Mijn veilige kasteel

Laatst las ik een statusupdate van iemand die het had over de overbekende stemmetjes in je hoofd. Vaak zijn die innerlijke stemmen negatief, en schreeuwen hard dat je ergens niet goed genoeg in bent of niet kan. Deze stemmen belemmeren om je ten volle te leven. Ik denk dat iedereen deze stemmen wel kent. Ik dus ook. Ik noem het mijn innerlijke criticus, die op alles wat ik doe kritiek heeft. De vaak terugkomende gedachten als “doe ik het wel goed” en “wat zouden ze wel niet van mij denken” maken mij onzeker.

Een mooie manier om hier naar te kijken en om deze innerlijke criticus te ontmaskeren is om jezelf af te vragen “Wat als?” Want als je het niet goed doe, wat zou er dan kunnen gebeuren? En telkens als je op deze vraag dieper ingaat jezelf af te vragen “Wat zou het ergste zijn wat er zou kunnen gebeuren?” Ik heb deze techniek al een aantal keer (met hulp) toegepast, en heb gemerkt dat ik dan uiteindelijk bij de angst voor het onbekende uitkom. Als ik op die vraag weer dieper inga, komt ik uit bij angst voor de angst.

Angst is een slechte raadgever, dat wordt ons altijd verteld. Door de betekenis van het gezegde “Men lijdt het meest door het lijden dat men vreest”, wordt je geleerd dat iets in werkelijkheid veel minder eng is dan dat je in je verbeelding voor ogen houdt.

Maar wat nou, als je als kind iets traumatisch is overkomen, waar je geen bewuste herinneringen of beelden bij hebt? Dan kan het fenomeen angst voor de angst je vervelend in de weg gaan zitten. Als kind zijnde hebben we een fantastisch mechanisme om te fantaseren. Zo kan ik mij nog levendig voor de geest halen hoe ik als kind zijnde het heerlijk vond om onder de tafel te gaan zitten met een groot laken ervoor, zodat ik het gevoel had dat ik veilig in mijn kasteel zat. Daar kon niemand mij wat aandoen. Ik had en heb zelfs een compleet dik harnas aan.

Helaas wordt het wat lastiger als je de leeftijd bereikt heb dat het ongewoon is om onder de tafel te gaan zitten met een laken ervoor, en krijg je te horen dat het niet normaal is dat je als 12 jarige om in je veilige tentje te kunnen zitten.  Je gaat tenslotte al naar de middelbare school. De overtuiging van “Wat zouden ze wel niet van mij denken”, wordt daarmee nog eens versterkt.

download (2)Nu, jaren later, heb ik gemerkt dat ik het nog steeds heerlijk vind om in mijn gedachten om veilig in mijn kasteel te kunnen zitten; het liefst met een grote burcht eromheen en een ophaalbrug. Die ophaalbrug is omhoog en durf ik niet iedereen een inkijkje te geven in mijn kasteel. Sommige mensen mogen wel via het ‘geheime’ achterom paadje een voorzichtige blik werpen via het sleutelgat. En dat vind ik al heel spannend, en laat dus vaak de sleutel in het sleutelgat zitten, zodat zij niets kunnen zien, en ik daar de beslissing over maak om hem om te draaien.

Al die jaren heeft de sleutel in het sleutelgat gezeten en je kunt je voorstellen dat het in de loop van de tijd is gaan roesten, waardoor ik de sleutel moeilijker kan omdraaien. Dat gaat stukje bij beetje. Want wat zou er gebeuren als ik de deur ineen keer wagenwijd openzet? Ik denk niet dat de mensen, die niet eens van het bestaan afweten van het ‘geheime’ achterom paadje zich met z’n allen zich naar binnen willen dringen. Maar die angst is er wel.

oude-sleutel-een-sleutelgat-24427889Dus ben ik heel voorzichtig bezig om de sleutel langzaam om te draaien, zodat ik zelf eerst eens door het sleutelgat naar buiten kan kijken om te zien of het veilig genoeg is. En wil jou vragen om mij daarvoor de tijd te geven. En misschien durf ik daarna de deur op een kiertje te openen.

