Bloedprikken.

De afgelopen maanden voel ik mij neerslachtig, en de laatste weken ben ik toenemend vermoeid. Ik weet niet wat hiervan de oorzaak of het gevolg is. Omdat deze situatie niet bevorderlijk is voor mijn gezondheid, heb ik besloten om bloedonderzoek te laten doen bij de huisarts.

Ik bel mijn huisarts, en de aanwezige assistente hoort dat ik mij neerslachtig voel, waardoor ik meteen terecht kan bij de huisarts. Ik probeer aan te geven dat de nood gelukkig ook weer niet zo hoog is, maar dat ik graag de oorzaak wil weten van deze vermoeidheid door middel van bloedonderzoek.

Dus ga ik vanmorgen, vol goede moed, ’even’  bloedprikken. Ik blijk behoorlijk spaarzaam te zijn met het geven van mijn bloed, want elke poging om bloed uit mijn aderen te verkrijgen loopt uit op een deceptie.

Langzaam veranderd mijn lichaam in een levend vergiet, en breekt bij mij de angst en paniek uit, dat ik straks voor het ‘simpele’ bloedprikken uit moet wijken naar het ziekenhuis. Ook het overduidelijke bewijs dat mijn lichaam wederom niet doet wat het simpelweg hoort te doen, zorgt voor een negatieve gedachtenspiraal waardoor de zweetdruppels langzaam zichtbaar worden op mijn voorhoofd.

De laborante vraagt of het gaat met mij, en ik antwoord dat het prikken mij weinig doet. Ik hoor zelf het snikken in mijn stem, en voel dat ik steeds minder aanwezig ben.

Inmiddels heeft de laborante een ader gevonden op mijn hand, waarna ze eindelijk mijn kostbare bloed in het buisje ziet lopen. Helaas gaat dit gepaard met een immense pijn, waardoor alle alarmbellen in mijn lichaam afgaan en mijn systeem in code rood veranderd. In plaats van net te doen dat het wel gaat met mij, laten de uiterlijke signalen weten dat het niet gaat met mij. Blijkbaar zie ik bleek, zweet ik als een otter en komen de woorden verdraaid mijn mond uit. Het lopen gaat ook niet meer zoals het behoort te gaan.

Gelukkig is er een behandeltafel beschikbaar waar ik op mag gaan liggen. Ondertussen probeert mijn lichaam zich  te ontdoen van alle stress en spanningen door een pseudo epileptisch insult in te zetten.

In het medisch centrum zitten  -geluk bij een ongeluk- alle medische disciplines bij elkaar, waardoor mijn huisarts meteen ingeschakeld kan worden. Ik hoor dat de vervangende huisarts komt kijken en voel dat ze wat controles bij mij doet. Ze vraagt wat voor mij de manier is, om uit de aanval te komen.

Hortend en stotend kan ik uitbrengen dat ik tegen de aanval lig te vechten, waarna ik de ‘goedkeuring’  krijg om de aanval er te laten zijn. Mijn lichaam verandert in een menselijke milkshake-machine, waarna ik niet lang daarna voel dat mijn lichaam zich eindelijk ontspant.

Terwijl mijn huisarts mij haar grootste angst toevertrouwd, (Haar moeten ze liggend bloedprikken!) kom ik langzaam weer wat meer in het ‘hier en nu’.
Nu is het niet zo dat ik niet tegen bloedprikken kan, mijn systeem kan niet tegen stress.

Helaas zijn er steeds meer dingen die mijn systeem als ‘stressor’  beschouwd, en ben ik continue lerende.

De les die ik hieruit heb geleerd heb, is dat ik voortaan bloed ga prikken in het ziekenhuis.

Advertenties

Compleet ontspannen in de natuur

Ondanks mijn vermoeidheid voelde mijn lichaam een grote ‘ja’ toen ik door Francis van de Wiel uitgenodigd werd voor een evenement met als titel ‘Compleet ontspannen in de natuur’
Afgezien van Francis, kende ik niemand van de organisatie. Overigens ken ik Francis ook nog maar vrij kort; maar door haar liefdevolle aanwezigheid die ik van haar mocht ontvangen tijdens de vele keren dat ik in de empathietent van het Open UP festival ben beland, voelde ik mij veilig in haar aanwezigheid.

Nadat ik de informatie nog eens later las, werd de fysieke ‘ja’ nog groter, terwijl in mijn hoofd de mentale overtuigingen mij ervan probeerden te weerhouden om te gaan. “Ik ken daar niemand”, “Het is helemaal in Putten”, “zou ik dat nu wel doen, omdat ik al zo moe ben”, waren enkele gedachtenspinsels die in mijn innerlijke gedachtewereld regelmatig voorbijkwamen.

Maar ik heb geluisterd naar mijn lichaam. Omdat ik geen zin had om mij in het drukke autosnelweg-verkeer te voegen, waardoor er een extra druk op mijn oplettendheid gelegd zou worden, besloot ik op woensdag 8 augustus met de trein op pad te gaan.In eerste instantie zag ik er tegenop om de ruim 2 uur durende reis te maken, maar met de heerlijke klanken van Murray Kyle die door de oordopjes mijn interne wereld  wat verzachtte, kon ik mij meer overgeven aan het even niet hoeven op te letten. Althans…niet op het verkeer. Ik moest wel op de juiste momenten uit stappen om de volgende aansluiting te kunnen nemen.

