Mijn inner journey.

De afgelopen weken stonden voor mij in het teken van het onderzoek wat mij zou kunnen helpen bij het omgaan van mijn klachten. Hoewel het woord “klachten” impliceert dat de reacties die mijn lichaam aangeven slecht zijn. Integendeel. Ze vertellen mij een hoop. Alleen hoe ik dat interpreteer is een ander verhaal. Daarnaast denk ik dat de reactie van de omgeving van invloed is op dit verhaal. Hoewel ik er inmiddels ook wel achter ben gekomen dat IK de omgeving niet kan veranderen. Waar ik wel invloed op heb, is hoe ik hier ZELF mee omga.

Op dinsdag 17 juli ben ik onder begeleiding van een bevriende Journey- en ademtherapeut op onderzoek uitgegaan, waar bovenstaand inzicht een uitkomst van is gebleken. Ik heb vele innerlijke delen (af en toe is het echt ‘gezellig’ druk in mijn hoofd).
Eén van die delen is de analyticus die vaak aan het hoofd van de tafel met de scepter zit te zwaaien, probeer ik even op de achtergrond plaats te laten nemen. Op de publieke tribune, waar hij vanachter het glas alles mag gadeslaan en erop reageren, zonder dat ik hem hoor.

In mijn hoofd zitten Waldorf en Statler uit de Muppetshow. 

Bij de voorbereiding voor de reis die ik zal maken lijkt het wel of ik in een Virtual Reality-wereld stap. Ik mag mijn ogen sluiten en alles wat er achter in ogen plaatsvindt, lijkt ineens levensecht te zijn. Ik zie mijn overleden oma (ik kan haar zelfs voelen) die mij op deze reis zal bijstaan. Ik mag een vervoermiddel uitzoeken en besluit een oude Amerikaanse zwarte ‘slee’ te nemen, waarvan ik zelfs het leer kan ruiken! Langzaam daal ik af in mijn lichaam en steeds dieper in mijn onderbewuste, terwijl ik mij bewust blijf van de omgeving. Mijn innerlijke analyticus staat op het raam te tikken en gebaart wild om zich heen, om toch wat aandacht te krijgen. Naast hem staat mijn innerlijke criticus, die er van alles van vind en op alles commentaar lijkt te hebben. Zelfs op mijn innerlijke analyticus. Het lijken net Waldorf en Statler uit de Muppet-show. Ik probeer ze te negeren en luister naar mijn Journey-therapeute die mij aanmoedigt om te blijven voelen.

Op een gegeven moment zijn we aangekomen ergens in een plek van mijn lichaam, waar ik uitstap en nieuwsgierig om mij heen kijk. Het is donker om mij heen. Ik gebruik de zaklamp om de donkerte van licht te voorzien. De omgeving wordt verlicht en ik voel mijn nieuwsgierigheid groter worden op het moment dat ik een zwart gat zie. Het zwarte gat heeft een vreemde aantrekkingskracht op mij, terwijl ik het ook spannend vindt. Durf ik te kijken wat daar verborgen ligt? Gelukkig hoef ik het niet alleen te doen, want als ik naast mij kijk, staat mijn oma naast mij en zegt dat we dit samen aan kunnen. Deze woorden worden bevestigd door de stem van mijn Journey-therapeut.

Enigszins aarzelend en stapje voor stapje ga ik naar binnen. Het zwarte gat in. Het benauwd me, het lijkt wel of de ruimte waar ik zit steeds krapper wordt. De stem vraagt hoe oud ik ben en of ik dit gevoel (her)ken. Het voelt alsof ik een trechter van een windhoos ingezogen wordt en in sneltreinvaart voel ik mij kleiner worden en voor ik het weet ben ik op de basisschool waar ik door mijn klasgenootjes en zelfs door mijn meester gepest word. Ik voel mij alles behalve op mijn gemak. Ik mag nog verder terug. Het volgende moment ben ik nog kleiner; ik vermoed een jaar of 2 a 3. Ik hoor een hoop geluiden, zie veel mensen die in paniek zijn. Ik snap er niets van. Zijn ze in paniek om mij? Ik weet het niet. Ik voel dat mijn fysieke lichaam verkrampt. Het zachte gespin op de achtergrond van mijn poes helpt mij beseffen dat ik thuis op een matras zit, maar uiteindelijk is ook de stem van mijn Journey-therapeute ervoor nodig om mijn lichaam weer zachtjes te kunnen ontspannen.