Leren loslaten

De wonderpil, waar ik het in mijn vorige blog over had, heb ik helaas nog steeds niet gevonden. Sterker nog; laatst was ik bij mijn huisarts die mij nog een pil in m’n maag wilde splitsen. De afgelopen jaren ben ik soms een wandelende apotheek geweest. Eigenlijk wil ik inmiddels wel van al die medicijnen af, want de middelen die ik momenteel slik zijn voorzien van zo’n leuke gele sticker. Dat betekent dat ik voorzichtig moet zijn in het verkeer, en in principe dus ook geen auto mag rijden

Het mogen autorijden geeft voor mij de betekenis van vrijheid. Vrijheid om zelf te kunnen bepalen welke richting ik op ga. Nu ik in deze vrijheid beperkt wordt, heb ik gemerkt dat ik  op een andere manier graag de vrijheid wil voelen. Dus heb ik besloten om de facebook-app. van mijn telefoon te verwijderen, wat naast een hoop ruimte op mijn telefoon geeft ook een hoop ruimte en vrijheid in mijn hoofd. Ik was constant met mijn mobieltje in de weer om er zeker van te zijn dat ik geen berichten zou missen.

Om deze ‘verslaving’ los te laten, voelde in het begin wat onwennig, maar gaandeweg vind ik het heerlijk om de rood-omcirkelende gemiste berichten niet op mijn mobiel te zien oplichten. Daarnaast had ik besloten om mijzelf te ‘trakteren’ op een weekend adownload (1)lleen met vrouwen, zonder vast programma, waar we allemaal onze eigen kwaliteiten deelden. Een volgende stap in het loslaten, waar ik mijzelf ook een aantal keer tegen kwam omdat ik graag houvast wil hebben. Toch wel een thema in mijn leven; angst om de controle los te laten en maar zien wat er gebeurt. Ongemerkt sprong ik toch weer in het zorgende, en zorgde dat het niemand aan iets ontbrak, alleen daarbij vergat ik de belangrijkste persoon; mijzelf. Ondanks dat ik het heerlijk vond om iedereen het naar haar zin te maken, merkte ik de volgende dat dat ik toch te veel gegeven had, hoewel ik dat op dat moment niet eens door had.

Ik kreeg de aanbieding om hierna nog een aantal dagen bij een bevriende lotgenoot te verblijven in het oosten van het land, om bij te komen en ervaringen uit te wisselen. Dit heb ik met beiden handen aangepakt, hoewel ik het ook wel best spannend vond. Ik heb haar maar een aantal keer gezien, maar het voelde goed. Ik besloot om mijn ratio uit te schakelen, waarin mijn innerlijke stemmetjes gehuisvest waren, en op mijn gevoel te vertrouwen dat het goed is. En dat was en is het ook!

Tijdens het weekend had ik kunnen regelen dat ik met iemand mee kon rijden naar het station van Apeldoorn. Daar aangekomen zou ik met de trein verder reizen naar Raalte, waar ik opgehaald zou worden. In Apeldoorn aangekomen bleek dat er geen treinen reden vanwege een stroomstoring. Dus stond ik daar, bepakt en bezakt. Er zouden bussen ingezet worden, maar hoe lang het zou duren voordat ze er waren, wist niemand. Ik moest naar Raalte, maar Deventer was ook goed. Nadat ik met Maaike contact opgenomen had, om te melden dat de treinen niet reden en ik richting Deventer zou komen, zag ik de bussen aankomen. Veel reizigers hadden intussen een andere manier gevonden om hun reis te vervolgen, dus was de groep inmiddels wel wat uitgedund. Maar toch was het dringen om de bus in te kunnen komen.