Aangekomen op de locatie van het event werd ik welkom geheten met een ‘maatschappelijk verantwoordelijke’ handenschudden, terwijl ik eigenlijk na de lange reis behoefte had aan een knuffel. Voordat ik het wist, hadden de woorden zich al een weg naar buiten gewerkt en vroeg ik gewoon om een knuffel. Want “handenschudden is zo gewoon”. Ik stond perplex van het feit dat ik mijn behoeften zo duidelijk uitsprak. Gelukkig werd mijn behoefte positief beantwoord en een warme omhelzing volgde.

Er was genoeg te doen, waardoor ik mij even als een kind in een snoepwinkel waande, en tegelijkertijd pas op de plaats maakte door even te aarden en mij heerlijk in de loungebank liet zakken.

 

Ik besloot een workshop yoga nidra te doen, omdat ik gemerkt heb dat dit voor mij momenteel de perfecte yogavorm is. Weinig inspanning met veel effect. Tijdens het opmerken van de diverse lichaams-sensaties viel het mij op dat ik sommige lichaamsdelen onvoldoende of helemaal niet kon voelen. Blij was ik toen ik hier geen oordeel over had. Het was er ….of beter gezegd…niet. En dat was ook oké.

Hierna volgde een ademreis van Francis. Ik was al heerlijk opgewarmd door de yoga nidra, waarna de zon ook langzaam doorbrak en mijn lichaam verwarmde. Helaas waren mijn innerlijke stemmetjes ook van de partij, die vonden dat “ik het goed moest doen” en “hard moest werken”, dus ging ik stevig van start met ademen. Blijkbaar had mijn lichaam andere plannen met mij, want op het moment dat het gebied rond mijn 3e chakra werd aangesproken, werd mijn overlevingsmechanisme automatisch ingezet. Ik begon minder intensief te ademen, waardoor ik ook minder voelde. Steeds oppervlakkiger, waardoor ik op een gegeven moment mijn lichaam zelfs ook niet meer voelde. Ik hoorde dat ik mijn lichaam weer in beweging mocht zetten, maar dat lukte tijdelijk niet meer. Mijn lichaam had besloten om een time-out te nemen. Een bekend verschijnsel voor mij, en gelukkig ook voor Francis, waardoor er geen paniek ontstond op het moment dat ik meer tijd nodig had om mijn lijf weer te belichamen.

Inmiddels verzamelde zich de deelnemers voor de tai chi tao qi-gong zich om mij heen, waardoor ik de tijd en ruimte kreeg om mijn lichaam nog meer te verzachten, terwijl de aardende oefeningen en energie mij hielpen om meer lichaamsbewustzijn te krijgen.

Hierna hadden mijn benen nog niet de kracht om mij te kunnen dragen, dus maakte ik van deze gelegenheid gebruik om nog meer prana (levensenergie) tot mij te nemen en van een tweede ademsessie gebruik te maken. Ik zat er toch nog…

In plaats van te liggen, besloot ik dit keer de ademsessie zittend te ervaren, wat een bijzonder effect gaf. Ik werd mij met elke ademteug bewuster van mijn lichaam, ondanks dat ik de vermoeidheid kon voelen van mijn lichaam. De intentie om mijn weerstand los te laten, zorgde er ook voor dat ik op een gegeven moment tranen over mijn wangen voelde stromen, waar ik dankbaar voor was. Want dat voelde ook als het loslaten van mijn weerstand en verzet, waardoor ik kon verzachten. Toen ik later uitsprak hoe ik mij nu voelde was het woord ‘aanwezig’ het eerste wat in mij opkwam zonder dat ik daar over hoefde na te denken.

Vervolgens heb ik nog heerlijk van de bosrijke omgeving en de fijne energie genoten die er heerste, zonder het gevoel te hebben dat ik iets moest. Tja, het enige wat ik moest…is op tijd de bus halen die mij weer naar het station van Putte  zou brengen. En aangezien dat die bus maar 1 x per uur reed, was dat toch wel een ‘dingetje’  Gelukkig had ik nog ruim een half uur voor den wandelingetje van 5 minuten.

Op de weg terug richting Rotterdam, onder het genot van een Recharge-sapje, bedacht ik mij ineens dat ik vandaag eigenlijk een hele grote stap heb gezet door mijn te luisteren naar wat mijn lichaam wilde doen. Want hoewel mijn hoofd er van alles van vond, hebben mijn voeten mij geleid naar de bijzonder mooie plek in Putten waar ik heb kunnen onthaasten en opladen. En dan heb ik niet eens met mijn voeten in het heerlijke magnesiumbad gezeten.

Dank jullie wel voor de organisatie!

Mijn inner journey.

De afgelopen weken stonden voor mij in het teken van het onderzoek wat mij zou kunnen helpen bij het omgaan van mijn klachten. Hoewel het woord “klachten” impliceert dat de reacties die mijn lichaam aangeven slecht zijn. Integendeel. Ze vertellen mij een hoop. Alleen hoe ik dat interpreteer is een ander verhaal. Daarnaast denk ik dat de reactie van de omgeving van invloed is op dit verhaal. Hoewel ik er inmiddels ook wel achter ben gekomen dat IK de omgeving niet kan veranderen. Waar ik wel invloed op heb, is hoe ik hier ZELF mee omga.