Misschien was ik er nog niet klaar om te gaan leven? 

Ik mag nog verder terug in het verleden en het lijkt wel alsof ik klem kom te zitten. Ik moet energetisch overgeven. Mijn lichaam maakt een kokhalsbeweging, alleen komt er niets uit. Het benauwde gevoel wordt erger en ik heb het gevoel dat ik aan het stikken ben. De stem vraagt waar ik mij op dit moment bevindt. Zonder dat ik daar over hoef na te denken, hoor ik mijzelf antwoorden dat ik mij in het geboortekanaal bevindt. Tussen dood en leven. Tussen weggaan of blijven. Tussen stikken en ademhalen. Tussen ziel en lichaam. Blijkbaar is dit het moment waar ik besloten heb om mijn ziel te scheiden van mijn lichaam. Misschien omdat ik er nog niet klaar voor was om mijn leven te gaan leven?

Mischa, mijn poes van bijna 20 jaar, laat haar aanwezigheid merken door regelmatig kopjes te geven; met name op de moeilijke momenten in mijn reis. Naast dat mijn oma mij vergezeld in mijn onderbewuste, is Mischa er om mij te ondersteunen in het bewuste. Ook de fysieke aanrakingen van mijn Journey-therapeute zorgen ervoor dat ik niet meegezogen wordt in het zwarte gat van het niets.

Inmiddels zit ik zo in mijn onderbewuste, dat ik vanaf dit punt nog maar flarden van mijn reis kan herinneren. Althans, flarden die ik mij bewust kan herinneren. Dit gegeven zorgt er in ieder geval wel voor dat de Waldorf en Statler in mijn hoofd waarschijnlijk inmiddels of in slaap zijn gevallen, of zich gewonnen geven om commentaar te leveren. Ik hoop het laatste, wat inhoudt dat ik een mogelijkheid heb gevonden om hen (tijdelijk) het zwijgen op te leggen. Namelijk; door naar mijn onderbewuste te gaan en te gaan voelen.

Ik heb verTROUWEN nodig om mijn lichaam, ziel en innerlijke kind samen te laten smelten.

Wat ik mij nog wel kan herinneren is het kampvuur waar ik samen met mijn lichaam, ziel en mijn kleine meisje (ik vermoed dat dit mijn innerlijke kind is) zit. Begeleid door de stem wordt er een innerlijke dialoog gehouden en wordt mij gevraagd wat er voor nodig is, om deze delen samen te kunnen laten werken. Mijn antwoord is vertrouwen, waar het woord TROUWEN in zit. Dus volgt er een huwelijk tussen ziel en lichaam. Belangrijke mensen uit mijn leven mogen bij deze ver-eniging, of beter gezegd her-eniging aanwezig zijn. En IK mag aangeven wie deze personen zijn. Deze delen, lichaam en ziel worden her-enigd door mijn kwaliteiten kracht en kwetsbaarheid.

Ik mag tegenover mijn lichaam gaan staan en mij hiermee her-enigen. Een moeizame confrontatie volgt en ik merk op dat mijn fysieke lichaam wederom verkrampt mijn adem stokt in mijn lichaam. Ik voel het benauwde gevoel weer om mij heen en wederom is Mischa er om mij te ondersteunen in dit lastige proces waar ik het liefste van weg ga. Ik kan mij nog niet her-enigen met mijn lichaam omdat er nog een stuk schuld en schaamte op zit. Mijn bewuste denken weet dat deze gevoelens niet nodig zijn, maar mijn onderbewuste heeft hier blijkbaar nog veel moeite mee om dit te accepteren. Het lijkt wel alsof de stem weet dat het nodig is, om eerst nog wat te zeggen tegen het lichaam voordat mijn kracht en kwetsbaarheid ze in de echt verbind. Net als bij een echt huwelijk er een speech nodig is. Ik bedank mijn lichaam voor hetgeen wat het gedaan heeft, omdat het niet anders kon. Tranen rollen over mijn wangen en ik voel de echtheid die er van deze woorden uit gaat. Ik vertel mijn onderbewuste dat het een automatische respons van mijn lichaam is geweest waar ik totaal geen schuld aan heb, waarna ik in gedachten ik een buiging geef aan mijn lijf.