En gezien mijn conversieklachten, waarvan ik weet dat ze bij vermoeidheid en te veel prikkels de kop kunnen opsteken, voelde ik dat het geen wijs besluit was om met al mijn spullen in de drukte van de bus te gaan zitten. Dus besloot ik een taxi te nemen, iets wat een aantal andere reizigers ook besloten te doen. Vervolgens reden we in colonne op weg naar Deventer, waar niet veel later ook de bussen arriveerden.

people-have-a-hard-time-thich-nhat-thanAan het begin van het weekend had ik de letter ‘L’ van leren loslaten getrokken. Het was wel heel toepasselijk dat ik deze week wilde gebruiken om zowel letterlijk al figuurlijk dingen los te laten. Om te beginnen was daar de hectische periode van de afgelopen weken cq maanden (opname Colk, ziekenhuisonderzoeken, operatie) dat ik los wilde laten. Ook het zorgen voor de ander, wat ik toch in het afgelopen weekend weer onbewust ging doen. En als klap op de vuurpijl moest ik mijn planning loslaten nadat ik merkte dat de treinen niet reden door een stroomstoring. Een behoorlijke opsomming van uitdagingen, waarbij ik het gevoel kreeg dat het universum mij een steeds moeilijkere opgave in het loslaten wilde laten zien.

Het loslaten heeft in de week dat ik bij Maaike was nog meer vorm gekregen, waardoor ik langzaam ook een begin heb gemaakt om oude patronen los te durven laten. En dat voelt heel spannend en eng, maar ergens in mijn binnenste is er een vertrouwen dat het helemaal oke is, om het masker te laten vallen en te durven kijken naar dat wat zich aandient.

De pure jij

 Zonder masker, de pure jij

Weet dat het zo niet langer kan

Maar bouwt steeds meer spierspanning op

Uit bescherming en dan….

 

Sta je ontwapend voor me

Zonder masker, de pure jij

Je weet dat je veilig bent

En dat je jezelf mag zijn, bij mij

 

Ik zie je staan

In je krachtige kwetsbaarheid

Zonder masker, de pure jij

Lieve schat, geloof me, het is tijd!

 

Je hoeft niet meer te vechten

Je bent er bijna, zo dichtbij

Rust maar uit en ontspan

Zonder masker, de pure jij!

 

© van Annelies voor Annelies – 2012

 

                                                          

 

.

 

Wonderpil

Wonderpillen.jpgHet is inmiddels een aantal maanden geleden dat ik de deuren van het Colk achter mij heb gelaten. Er zou nog een ambulant traject starten, maar in verband met de huidige reorganisatie, waarbij besloten is om de kliniek te sluiten, zit ik nog steeds op dat na-traject te wachten.

Afgelopen week was ik bij mijn bedrijfsarts om de aanvraag voor mijn WIA voor te bereiden, waar ik mogelijk in september in terecht kom. Hij vroeg mij hoe het momenteel ging en of ik nog therapie cq behandeling had. Ik antwoordde dat ik zit te wachten op het na-traject van het Colk, maar dat ik daar momenteel nog niets over vernomen had. Hij kwam tot de conclusie dat ik momenteel geen behandeling had, en voor mij voelt het ook alsof ik op een cruciaal punt wederom in de steek gelaten voelt, wat oude pijn van afwijzing met zich mee brengt.

Mijn bedrijfsarts gaf aan dat behandeling momenteel wel erg belangrijk is, en het liefste zou hij dan zien dat ik wederom naar een psychiater of een andere gespecialiseerde -loog of -goog ga. Ik heb hem aangegeven dat ik mijn twijfels heb bij deze gespecialiseerde zorgaanbieders omdat zij graag mij aan de medicijnen hebben, of mentaal bezig zijn. Momenteel slik ik meer medicijnen dan ik ooit gedaan heb, en daarnaast kan ik het in mijn hoofd wel allemaal op een rijtje hebben, mijn lichaam verteld vaak een ander verhaal. Hij gaf aan dat ik dan richting de alternatieve zorgaanbieders moet gaan zoeken.

Ik had al wel een afspraak gemaakt met een psycho-somatisch fysiotherapeut bij mij in de buurt, maar aangezien ik onverwachts opgenomen werd, heb ik deze moeten afzeggen.Ook heb ik goede ervaringen met Rebalancing of Haptotherapeutische behandelingen. Helaas worden deze therapieën, waarbij het lichaam als uitgangspunt genomen wordt in plaats van het mentale, nog niet altijd vergoed. En als ze al vergoed worden is dat vanuit de aanvullende pakketten.