Op dinsdag 17 juli ben ik onder begeleiding van een bevriende Journey- en ademtherapeut op onderzoek uitgegaan, waar bovenstaand inzicht een uitkomst van is gebleken. Ik heb vele innerlijke delen (af en toe is het echt ‘gezellig’ druk in mijn hoofd).
Eén van die delen is de analyticus die vaak aan het hoofd van de tafel met de scepter zit te zwaaien, probeer ik even op de achtergrond plaats te laten nemen. Op de publieke tribune, waar hij vanachter het glas alles mag gadeslaan en erop reageren, zonder dat ik hem hoor.

In mijn hoofd zitten Waldorf en Statler uit de Muppetshow. 

Bij de voorbereiding voor de reis die ik zal maken lijkt het wel of ik in een Virtual Reality-wereld stap. Ik mag mijn ogen sluiten en alles wat er achter in ogen plaatsvindt, lijkt ineens levensecht te zijn. Ik zie mijn overleden oma (ik kan haar zelfs voelen) die mij op deze reis zal bijstaan. Ik mag een vervoermiddel uitzoeken en besluit een oude Amerikaanse zwarte ‘slee’ te nemen, waarvan ik zelfs het leer kan ruiken! Langzaam daal ik af in mijn lichaam en steeds dieper in mijn onderbewuste, terwijl ik mij bewust blijf van de omgeving. Mijn innerlijke analyticus staat op het raam te tikken en gebaart wild om zich heen, om toch wat aandacht te krijgen. Naast hem staat mijn innerlijke criticus, die er van alles van vind en op alles commentaar lijkt te hebben. Zelfs op mijn innerlijke analyticus. Het lijken net Waldorf en Statler uit de Muppet-show. Ik probeer ze te negeren en luister naar mijn Journey-therapeute die mij aanmoedigt om te blijven voelen.

Op een gegeven moment zijn we aangekomen ergens in een plek van mijn lichaam, waar ik uitstap en nieuwsgierig om mij heen kijk. Het is donker om mij heen. Ik gebruik de zaklamp om de donkerte van licht te voorzien. De omgeving wordt verlicht en ik voel mijn nieuwsgierigheid groter worden op het moment dat ik een zwart gat zie. Het zwarte gat heeft een vreemde aantrekkingskracht op mij, terwijl ik het ook spannend vindt. Durf ik te kijken wat daar verborgen ligt? Gelukkig hoef ik het niet alleen te doen, want als ik naast mij kijk, staat mijn oma naast mij en zegt dat we dit samen aan kunnen. Deze woorden worden bevestigd door de stem van mijn Journey-therapeut.

Enigszins aarzelend en stapje voor stapje ga ik naar binnen. Het zwarte gat in. Het benauwd me, het lijkt wel of de ruimte waar ik zit steeds krapper wordt. De stem vraagt hoe oud ik ben en of ik dit gevoel (her)ken. Het voelt alsof ik een trechter van een windhoos ingezogen wordt en in sneltreinvaart voel ik mij kleiner worden en voor ik het weet ben ik op de basisschool waar ik door mijn klasgenootjes en zelfs door mijn meester gepest word. Ik voel mij alles behalve op mijn gemak. Ik mag nog verder terug. Het volgende moment ben ik nog kleiner; ik vermoed een jaar of 2 a 3. Ik hoor een hoop geluiden, zie veel mensen die in paniek zijn. Ik snap er niets van. Zijn ze in paniek om mij? Ik weet het niet. Ik voel dat mijn fysieke lichaam verkrampt. Het zachte gespin op de achtergrond van mijn poes helpt mij beseffen dat ik thuis op een matras zit, maar uiteindelijk is ook de stem van mijn Journey-therapeute ervoor nodig om mijn lichaam weer zachtjes te kunnen ontspannen.

Misschien was ik er nog niet klaar om te gaan leven? 

Ik mag nog verder terug in het verleden en het lijkt wel alsof ik klem kom te zitten. Ik moet energetisch overgeven. Mijn lichaam maakt een kokhalsbeweging, alleen komt er niets uit. Het benauwde gevoel wordt erger en ik heb het gevoel dat ik aan het stikken ben. De stem vraagt waar ik mij op dit moment bevindt. Zonder dat ik daar over hoef na te denken, hoor ik mijzelf antwoorden dat ik mij in het geboortekanaal bevindt. Tussen dood en leven. Tussen weggaan of blijven. Tussen stikken en ademhalen. Tussen ziel en lichaam. Blijkbaar is dit het moment waar ik besloten heb om mijn ziel te scheiden van mijn lichaam. Misschien omdat ik er nog niet klaar voor was om mijn leven te gaan leven?

Mischa, mijn poes van bijna 20 jaar, laat haar aanwezigheid merken door regelmatig kopjes te geven; met name op de moeilijke momenten in mijn reis. Naast dat mijn oma mij vergezeld in mijn onderbewuste, is Mischa er om mij te ondersteunen in het bewuste. Ook de fysieke aanrakingen van mijn Journey-therapeute zorgen ervoor dat ik niet meegezogen wordt in het zwarte gat van het niets.

