode zal in het teken staan van stabilisatie, om in een vervolgtraject een stapje dieper te kunnen gaan.

De veranderingen die, onder andere vanwege de bezuinigingen, in het nieuwe behandelrooster zijn doorgevoerd, zorgen ervoor dat de structuur die ik zo hard nodig heb om mijn stabilisatie te kunnen bewerkstelligen vaak wegvalt.

Dat triggert op hun beurt weer mijn gevoel van machteloosheid, het gevoel dat ik geen controle meer heb over de situatie. Een gevoel wat ik ook herken uit de periode van mijn dubbele burnout, ongeveer 10 jaar geleden. Alle zekerheden die ik had vielen in een klap weg. Op het moment dat ik hierover wilde delen, werd er al snel dat zo’n jong iemand geen burnout kon hebben (ik was destijds 29 jaar)

Mijn innerlijke criticus vind het vaak niet nodig om over deze onmacht, controleverlies en verdriet te huilen, maar mijn systeem geeft aan dat dat verdriet nog niet zo oud is, en pas nu naar de oppervlakte komt om gevoeld te kunnen worden en te helen.

Acda & de Munnik – Oud verdriet

Innerlijk kind

Het is inmiddels 2016 en het ‘kerstreces’ van het Colk zit erop. Vanwege de bezuinigingen in de zorg, zijn er ook bij het Colk veranderingen doorgevoerd waar wij als cliënten mee te maken krijgen. Zo is het therapieprogramma aangepast naar 4 dagen, en in plaats van zondagavond worden wij nu maandagochtend verwacht. De vrijdag is ook wegbezuinigd, waardoor we op donderdagavond al ons weekendverlof ingaan.

Het is de komende weken even bekijken hoe dit zich zal ontwikkelen, maar ik merk dat deze bezuinigingsronde mij wederom een gevoel geeft dat de huidige gezondheidszorg langzaam ‘om zeep geholpen wordt’. In de periode dat ik zelf nog als verzorgende werkte,  kreeg ik ook steeds vaker te maken met de toegenomen administratieve taken, waardoor de cliëntenzorg vaak onder druk kwam te staan. Ik vind het heel pijnlijk om dit nu ook van de andere kant te ervaren. Als cliënt.

Aangezien mijn behandeling nog niet ten einde loopt, en ik momenteel nog niet durf auto te rijden (afgezien van het feit dat ik dat door de kans op aanvallen ook niet mag), heb ik een aanvraag ingediend om aanspraak te maken op zittend ziekenvervoer. Ook zoiets waar ik, in mijn werk als verzorgende vaak mee te maken heb gehad….voor anderen. Gelukkig is het wel goedgekeurd, maar het voelt nog steeds vreemd om 2x per week door een taxi(busje) opgehaald te worden.

Op de valreep van 2015 kreeg ik het bericht te horen van het overlijden van de persoon die in 1988 misbruik maakte van mijn beginnende vrouwelijkheid. Ik zat tot die periode altijd met een loyaliteitsconflict, wat er mede toe geleid heeft dat ik zelfs tot de dag van zijn uitvaart getwijfeld heb om daar naar toe te gaan. Ik wilde iets afsluiten. Uiteindelijk heb ik besloten om hier niet naar toe te gaan, en heb er geen schinnerlijk_kinduldgevoel over.

Ik heb eindelijk het gevoel dat ik vrij ben. Vrij om hier ook over te delen. Met de berichten van de massa-aanrandingen in Keulen in het achterhoofd, vind ik het des te belangrijker om erover te delen. Langzaam kom ik er ook achter dat de gebeurtenissen die ik als meisje van 12 meemaakte zijn sporen achtergelaten heeft, waar ik tot op heden nog steeds last van heb. Je ziet ze wellicht niet aan de buitenkant, maar op het moment dat ik de berichten uit Keulen hoor, voel ik mij weer dat kleine meisje en ben ik in gedachten meteen terug in het verleden.

Mijn lichaam reageert daar vervolgens op door een verhoogde spierspanning te geven, oppervlakkiger te ademen, bewustzijnsveranderingen. Elke keer weer ervaar ik dat mijn lichaam nog steeds in flight-stand staat, klaar om tot actie over te gaan. Hoewel deze actie-stand zich uit in een freeze-stand met aanvallen en uitvallen tot gevolg.

Helaas gebeurd dit soms ook als er geen directe aanleiding is, of als mijn innerlijke criticus zich weer eens behoorlijk negatief uitlaat en zodoende mijn zelfvertrouwen naar beneden trekt.

Ik hoop de komende periode met mijn innerlijke criticus om de tafel te kunnen gaan zitten en hem vriendelijk meedelen dat hij af en toe zich op de achtergrond mag houden. Op die manier wil ik ruimte geven aan mijn innerlijke kleine meisje en haar de troost bieden die zij destijds onvoldoende heeft gehad.