Als laatste mag ik mijn innerlijke kind in mijn armen nemen en op gaan in mijn ziel. Een samensmelting volgt waardoor er uiteindelijk één persoon overblijft: IK. Met mijn lichaam, ziel en innerlijk kind. De stem vraagt of ik het leven in wil ademen. Wederom stokt mijn adem, maar met behulp van haar ondersteuning, mijn oma die mij nog steeds in mijn onderbewuste bijstaat, alsmede de bejaarde hulppoes in het bewuste, lukt het mij om met een voorzichtige ademteug een keuze te maken tussen dood of leven. Tussen weggaan of blijven. De tweede ademteug gaat gemakkelijker, waarbij de weerstand minder groot is en bij de derde ademteug durf ik nog meer leven in te ademen.

Ik kan mij zomaar voorstellen dat er een grote glimlach op mijn gezicht verschijnt.

Langzaam zie ik dat het kampvuur uitdooft en de personen die bij deze samensmelting aanwezig zijn geweest vervagen langzaam op mijn netvlies. Ik wordt uitgenodigd om samen met mijn oma terug te lopen naar de plek waar we samen uit de Amerikaanse Cadillac zijn gestapt om dezelfde weg weer terug te maken. Voordat ik afscheid neem van mijn oma, omhels ik haar en ik kan mij zomaar voorstellen dat er een grote glimlach op mijn gezicht verschijnt. Ik bedank mijn oma voor haar support op deze onderbewuste reis en zij antwoord met de wijze raad dat ik ‘’goed ben zoals ik ben”

Deze woorden bevestigen het inzicht dat ik mag gaan voelen vanuit mijn hart. Daar waar de innerlijke delen geen toegang tot hebben. Maar waar de puurheid en het gevoel opgeslagen ligt. Dit symboliseert ook meteen mijn onderbewuste. De innerlijke delen in mijn hoofd heb ik de afgelopen periode kunnen identificeren als de verinnerlijkte stemmen van onder andere mijn vader, die ervoor zorgen dat ik makkelijk in het verhaal ga geloven. Maar dat is niet MIJN verhaal. Dat is het verhaal van de Walfdorf en Statler.

Ondertussen ben ik aangekomen bij de laatste stappen die ik zal zetten in deze reis. Onderaan de trap kijk ik naar boven en langzaam maar zeker zet ik mijn voeten op de eerste tree, waarna ik tree voor tree meer en meer bewustzijn krijg over mijn lichaam en …..mijn leven. Ik merk dat mijn analyticus inmiddels ook weer ontwaakt is, en wil alles op papier zetten. Ik kan hem overtuigen dat IK liever nog even in het gevoels-stuk wil blijven zitten, voordat hij zich er mee mag bemoeien.

Door wat langer te blijven in het gevoel, komen er als vanzelf nog meer inzichten naar boven waar ik ’s middags samen met een vriendin over kan filosoferen. Ik leg aan haar voor dat ik erachter kwam dat ik eigenlijk helemaal niet geboren had willen worden en in het niets wilde blijven. Maar aan de andere kant wil ik ook heel graag gezien worden in wie ik ben. Zij zette mijn innerlijke delen een mooie spiegel voor waardoor zij meteen stil waren met de woorden: “Hoe kan je gezien willen worden in het niets?”

Op dit niveau kan ik het antwoord wel VOELEN!

Tja, daar hadden Waldorf en Statler niet van terug en tegelijk schoot ik door naar het gevoelsniveau, want op dit niveau kan ik het antwoord wel VOELEN!

