Aangeboden: werknemer met (levens)ervaring

De laatste dagen van mijn klinische opname binnen het Colk zitten er bijna op. Binnenkort ga ik de (veilige) omgeving verlaten om terug te keren in de ‘harde’ maatschappij. Hoewel ik een beter beeld gekregen heb van de factoren die mijn klachten beïnvloeden, vind ik het heel spannend om straks teruggeworpen te worden op mijn eigen kracht. Wel ben ik onbewust bekwaam geworden in het reguleren van mijn klachten. Ik kan beter anticiperen om mijn lichaamssignalen, waardoor de aanvallen milder van aard zijn geworden en kan mij bijtijds terugtrekken en mij in veiligheid brengen.

Gelukkig wordt ik nog niet helemaal losgelaten, want ik krijg nog een nazorg-traject in de vorm van 1daagse therapie en individuele gesprekken. Daarin wil ik voor mijzelf ruimte creëren om samen met de therapeuten te kijken naar mijn veranderde toekomstbeeld.

Inmiddels zit ik anderhalf jaar in de ziektewet, en over ongeveer een half jaar zal het UWV ook aan mijn deur gaan kloppen. Hoewel ik mijzelf momenteel nog niet stabiel genoeg voel om weer terug te keren in het arbeidsproces, wil dat niet zeggen dat ik in de toekomst nooit meer zou kunnen werken.

Mijn jarenlange werk in de gezondheidszorg heeft zijn vruchten afgeworpen, hoewel het helaas wel rotte vruchten zijn geweest; een dubbele burnout op mijn 29e levensjaar, gevolgd door een depressieve periode. Omdat ik van huis uit de norm heb meegekregen dat van ‘hard werken nog nooit iemand dood is gegaan’, bleef ik in de zorg hangen. Daar was destijds voldoende vraag naar, dus dat was een logisch gevolg.

loesje-zorg-is-tijd-nemen.jpg

Inmiddels is de marktwerking in de zorg zodanig doorgeschoten, dat de ‘echte zorg’ voor de patiënt, cliënt, bewoner ver te zoeken is. Alles moet gemonitord worden, waardoor je meer tijd kwijt ben met administratieve rompslomp en het zo nodige gesprekje met de patiënt, cliënt, bewoner er vaak bij in schiet. Ook door de komst van de moderne technologie (de zogenoemde domotica), is het efficiënter om de zorg vanachter een bureau te regelen, en de mantelzorger op afstand te instrueren wat ze moeten doen. En ondertussen kan de verzorgende andere administratieve taken doen. Veel werknemers in de zorg zijn ten slotte vrouw, en zouden kunnen moeten multitasken.

 

Je kan je voorstellen dat je in deze situaties stressbestendig moet zijn. En dat ben ik niet meer; dus voor mij is er geen toekomst meer als verzorgende in de gezondheidszorg.

Omdat ik door verschillende omstandigheden (zowel werk als prive) een psychisch rugzakje heb, ben ik bang dat toekomstige werknemers terughoudend zijn om mij een baan aan te bieden. Helaas merk ik dat er in mijn eigen omgeving veel mensen zijn die stigmatiserend denken, en soms betrap ik mij er zelf zelfs op. Vandaar dat ik mij ook aangemeld heb als supporter van Samen Sterk zonder Stigma.

download

Want hoewel ik behoorlijk wat tegenslagen heb gekend, heb ik mij daar telkens doorheen geworsteld, waar doorzettingsvermogen voor nodig is. Ook kan ik uit mijn eigen ervaringen spreken, waardoor ik empathisch ben en inlevingsvermogen heb. Een vleugje humor en betrokkenheid zijn kwaliteiten welke ik zeker kan gebruiken in mijn toekomstige baan.