Inmiddels zit ik zo in mijn onderbewuste, dat ik vanaf dit punt nog maar flarden van mijn reis kan herinneren. Althans, flarden die ik mij bewust kan herinneren. Dit gegeven zorgt er in ieder geval wel voor dat de Waldorf en Statler in mijn hoofd waarschijnlijk inmiddels of in slaap zijn gevallen, of zich gewonnen geven om commentaar te leveren. Ik hoop het laatste, wat inhoudt dat ik een mogelijkheid heb gevonden om hen (tijdelijk) het zwijgen op te leggen. Namelijk; door naar mijn onderbewuste te gaan en te gaan voelen.

Ik heb verTROUWEN nodig om mijn lichaam, ziel en innerlijke kind samen te laten smelten.

Wat ik mij nog wel kan herinneren is het kampvuur waar ik samen met mijn lichaam, ziel en mijn kleine meisje (ik vermoed dat dit mijn innerlijke kind is) zit. Begeleid door de stem wordt er een innerlijke dialoog gehouden en wordt mij gevraagd wat er voor nodig is, om deze delen samen te kunnen laten werken. Mijn antwoord is vertrouwen, waar het woord TROUWEN in zit. Dus volgt er een huwelijk tussen ziel en lichaam. Belangrijke mensen uit mijn leven mogen bij deze ver-eniging, of beter gezegd her-eniging aanwezig zijn. En IK mag aangeven wie deze personen zijn. Deze delen, lichaam en ziel worden her-enigd door mijn kwaliteiten kracht en kwetsbaarheid.

Ik mag tegenover mijn lichaam gaan staan en mij hiermee her-enigen. Een moeizame confrontatie volgt en ik merk op dat mijn fysieke lichaam wederom verkrampt mijn adem stokt in mijn lichaam. Ik voel het benauwde gevoel weer om mij heen en wederom is Mischa er om mij te ondersteunen in dit lastige proces waar ik het liefste van weg ga. Ik kan mij nog niet her-enigen met mijn lichaam omdat er nog een stuk schuld en schaamte op zit. Mijn bewuste denken weet dat deze gevoelens niet nodig zijn, maar mijn onderbewuste heeft hier blijkbaar nog veel moeite mee om dit te accepteren. Het lijkt wel alsof de stem weet dat het nodig is, om eerst nog wat te zeggen tegen het lichaam voordat mijn kracht en kwetsbaarheid ze in de echt verbind. Net als bij een echt huwelijk er een speech nodig is. Ik bedank mijn lichaam voor hetgeen wat het gedaan heeft, omdat het niet anders kon. Tranen rollen over mijn wangen en ik voel de echtheid die er van deze woorden uit gaat. Ik vertel mijn onderbewuste dat het een automatische respons van mijn lichaam is geweest waar ik totaal geen schuld aan heb, waarna ik in gedachten ik een buiging geef aan mijn lijf.

Als laatste mag ik mijn innerlijke kind in mijn armen nemen en op gaan in mijn ziel. Een samensmelting volgt waardoor er uiteindelijk één persoon overblijft: IK. Met mijn lichaam, ziel en innerlijk kind. De stem vraagt of ik het leven in wil ademen. Wederom stokt mijn adem, maar met behulp van haar ondersteuning, mijn oma die mij nog steeds in mijn onderbewuste bijstaat, alsmede de bejaarde hulppoes in het bewuste, lukt het mij om met een voorzichtige ademteug een keuze te maken tussen dood of leven. Tussen weggaan of blijven. De tweede ademteug gaat gemakkelijker, waarbij de weerstand minder groot is en bij de derde ademteug durf ik nog meer leven in te ademen.

Ik kan mij zomaar voorstellen dat er een grote glimlach op mijn gezicht verschijnt.

Langzaam zie ik dat het kampvuur uitdooft en de personen die bij deze samensmelting aanwezig zijn geweest vervagen langzaam op mijn netvlies. Ik wordt uitgenodigd om samen met mijn oma terug te lopen naar de plek waar we samen uit de Amerikaanse Cadillac zijn gestapt om dezelfde weg weer terug te maken. Voordat ik afscheid neem van mijn oma, omhels ik haar en ik kan mij zomaar voorstellen dat er een grote glimlach op mijn gezicht verschijnt. Ik bedank mijn oma voor haar support op deze onderbewuste reis en zij antwoord met de wijze raad dat ik ‘’goed ben zoals ik ben”

Deze woorden bevestigen het inzicht dat ik mag gaan voelen vanuit mijn hart. Daar waar de innerlijke delen geen toegang tot hebben. Maar waar de puurheid en het gevoel opgeslagen ligt. Dit symboliseert ook meteen mijn onderbewuste. De innerlijke delen in mijn hoofd heb ik de afgelopen periode kunnen identificeren als de verinnerlijkte stemmen van onder andere mijn vader, die ervoor zorgen dat ik makkelijk in het verhaal ga geloven. Maar dat is niet MIJN verhaal. Dat is het verhaal van de Walfdorf en Statler.

Ondertussen ben ik aangekomen bij de laatste stappen die ik zal zetten in deze reis. Onderaan de trap kijk ik naar boven en langzaam maar zeker zet ik mijn voeten op de eerste tree, waarna ik tree voor tree meer en meer bewustzijn krijg over mijn lichaam en …..mijn leven. Ik merk dat mijn analyticus inmiddels ook weer ontwaakt is, en wil alles op papier zetten. Ik kan hem overtuigen dat IK liever nog even in het gevoels-stuk wil blijven zitten, voordat hij zich er mee mag bemoeien.