Zelf heb ik het idee dat mijn hooggevoeligheid ook maakt dat ik snel ‘uit mijn lichaam schiet’. In drukke gelegenheden voel ik onbewust de verschillende energieën van mensen, waar ik niet goed raad mee weet, wat uiteindelijk kan resulteren in een aanval. Ook kan ik helemaal uit mijn doen raken als mensen van wie ik houd ruzie maken. Ik heb genoeg boeken gelezen omtrent dit onderwerp, maar blijkbaar ben ik te nuchter om een rozenkrans om mij heen te visualiseren of andere manieren om mij te kunnen beschermen.

Maar om even terug te komen op het Colk. Na mijn klinische ontslag, waarbij onder andere chronische PTSS werd vastgesteld, werd er ook aangegeven dat mijn draagkracht nog niet voldoende was, om de traumabehandeling aan te gaan welke mogelijk in het ambulante traject aan de orde zou komen. Maar aangezien ik tot op heden nog op dat ambulante traject zit te wachten, ben ik verder gaan zoeken.

Regelmatig komt er op mijn facebook-pagina een gesponsord bericht voorbij over Psytrec: een intensief behandeltraject voor mensen met PTSS van 2x 4 dagen klinische opname en na afloop 18 maanden monitoring. Naast dat er gewerkt wordt met EMDR en Imaginaire Exposure, is er ook ruimte voor psycho-educatie met toekomstgerichte instructies en buitensport. Meer informatie over Psytrec is te vinden door te klikken op onderstaande afbeelding:download (45)

Mijn PTSS staat voor de buitenwereld niet op de voorgrond; mensen merken nagenoeg niets aan mij; afgezien van mijn aanvallen die hier een deel oorzaak of gevolg van zijn. Echter, als ik slaap ben ik in mijn dromen vaak weer dat kleine meisje wat geen kant op kan en ervaar ik de gebeurtenissen steeds weer opnieuw, terwijl ik ze op de dag nauwelijks kan herinneren. Dat zorgt ervoor dat ik ’s ochtends vaak vermoeid wakker wordt, voordat de dag überhaupt nog moet beginnen. Daarnaast reageert mijn lichaam bij subtiele aanraking zo extreem, wat zich vaak uit in een aanval. Iets waar ik graag ook vanaf wil, omdat ik ook zo graag eens wil kunnen genieten van subtiele aanrakingen. Zoals elk ander mens.

Wat betreft dat Psytrec-intensive traject, vraag ik mij af of ik daar wel klaar voor ben, aangezien er bij het Colk aangegeven werd dat mijn draagkracht nog niet voldoende is. Daarnaast heb ik het (wellicht onterechte) gevoel dat ik aan het Colk voorbij ga, op het moment dat ik mij aan zou melden bij Psytrec. Maar het gaat om mij!

Laatst werd er tegen mij gezegd dat ik op zoek naar een wonderpil om mijn klachten weg te nemen. Was dat maar waar, dat er een wonderpil bestond. Maar helaas mag ik het doen op mijn eigen kracht. En ik heb gemerkt dat die sterker is dan dat kleine wonderpilletje!

Mijn lichaam liegt niet.

Een week na mijn galblaasoperatie  kreeg ik van veel mensen uit mijn omgeving te horen dat ik ‘toch weer een beetje regelmaat moest gaan oppakken’ en dat ik mijn broodnodige slaapuurtjes in de middag moest gaan afbouwen. En dat terwijl ik nog steeds pijn had en maar niet vooruitging. Ik had al die tijd het gevoel dat er iets niet goed zat in mijn lichaam, maar kon mijn spreekwoordelijke vinger niet op leggen, in tegenstelling tot het feit dat ik bij elke aanraking van mijn buik bijna tegen het plafon zat van de pijn.