 

 

Rondje Kralingse Plas

Het was vroeg voor ‘De Wandeling’. Niet de versie van de televisie met alle camera’s, maar wel met een wandelcoach die licht kan schijnen op mijn blinde vlekken. Die iemand heb ik gevonden: Saskia Engels. Nadat ik bij haar een aantal keer haar warmte van het Rondje Vuur heb ervaren, voelde ik mij bij haar veilig genoeg om samen met haar eens dieper op mijn blind spots in te zoomen. Dus stonden we vrijdagochtend 6 juli 2018 om 08.00u bij het (op dat tijdstip nog gesloten) restaurant voor een Rondje Kralingse Plas.

Wat zou er gebeuren als ik de controle loslaat?

De eerste minuten van de coachingswandeling vertel ik dat er momenteel (te) veel gebeurt in mijn leven waar ik graag de controle over wil houden. Dit word uiteraard beantwoord werd met de wedervraag wat er zou gebeuren als ik de controle los laat. Een typische coachingsvraag die ik zelf ook regelmatig aan mijn cliënten stel. Tja, wat dan….

Gaandeweg het rondje komen er al lopend stapsgewijs antwoorden op deze, eigenlijk meest essentiële vraag, waardoor er ook inzichten komen op de andere vragen.

Het paradoxale van dit inzicht is het feit dat mijn lichaam letterlijk zelf de controle loslaat op het feit dat ik ga voelen. Ga voelen wat er zou gebeuren als ik de controle loslaat. Hierdoor heb ik een fantastisch beschermingsmechanisme gevonden, door in mijn denken te gaan zitten. Inmiddels heb ik gemerkt dat ook daar de oplossing niet zit, maar dat dit een eigenlijk een afleidingsmanouvre is om niet te hoeven voelen hoe het zou zijn als ik de controle los laat. Want voor mij betekent dat kwetsbaar zijn. En daar ben ik juist zo bang voor.

Om terug te komen op de vraag wat er zou gebeuren als ik de controle loslaat, komt het antwoord uit mijn denkbrein naar boven borrelend dat ik eigenlijk de angst heb om in duizend stukjes uiteen te vallen in het niets. Niet denken, niet voelen, niet gezien worden wie ik in wezen ben.

Het niet denken maakt mij angstig, want daar ligt mijn (schijn)veiligheid van het controle houden. Niet voelen waardoor ik automatisch in mijn denken schiet. Maar eigenlijk raakt de angst om niet gezien te worden wie ik in wezen ben, het belangrijkste van mijn worsteling in mijn leven.

Hoe kan iets loslaten wat mijn redding is geweest?

Het loslaten van de controle impliceert voor mij ook het loslaten van het vechten. Hoewel ik het vechten op 3 jarige meisje letterlijk nodig heb gehad om niet te verdrinken om zo te kunnen overleven. En dan zou ik datgene wat mijn redding is geweest moeten opgeven en loslaten? De denker in mij wil hier inzicht in krijgen, terwijl het 3 jarige kleine meisje nog geen woorden kan geven aan wat het voelt, laat staan de verbanden leggen.

Halverwege het rondje staan we samen stil bij het feit dat dit innerlijke kind geen woorden nodig heeft of verbanden hoeft te leggen om te zijn wie zij in wezen is. Het raakt mij en er komt emotie, wat door mijn kritische ouder meteen veroordeeld word. Hierdoor worden mijn tranen snel weer weggedrukt. Saskia bemerkt dit en zij omhelst mij. Hierdoor word het meisje van 3 gezien en gehoord zonder oordeel en kan ik wat meer verzachten. Woorden zijn op dat moment even niet nodig en we lopen zwijgend verder.

Verzachten is een toverwoord wat mij eraan herinnert dat ik vaak onbewust en ongemerkt heel hard aan het vechten ben. Een gevecht in mijn hoofd om het allemaal te kunnen begrijpen. Omdat dit heel veel energie kost, ben ik zoekende naar manieren die voorbij het denken gaan en mijn onbewuste aanspreken. En daarbij heb ik iemand anders nodig, want ik weet dat de controleur in mij er alles aan zal doen, om dit te voorkomen.