Voorlopig zal dat nog even duren, zodat ik mijzelf de tijd kan gunnen om te werken aan mijn herstel, zodat ik in het vervolg niet weer in dezelfde valkuilen stap. Maar ik hoop dat er daarna een werkgever is die mij ziet staan* en mij met mijn (levens)ervaring een nieuwe kans wil bieden op de arbeidsmarkt.

 

* Wat zie jij in het logo van Samen Sterk zonder Stigma? 

Advertenties

Ik loop in een straat…

De weg die ik in de klinische behandelperiode heb bewandeld in het Colk zit er bijna op. Daarna krijg ik nog wel nazorg in de vorm van individuele therapie, want ik merk dat ik er nog lang niet ben. Wel krijg ik steeds meer zicht op de triggers die mij ontregelen en een aanval kunnen uitlokken. Helaas zijn deze triggers niet geheel uit te sluiten, en zal ik moeten leren om hier in de ‘buitenwereld’ ook mee om te kunnen gaan. Een handig hulpmiddel daarbij is het terugval-preventie-plan, zodat je daar op terug kan vallen op het moment dat je het rationeel even niet meer weet.

Alleen het lastige van zo’n plan is, dat ik het wel zelf moet schrijven. Ik vind het confronterend om de focus op iets te leggen, waar ik eigenlijk van af wil. Want; “Alles waar je aandacht aan geeft, groeit” Dat verklaart ook wel weer het feit dat ik (nog steeds) aanvallen en uitvallen heb. Het utopische doel wat ik had om aanvalsvrij uit de klinische behandeling te komen heb ik al losgelaten, wat mij meer rust geeft.

Hoewel ik wel de hete adem van het UWV in mijn nek voel hijgen (in september zit ik 2 jaar in de ziektewet), besef ik mij ook terdege dat ik mijzelf de tijd moet gunnen. Mijn conversiestoornis is niet voor niets ontstaan. Ik ben jarenlang onbewust over mijn grenzen heen gegaan, heb sociaal wenselijk gedrag vertoond, cijferde mijzelf weg en zorgde voor anderen, ten koste van mijzelf.

Een ieder ander zou zeggen dat het een een onrealistisch idee is dat ik met 4 maanden klinische opname dit jarenlange patroon kan doorbreken, en ik hoop dat het UWV dat ook in ziet.

Het mooie van een terugval-preventie-plan is het feit dat het een dynamisch document is, zodat ik hem ten alle tijden kan aanpassen, waardoor ik waarschijnlijk het ook kan gebruiken tijdens mijn eventuele terugkeer naar werk, hoewel dat voor nu nog ver weg lijkt.

Door mijn gedachten af en toe te ordenen door middel mijn blogs, de dagopeningen en -sluitingen krijg ik steeds meer inzicht in de signalen die mijn lichaam afgeeft als voorbode voor een aanval. Helaas lukt het mij nog niet altijd om daarop te kunnen anticiperen, maar goed…ik ben (nog steeds) lerende. Dat brengt mij wel naar het gedicht van Sogyal Rinpoche uit Tibetaanse boek van leven en sterven:

een-gat-in-een-straat

Ik loop door een straat
Er is een diep gat in het trottoir
Ik val erin.
Ik ben verloren…ik ben radeloos.
Het is mijn schuld niet.
Het duurt eeuwig om een uitweg te vinden.

Ik loop door dezelfde straat.
Er is een diep gat in het trottoir
Ik doe alsof ik het niet zie
Ik val er weer in
Ik kan niet geloven dat ik op dezelfde plek ben
Maar het is mijn schuld niet
Het duurt nog lang voordat ik eruit ben.

Ik loop door dezelfde straat.
Er is een diep gat in het trottoir
Ik zie dat het er is
Ik val er weer in ….het is een gewoonte
Mijn ogen zijn open
Ik weet waar ik ben
Het is mijn eigen schuld
Ik kom er direct uit

Ik loop door dezelfde straat
Er is een diep gat in het trottoir
Ik loop eromheen.

Ik loop in een andere straat