Door wat langer te blijven in het gevoel, komen er als vanzelf nog meer inzichten naar boven waar ik ’s middags samen met een vriendin over kan filosoferen. Ik leg aan haar voor dat ik erachter kwam dat ik eigenlijk helemaal niet geboren had willen worden en in het niets wilde blijven. Maar aan de andere kant wil ik ook heel graag gezien worden in wie ik ben. Zij zette mijn innerlijke delen een mooie spiegel voor waardoor zij meteen stil waren met de woorden: “Hoe kan je gezien willen worden in het niets?”

Op dit niveau kan ik het antwoord wel VOELEN!

Tja, daar hadden Waldorf en Statler niet van terug en tegelijk schoot ik door naar het gevoelsniveau, want op dit niveau kan ik het antwoord wel VOELEN!

 

 

Rondje Kralingse Plas

Het was vroeg voor ‘De Wandeling’. Niet de versie van de televisie met alle camera’s, maar wel met een wandelcoach die licht kan schijnen op mijn blinde vlekken. Die iemand heb ik gevonden: Saskia Engels. Nadat ik bij haar een aantal keer haar warmte van het Rondje Vuur heb ervaren, voelde ik mij bij haar veilig genoeg om samen met haar eens dieper op mijn blind spots in te zoomen. Dus stonden we vrijdagochtend 6 juli 2018 om 08.00u bij het (op dat tijdstip nog gesloten) restaurant voor een Rondje Kralingse Plas.

Wat zou er gebeuren als ik de controle loslaat?

De eerste minuten van de coachingswandeling vertel ik dat er momenteel (te) veel gebeurt in mijn leven waar ik graag de controle over wil houden. Dit word uiteraard beantwoord werd met de wedervraag wat er zou gebeuren als ik de controle los laat. Een typische coachingsvraag die ik zelf ook regelmatig aan mijn cliënten stel. Tja, wat dan….

Gaandeweg het rondje komen er al lopend stapsgewijs antwoorden op deze, eigenlijk meest essentiële vraag, waardoor er ook inzichten komen op de andere vragen.

Het paradoxale van dit inzicht is het feit dat mijn lichaam letterlijk zelf de controle loslaat op het feit dat ik ga voelen. Ga voelen wat er zou gebeuren als ik de controle loslaat. Hierdoor heb ik een fantastisch beschermingsmechanisme gevonden, door in mijn denken te gaan zitten. Inmiddels heb ik gemerkt dat ook daar de oplossing niet zit, maar dat dit een eigenlijk een afleidingsmanouvre is om niet te hoeven voelen hoe het zou zijn als ik de controle los laat. Want voor mij betekent dat kwetsbaar zijn. En daar ben ik juist zo bang voor.

Om terug te komen op de vraag wat er zou gebeuren als ik de controle loslaat, komt het antwoord uit mijn denkbrein naar boven borrelend dat ik eigenlijk de angst heb om in duizend stukjes uiteen te vallen in het niets. Niet denken, niet voelen, niet gezien worden wie ik in wezen ben.

Het niet denken maakt mij angstig, want daar ligt mijn (schijn)veiligheid van het controle houden. Niet voelen waardoor ik automatisch in mijn denken schiet. Maar eigenlijk raakt de angst om niet gezien te worden wie ik in wezen ben, het belangrijkste van mijn worsteling in mijn leven.

Hoe kan iets loslaten wat mijn redding is geweest?

Het loslaten van de controle impliceert voor mij ook het loslaten van het vechten. Hoewel ik het vechten op 3 jarige meisje letterlijk nodig heb gehad om niet te verdrinken om zo te kunnen overleven. En dan zou ik datgene wat mijn redding is geweest moeten opgeven en loslaten? De denker in mij wil hier inzicht in krijgen, terwijl het 3 jarige kleine meisje nog geen woorden kan geven aan wat het voelt, laat staan de verbanden leggen.

Halverwege het rondje staan we samen stil bij het feit dat dit innerlijke kind geen woorden nodig heeft of verbanden hoeft te leggen om te zijn wie zij in wezen is. Het raakt mij en er komt emotie, wat door mijn kritische ouder meteen veroordeeld word. Hierdoor worden mijn tranen snel weer weggedrukt. Saskia bemerkt dit en zij omhelst mij. Hierdoor word het meisje van 3 gezien en gehoord zonder oordeel en kan ik wat meer verzachten. Woorden zijn op dat moment even niet nodig en we lopen zwijgend verder.

Verzachten is een toverwoord wat mij eraan herinnert dat ik vaak onbewust en ongemerkt heel hard aan het vechten ben. Een gevecht in mijn hoofd om het allemaal te kunnen begrijpen. Omdat dit heel veel energie kost, ben ik zoekende naar manieren die voorbij het denken gaan en mijn onbewuste aanspreken. En daarbij heb ik iemand anders nodig, want ik weet dat de controleur in mij er alles aan zal doen, om dit te voorkomen.

Constant in gevecht met het leven

Ik wil dat het leven niet zo ingewikkeld is, en vertel haar dat ik in het verleden zelfs wel eens de wens heb gehad dat ik niet tijdig uit het water gehaald zou zijn. Ondanks dat ik het niet meer bewust kan herinneren, weet ik wel dat het mij een heel rustig en ontspannen gevoel gaf. Later ontdekte ik dat deze ervaringen typisch zijn voor een bijna-dood-ervaring. Soms verlang ik terug naar dat moment. Niet meer hoeven denken, niet meer hoeven voelen. Maar ook niet meer gezien worden in wie ik werkelijk ben. En daardoor ben ik blijkbaar constant in gevecht met het leven.