Constant in gevecht met het leven

Ik wil dat het leven niet zo ingewikkeld is, en vertel haar dat ik in het verleden zelfs wel eens de wens heb gehad dat ik niet tijdig uit het water gehaald zou zijn. Ondanks dat ik het niet meer bewust kan herinneren, weet ik wel dat het mij een heel rustig en ontspannen gevoel gaf. Later ontdekte ik dat deze ervaringen typisch zijn voor een bijna-dood-ervaring. Soms verlang ik terug naar dat moment. Niet meer hoeven denken, niet meer hoeven voelen. Maar ook niet meer gezien worden in wie ik werkelijk ben. En daardoor ben ik blijkbaar constant in gevecht met het leven.

Omdat ik zelf ook coach ben, ken ik de beproefde technieken die Saskia toepast om mij zelf tot de inzichten te laten komen. Aan het einde van het rondje besef ik mij dat ik mijzelf aan het coachen ben en ik het ene inzicht na de ander. Mijn kritische ouder gaat deze inzichten meteen analyseren, waardoor ik weer in mijn hoofd schiet en ga twijfelen aan de gevonden inzichten waar ik zo trots op ben. Ik benoem dit en ben blij dat Saskia, die naast mij loopt mij hierop attendeert.

Mijn hoofd is weer een beetje helderder. Mijn lichaam volgt vanzelf

Op het moment dat we het restaurant weer in het vizier krijgen vraagt ze mij hoe het met mij is. Ze ontwijkt de vraagstelling hoe ik mij voel; want daar weet ik soms vaak geen antwoord op te geven. Ik voel wel van alles, maar kan er geen woorden aan geven. Mijn kritische ouder heeft commentaar op de gevoelens die ik heb. Deze kritische ouder is de verinnerlijkte stem van mijn echte vader die van mening is dat gevoelens en emoties onzin zijn. Ik antwoord dat ik mij rustiger voel in mijn lichaam en dat het wat helderder is in mijn hoofd. Alsof iemand samen met mij geholpen heeft om weer een beetje orde te scheppen in mijn chaotische bovenkamer. Niet dat alles nu opgelost is, maar alles zit weer keurig in de dozen en laatjes waar het hoort. En ik weet dat er af en toe zo’n laatje of doosje spontaan openspringt om er iets mee te gaan doen.

Maar voor nu is het dankzij het Rondje Kralingse Plas weer rustiger in mijn hoofd. En dan volgt mijn lichaam vanzelf!

 

Accepteren dat ik ziek ben om beter te worden?

Het gaat niet goed met mij. In mijn hoofd blijven mijn gedachten analytisch rondjes draaien, waar ik heel erg moe van wordt. Hoewel de adem-2daagse wel enigszins wat druk van de ketel af heeft gehaald, blijven triggers als omgaan met afwijzing een grote rol spelen in mijn leven. Al sinds 2011, heb begin dat ik mijn PNES-aanvallen kreeg en de daarop volgende tijdelijke uitvallen van spraak en benen, ben ik bezig een geschikte en passende therapie te vinden die voor mij werkt. Ik heb inmiddels van alles al geprobeerd; van hypnotherapie, cognitieve gedragstherapie, EMDR, (lichaamsgerichte) psychotherapie. Ik ben zelfs 4 maanden klinisch opgenomen geweest om ervoor te zorgen dat mijn automatische beschermingsmechanisme wat minder aanwezig kon zijn.
Natuurlijk hebben deze therapieën hun effect gehad, maar heeft niet geleid tot de doorbraak van het verdwijnen van mijn klachten. Het lijkt wel alsof mijn PNES-klachten onbewust mijn eigen systeem blijft aanvallen, net zoals je dat bij een lichamelijk auto-imuunziekte ook ziet.

Ik ben gestopt met het tellen van de afwijzingen.