Er zat iets duidelijk niet goed in mijn lichaam, dat voelde ik wel, maar wist niet wat het was. Op een gegeven moment heb ik het ziekenhuis gebeld met de mededeling dat ik een week na de operatie nog steeds veel pijn had. Ik kon alleen op mijn rug slapen (niet handig voor een zijslaper) met minimaal 2 kussens onder mijn hoofd, en ik maakte acrobatische toeren om mij, met behulp van een optrekladdertje (een touwladdertje wat aan het voeteneind van mijn bed was vastgemaakt) uit bed te komen. Gelukkig kon ik nog voor het weekend op het spreekuur van de arts in het ziekenhuis en met een maand voorraad morfine-achtige pijnstillers ben ik weer heengezonden.

Deze medicijnen hielpen helaas maar kortdurend, waardoor ik nog steeds bij elke beweging door de grond ging van de pijn. Bukken ging niet, waardoor ik aangewezen was op een ‘helping hand’, zodat ik toch dingen van de vloer op kon rapen. Op zondagavond zat ik op de rand van mijn bed, met een handjevol pijnstillers welke toch niet werkte, te overdenken of ik nog een haast slapeloze nacht met veel pijn wilde hebben, of dat ik de huisartsenpost zou bellen. Ik besloot het laatste te doen.

images (2)Na eerst zes keer heen en weer gebeld te hebben, van de Huisartsenpost van het ene ziekenhuis naar de Spoedeisende Hulp van het andere ziekenhuis waar ik geopereerd ben, en vice versa, werd ik eindelijk geholpen nadat ik huilend van de pijn uitlegde dat het mij niet uitmaakte naar welk ziekenhuis ik ging, als ik maar van de pijn af kwam. Zodoende zat ik op zondagavond laat bij de huisartsenpost, hoewel ik wist dat de huisarts ook niets voor mij kon doen. Na mij kort onderzocht te hebben, kwam zij ook met dezelfde conclusie en besloot mij door te sturen naar de spoedeisende hulp. Daar aangekomen werd er allereerst bloed afgenomen en een infuus ingebracht.

Inmiddels was het al maandag voordat de arts zijn bevindingen kwam doorgeven, en stelde voor om mij op te nemen, zodat er een echo van mijn buik gemaakt kon worden. In het holst van de nacht werd ik naar de afdeling gereden waar ik uiteindelijk de resterende nachtelijke uurtjes in een ziekenhuisbed heb door gebracht.

Helaas zat het ontbijt er voor mij niet in, en ook de lunch heb ik moeten overslaan, omdat ik nuchter moest zijn voor de echo. Overigens kan ik het wel hebben, een dagje vasten. Daarnaast had ik ook al een aantal dagen last van obstipatie, zodat ik überhaupt geen trek in eten had. Nadat ik een beetje hulp had gekregen om mijn ontlasting op de natuurlijke weg mijn lichaam te laten verlaten, op dat moment nog zonder succes, werd ik opgeroepen voor de echo.

Ik had de radioloog te kennen gegeven dat mijn buik momenteel heel erg gevoelig was, en dat ik graag wil weten wat hij ging doen. Om dit kracht bij te zetten, en om te voorkomen dat de radioloog onverwachte bewegingen maakte, probeerde ik met mijn handen mijn buik te beschermen. De radioloog gaf aan dat ik mij geen zorgen hoefde te maken, en dat hij heel voorzichtig te werk ging. Ja, hij had makkelijk praten. Ik voelde de pijn. De hoeveelheid gel die hij gebruikte als glijmiddel zorgde er voor dat het onderzoek minder pijnlijk was dan ik had gevreesd, maar zorgde er wel voor dat mijn t-shirt nat van de gel was. Achteraf hoorde ik dat de radioloog bekend stond om de grote hoeveelheid gel die hij gebruikte.

Later op de afdeling, nadat ik op het toilet verlost was van de darminhoud die mij al een aantal dagen parten speelde, kreeg ik te horen dat er op de echo toch een abces te zien was bij een van de insteekplaatsen. Daar wam dus die pijn vandaan. Er werd besloten om dit abces te ontlasten door er een klein sneetje in te geven, waardoor het pus eruit kon. Normaal gesproken kijk ik graag naar medische programma’s, maar in dit geval voelde ik mij een klein bang meisje dat de hand van de zuster nodig had als troost en bescherming. Gelukkig kreeg ik deze ook, en zag dat zij net zo nieuwsgierig was als ik zelf, omdat ze met een schuin oog keek naar wat de zaalarts aan het doen was. Ik kon dat op dat moment even niet aanzien.