Omdat ik zelf ook coach ben, ken ik de beproefde technieken die Saskia toepast om mij zelf tot de inzichten te laten komen. Aan het einde van het rondje besef ik mij dat ik mijzelf aan het coachen ben en ik het ene inzicht na de ander. Mijn kritische ouder gaat deze inzichten meteen analyseren, waardoor ik weer in mijn hoofd schiet en ga twijfelen aan de gevonden inzichten waar ik zo trots op ben. Ik benoem dit en ben blij dat Saskia, die naast mij loopt mij hierop attendeert.

Mijn hoofd is weer een beetje helderder. Mijn lichaam volgt vanzelf

Op het moment dat we het restaurant weer in het vizier krijgen vraagt ze mij hoe het met mij is. Ze ontwijkt de vraagstelling hoe ik mij voel; want daar weet ik soms vaak geen antwoord op te geven. Ik voel wel van alles, maar kan er geen woorden aan geven. Mijn kritische ouder heeft commentaar op de gevoelens die ik heb. Deze kritische ouder is de verinnerlijkte stem van mijn echte vader die van mening is dat gevoelens en emoties onzin zijn. Ik antwoord dat ik mij rustiger voel in mijn lichaam en dat het wat helderder is in mijn hoofd. Alsof iemand samen met mij geholpen heeft om weer een beetje orde te scheppen in mijn chaotische bovenkamer. Niet dat alles nu opgelost is, maar alles zit weer keurig in de dozen en laatjes waar het hoort. En ik weet dat er af en toe zo’n laatje of doosje spontaan openspringt om er iets mee te gaan doen.

Maar voor nu is het dankzij het Rondje Kralingse Plas weer rustiger in mijn hoofd. En dan volgt mijn lichaam vanzelf!

 

Accepteren dat ik ziek ben om beter te worden?

Het gaat niet goed met mij. In mijn hoofd blijven mijn gedachten analytisch rondjes draaien, waar ik heel erg moe van wordt. Hoewel de adem-2daagse wel enigszins wat druk van de ketel af heeft gehaald, blijven triggers als omgaan met afwijzing een grote rol spelen in mijn leven. Al sinds 2011, heb begin dat ik mijn PNES-aanvallen kreeg en de daarop volgende tijdelijke uitvallen van spraak en benen, ben ik bezig een geschikte en passende therapie te vinden die voor mij werkt. Ik heb inmiddels van alles al geprobeerd; van hypnotherapie, cognitieve gedragstherapie, EMDR, (lichaamsgerichte) psychotherapie. Ik ben zelfs 4 maanden klinisch opgenomen geweest om ervoor te zorgen dat mijn automatische beschermingsmechanisme wat minder aanwezig kon zijn.
Natuurlijk hebben deze therapieën hun effect gehad, maar heeft niet geleid tot de doorbraak van het verdwijnen van mijn klachten. Het lijkt wel alsof mijn PNES-klachten onbewust mijn eigen systeem blijft aanvallen, net zoals je dat bij een lichamelijk auto-imuunziekte ook ziet.

Ik ben gestopt met het tellen van de afwijzingen.

Sinds september 2017 ontvang ik, na 3 jaar in de ziektewet te hebben gezeten, een WW-uitkering met de bijbehorende sollicitatieplicht. Omdat ik ook heel graag aan het arbeidsproces mee wil blijven doen, en mij (nog) niet als arbeidsbeperkt zie, solliciteer ik dan ook braaf. Helaas krijg ik in 90% van de gevallen een afwijzing op mijn gestuurde sollicitatiemail, waarin ik netjes aangeef dat ik mijn beperking niet zie als belemmering om te solliciteren. Inmiddels ben ik gestopt met het tellen van de afwijzingen die ik als reactie op mijn motivatiebrief ontvang. Een heel enkele keer mag ik op gesprek komen, en ben dan heel blij dat een werkgever mij wil uitnodigen om de mens achter de brief te ontmoeten. Hoewel ik in mijn achterhoofd nog steeds rekening houd met een afwijzing, voelt het alsof ik in ieder geval de eerste ronde overleeft heb. De afwijzing die ik vervolgens moet incasseren voelt echter wel zwaarder dan een simpele email.

Vanwege de onvoorspelbare aard van mijn klachten, kan ik echter nooit garanderen dat ik geen aanval zal krijgen op mijn eventuele nieuwe werkplek en is mijn Functionele Mogelijkheid Lijst dusdanig aangepast dat het vinden van een passende functie erg lastig is. Het feit dat mijn arbeidsongeschiktheidspercentage ‘maar’ 28,08% bedraagt, werkt ook niet in mijn voordeel.