Sinds september 2017 ontvang ik, na 3 jaar in de ziektewet te hebben gezeten, een WW-uitkering met de bijbehorende sollicitatieplicht. Omdat ik ook heel graag aan het arbeidsproces mee wil blijven doen, en mij (nog) niet als arbeidsbeperkt zie, solliciteer ik dan ook braaf. Helaas krijg ik in 90% van de gevallen een afwijzing op mijn gestuurde sollicitatiemail, waarin ik netjes aangeef dat ik mijn beperking niet zie als belemmering om te solliciteren. Inmiddels ben ik gestopt met het tellen van de afwijzingen die ik als reactie op mijn motivatiebrief ontvang. Een heel enkele keer mag ik op gesprek komen, en ben dan heel blij dat een werkgever mij wil uitnodigen om de mens achter de brief te ontmoeten. Hoewel ik in mijn achterhoofd nog steeds rekening houd met een afwijzing, voelt het alsof ik in ieder geval de eerste ronde overleeft heb. De afwijzing die ik vervolgens moet incasseren voelt echter wel zwaarder dan een simpele email.

Vanwege de onvoorspelbare aard van mijn klachten, kan ik echter nooit garanderen dat ik geen aanval zal krijgen op mijn eventuele nieuwe werkplek en is mijn Functionele Mogelijkheid Lijst dusdanig aangepast dat het vinden van een passende functie erg lastig is. Het feit dat mijn arbeidsongeschiktheidspercentage ‘maar’ 28,08% bedraagt, werkt ook niet in mijn voordeel.

Mijn klachten zijn “ge-auto-immuniseert”

Regelmatig krijg ik bij instanties waar ik hulp en ondersteuning zoek, te horen dat mijn dossier een ingewikkelde casus is, omdat ik met mijn klachten eigenlijk een hogere arbeidsongeschiktheidspercentage had moeten krijgen, waardoor ik aanspraak kan maken op extra ondersteuning vanuit de Wet WIA.
Dat betekent dat ik altijd tussen ‘wal en schip’ zal blijven vallen. Met in mijn nek de druk van de sollicitatieplicht, waarbij de trigger van afwijzingen continue gevoed wordt. Ik wil graag werken, maar door de onduidelijkheid en onzekerheid en de continue afwijzingen in combinatie met het feit dat ik tot op heden nog steeds geen goede therapie heb gevonden, zijn mijn klachten inmiddels zo “ge-auto-immuniseert”, dat mijn diagnoses PTSS en dystheme stoornis (=continue lichte depressiviteit) zich inmiddels ook in het verhaal gaan mengen. Met alle klachten van dien.

Vanuit verschillende richtingen wordt mij momenteel geadviseerd om mij (ondanks het feit dat ik in de WW zit) mij wederom ziek te melden. Op deze manier zou ik dan weer opnieuw een arbeidsdeskundig onderzoek krijgen, waarbij ik mij (dit keer) zal laten bijstaan door een arbeidsconsulent van het SEIN (expertisecentrum voor epilepsie). En mogelijk zal hier dan een hoger arbeidsongeschiktheid percentage uit komen, waardoor ik wel aanspraak kan maken op mogelijke extra ondersteuning.

Ik moet mij ziek melden, terwijl ik mij niet ziek voel…

Het feit wat mij gevoelsmatig blijft knagen, is dat ik mij niet ziek voel. Hoewel inmiddels de depressieve gevoelens meer al langere tijd sterker aanwezig zijn dan voorheen, wil ik heel graag werken. Alleen wel op een werkplek, waar de kennis en expertise aanwezig is omtrent mijn klachten.

De overheid is verplicht om mensen met een arbeidshandicap in dienst te nemen. Nu voel ik mij niet gehandicapt. In ieder geval niet lichamelijk. Maar gezien mijn behandelduur en complexiteit van mijn klachten en de inmiddels grote afstand tot de arbeidsmarkt, omdat geen enkele werkgever kijkt naar wat ik wel kan, ben ik langzaam aan het toewerken naar een vorm van acceptatie. Acceptatie dat ik door de overheid en werkgevers gezien wordt als arbeidsgehandicapte. Maar voor het zover is, zal ik eerst de stap moeten zetten om mij ziek te melden. Om misschien uiteindelijk beter te kunnen worden.