Na afloop van deze pijnlijke ingreep voelde ik dat ik dissocieerde, en kon dat nog net aangeven aan de ook aanwezige arts assistent. Gelukkig werd daar goed op gereageerd en kreeg ik te horen dat ik het hartstikke goed gedaan had. Die bemoedigende woorden waren genoeg om ervoor te zorgen dat ik niet verder in een aanval schoot.
De volgende dag was ik nog half onder invloed van de nodige morfine, waardoor ik merendeel van de dag slapend doorgebracht had. ’s Avonds bij het bezoekuur ben ik in de rolstoel naar beneden gebracht om toch even een andere omgeving te kunnen zien dan de ziekenhuiszaal. Teruggekomen op de afdeling, viel het mij op dat het vrij druk was op zaal. Iets waar ik niet goed tegen kan. Ik ging op bed liggen en merkte niet veimages (11)el later dat mijn rechterhand begon te trillen als voorbode voor een aanval. Ik hoopte dat de aanval niet door zou zetten, maar alle trucs en technieken om de aanval te blocken kon ik niet meer voor de geest halen. Het enige wat ik nog kon doen, is op de bel drukken, in afwachting van een verpleegkundige. Ik draaide automatisch op mijn zij,  waarna de aanval
zich in volle hevigheid openbaarde. Dat dit ook voor mijn kamergenoten niet onopgemerkt bleef, bleek uit het feit al mijn kamergenoten ook op de bel hadden gedrukt waardoor er niet veel later er een heel arsenaal verpleegkundigen om mijn bed stond. Ik voelde dat mijn broek naar beneden werd getrokken en er stesolid (een spierontspannend medicijn tegen epilepsie) rectaal werd toegediend. Langzaam voelde ik mijn spieren ontspannen, want het was behoorlijk pijnlijk om in deze omstandigheden een PPEA-aanval te krijgen.

Nadat mijn spieren weer tot rust waren gekomen, kwam de voedingsassistente langs met de vraag wat ik wilde drinken. Omdat ik na een aanval nog enige tijd nog geen controle over mijn spraakvermogen had, liet ik door middel van geschreven tekst op mijn telefoon weten wat ik wilde drinken. Hierop werd gereageerd alsof ik doof was, wat absoluut niet het geval was. Heel frustrerend. Ook het feit dat ik daarna vaak de kracht in mijn benen nog niet terug heb, zorgde ervoor dat ik tijdelijk een rolstoel nodig had om naar het toilet te gaan, wat mij weer pijnlijk liet inzien wat de effecten van stress en spanning kunnen oproepen.

In principe mocht ik op Koningsdag het ziekenhuis verlaten, maar omdat ik de avond daarvoor een aanval had gehad en ik zelf mijn lichaam nog niet vertrouwde, werd besloten om deze dag nog even aan te kijken zodat ik ook kon afkicken van de inmiddels dagelijkse dosis morfine die de dagen daarvoor de pijn enigszins draaglijk maakte. Omdat het Koningsdag was, kregen we wat kleine extraatjes, zoals een oranje-tompouce bij de koffie. Met mijn zaalgenoten zijn we de dag doorgekomen door te kaarten, met als inzet de paracetamollen die een ieder per medicijngift standaard kreeg, ongeacht of je deze nodig had of niet. Een van mijn zaalgenoten was zelfs zo fanatiek, dat zij haar infuuspaal wilde inzetten.

images (6)

Precies 3 weken nadat ik voor de eerste keer het ziekenhuis in ging voor de ogenschijnlijke simpele galblaas-operatie, liep ik nu het ziekenhuis weer uit. Gelukkig met een stuk minder pijn en had eindelijk het gevoel dat ik aan mijn herstel kon beginnen. Een ding weet ik nu wel zeker; ik kan en mag vertrouwen op mijn intuïtie. Mijn lichaam geeft duidelijke signalen af waar ik beter naar kan luisteren naar mensen die aangeven dat het allemaal wel meevalt.