Mijn klachten zijn “ge-auto-immuniseert”

Regelmatig krijg ik bij instanties waar ik hulp en ondersteuning zoek, te horen dat mijn dossier een ingewikkelde casus is, omdat ik met mijn klachten eigenlijk een hogere arbeidsongeschiktheidspercentage had moeten krijgen, waardoor ik aanspraak kan maken op extra ondersteuning vanuit de Wet WIA.
Dat betekent dat ik altijd tussen ‘wal en schip’ zal blijven vallen. Met in mijn nek de druk van de sollicitatieplicht, waarbij de trigger van afwijzingen continue gevoed wordt. Ik wil graag werken, maar door de onduidelijkheid en onzekerheid en de continue afwijzingen in combinatie met het feit dat ik tot op heden nog steeds geen goede therapie heb gevonden, zijn mijn klachten inmiddels zo “ge-auto-immuniseert”, dat mijn diagnoses PTSS en dystheme stoornis (=continue lichte depressiviteit) zich inmiddels ook in het verhaal gaan mengen. Met alle klachten van dien.

Vanuit verschillende richtingen wordt mij momenteel geadviseerd om mij (ondanks het feit dat ik in de WW zit) mij wederom ziek te melden. Op deze manier zou ik dan weer opnieuw een arbeidsdeskundig onderzoek krijgen, waarbij ik mij (dit keer) zal laten bijstaan door een arbeidsconsulent van het SEIN (expertisecentrum voor epilepsie). En mogelijk zal hier dan een hoger arbeidsongeschiktheid percentage uit komen, waardoor ik wel aanspraak kan maken op mogelijke extra ondersteuning.

Ik moet mij ziek melden, terwijl ik mij niet ziek voel…

Het feit wat mij gevoelsmatig blijft knagen, is dat ik mij niet ziek voel. Hoewel inmiddels de depressieve gevoelens meer al langere tijd sterker aanwezig zijn dan voorheen, wil ik heel graag werken. Alleen wel op een werkplek, waar de kennis en expertise aanwezig is omtrent mijn klachten.

De overheid is verplicht om mensen met een arbeidshandicap in dienst te nemen. Nu voel ik mij niet gehandicapt. In ieder geval niet lichamelijk. Maar gezien mijn behandelduur en complexiteit van mijn klachten en de inmiddels grote afstand tot de arbeidsmarkt, omdat geen enkele werkgever kijkt naar wat ik wel kan, ben ik langzaam aan het toewerken naar een vorm van acceptatie. Acceptatie dat ik door de overheid en werkgevers gezien wordt als arbeidsgehandicapte. Maar voor het zover is, zal ik eerst de stap moeten zetten om mij ziek te melden. Om misschien uiteindelijk beter te kunnen worden.

Ademen. We doen het allemaal, toch?

Ademen. Ondanks dat de liefde voor het ademwerk gegroeid is (ik ben inmiddels zelfs ademcoach) heb ik nog steeds een haat-liefde verhouding met het ademen.
Misschien niet zozeer met het ademen op zich; want dat (gelukkig) 24/7 vanzelf, maar de frustratie ligt meer in het feit hoe mijn lichaam reageert op de extra zuurstof, prana of energie die je bij het ademwerk tot je neemt!

Omdat mijn lichaam (door traumatische ervaringen uit het verleden) in een constante waaktoestand verkeert, wordt deze toename van energie onbewust gezien als “gevaar”, waardoor er als een automatische respons de oude overlevingsmechanismes van het reptielenbrein (vluchten, vechten en bevriezing) aangezet worden.

Toen ik in 2010 begon met ademwerk kon mijn lichaam niet anders dan vluchten (flight); de toename van zuurstof was te overweldigend voor mijn systeem, waardoor ik regelmatig uit mijn lichaam dissocieerde om zo maar niet te hoeven voelen wat er aan de oppervlakte kwam. Ik had het idee dat het dissociëren erbij hoorde en dat dit een normale reactie was.

Later, nadat ik de boeken van Peter Levine (‘De tijger ontwaakt’ en ‘de stem van mijn lichaam’) gelezen had, begreep ik beter wat mijn lichaam nodig had om de beweging af te maken waar mijn systeem in gevangen zat.

Ei van Columbus

Omdat ik dacht dat ik het “ei van Columbus” gevonden te hebben, stortte ik mij in therapeutische encounter-programma’s waarin het uitten van mijn gevoelens en emoties centraal stonden. Hoe meer, hoe beter. Achteraf gezien was, wat ik deed pure over-acting en ging voorbij aan het daadwerkelijke gevoel wat eronder zat. Maar goed, dat is achteraf gezien. Op dat moment had ik het nodig om mij weer te kunnen aarden, gronden en mijzelf fysiek te voelen. Emotioneel was een ander verhaal!

Inmiddels kan ik deze vecht-modus meer kanaliseren, en lijken de onafgemaakte bewegingen in mijn lichaam als vanzelf zich te ontladen. Als dit tijdens het ademwerk gebeurd, juich ik dit alleen maar toe. Mijn lichaam trilt en schud dan als vanzelf waardoor de overtollige spanning zich een weg naar buiten baant. Ook komt hier vaak oud verdriet mee naar boven, of zie ik beelden die zich vanuit mijn onderbewuste op mijn netvlies geprojecteerd worden. Doordat mijn aandacht gefocust is op het ademen, kan ik niet anders dan het gadeslaan, zonder dat ik er iets mee hoef! Behalve te voelen!
En in dat voelen zit weer een volgende crux. Soms zijn de gevoelens zo overweldigend dat ik er alles aan doe om ze niet te voelen en in een split-second reageert mijn reptielenbrein weer door te vluchten.

Mijn regelsysteem is niet goed afgesteld

Normaal gesproken is dit regelsysteem goed op elkaar afgesteld en weet je automatisch wat er nodig is om te overleven (vechten, vluchten of bevriezen)
Helaas is het regelsysteem in mijn lichaam nog niet helemaal goed afgesteld en lopen deze overlevingsmechanismen in elkaar over of wordt er een ander mechanisme ingezet dan nodig is. Deze Functioneel Neurologische Stoornis is in 2013 bij mij gediagnostiseerd en ben aan het onderzoeken hoe ik dit regelsysteem beter op elkaar af kan stemmen. Hoewel dit een proces is, heb ik wel het gevoel dat het ademwerk mij hierin kan ondersteunen. Na afloop van een ademsessie lijken er steeds meer puzzelstukjes op zijn plaats te vallen, terwijl mijn lichaam op dat moment daar totaal geen boodschap aan heeft.

Na een ademsessie lijkt het wel alsof mijn lichaam moet ontdooien uit de freeze-stand, terwijl er van binnen nog allerlei processen gaande zijn. Hierdoor voelt het alsof er kortsluiting in mijn lichaam plaatsvind, waardoor het niet anders kan dan compleet uit te vallen. Inclusief het vermogen om te praten of bewegingen te maken met mijn lichaam. Gek genoeg voel ik mij in mijn hoofd wel heel helder en stil.

De wijsheid van mijn lichaam is intelligenter dan ik kan bedenken

Ik ervaar alles om mij heen (inclusief mijzelf) in slow-motion en heb moeite om ‘weer op gang te komen’  Dat mijn benen het tijdelijk niet doen, vind ik minder erg dan het onvermogen om te kunnen praten. In mijn hoofd weet ik precies wat ik wil zeggen, alleen komen de woorden niet over mijn lippen. Alsof er een besturingsfoutje zit tussen mijn hersenen en mijn mond. Heel langzaam (veel langzamer dan anderen) kan ik mijzelf weer belichamen en komt mijn spraak ook weer terug.

Door het ademwerk heb ik wel gemerkt dat de wijsheid van mijn lichaam intelligenter is dan ik met mijn mind kan bedenken. Mijn lichaam weet precies wat het nodig heeft om zich te helen. En misschien geeft het heel subtiel aan dat ik in het dagelijkse leven ook wat meer in de vertraging mag gaan in deze drukke wereld om ons heen!

Zit het tussen mijn oren? Of in mijn lichaam!

Niet schrikken, maar ik ga je in dit blog voorzien van een hoop medische termen en afkortingen. En gelukkig zal ik je ook uitleggen wat deze termen afkortingen betekenen. Maar omdat het anders een heel lang verhaal gaat worden, gebruik ik voor het gemak de afkortingen.

Nadat ik eind 2008 eigenaresse werd van een dubbele burnout, heb ik mij daar, voor mijn gevoel redelijk uit geworsteld. Dat wil zeggen; dat ik uiteindelijk wel weer aan het arbeidsproces mee kon doen. Zij het niet meer zoals voorheen, want door de burnout was mijn interne stress-systeem behoorlijk aangetast, maar daar was ik mij op dat moment nog niet van bewust.

Pas jaren later, in 2013 kreeg ik met enige regelmaat aanvallen die erg lijken op epilepsie. Variërend van kortdurende wegrakingen, waarbij ik even niet reageer en de wereld om mij heen als vervreemd ervaar. Op het moment dat je mij een vraag zou stellen, kijk ik dwars door je heen en kun je geen contact met mij maken tot aan de tonisch-clonische insulten die kenmerkend zijn voor epilepsie.

Tja, daar stond ik dan. Met een suggestieve diagnose die eraan doet denken dat het tussen mijn oren zit.

Omdat ik niet wist wat er met mijn lichaam aan de hand was, ben ik door de hele medische molen gehaald en heb allerlei onderzoeken gehad (hersenscans, CT-scans, EEG, MRI etc.) Gek genoeg hoopte ik stiekem dat hier de diagnose epilepsie uit kwam. Dan had ik een diagnose, had het een naam en een oplossing. Tijdens een van de onderzoeken, waarbij ik in een stroboscooplamp moest kijken (een stroboscoop is een lamp die lichtflitsen geeft), kreeg ik zelfs een aanval. Dus duidelijker kon het niet gemonitord worden. Maar helaas was er niets te zien op de hersenscans, en werd ik naar huis gestuurd met de mededeling dat ik Pseudo-epilepsie had.

Tja, daar stond ik dan. Met een suggestieve diagnose die eraan doet denken dat het tussen mijn oren zit en dat het een schreeuw om aandacht is. In de psychiatrie werd dit als conversie-stoornis  bestempeld. Deze term heeft de psychiater Freud bedacht en werd in die periode hysterisch genoemd. Maar ik ben toch niet gek! De aanvallen zijn echt!

De onbewuste opgebouwde spanning explodeert op een gegeven moment en gaat vaak gepaard gaat met schokken, schudden en trillen van mijn lichaam.

Doordat de aanvallen kwamen steeds vaker voorkwamen beangstigde mij dit. Misschien is deze angst in het begin nog wel een instanthoudende factor geweest, maar inmiddels ben ik er niet meer bang voor maar heb nog wel steeds aanvallen. Door dit inzicht kreeg ik zelf ook het gevoel dat er meer aan de hand moest zijn en dat het niet alleen tussen mijn oren zou zitten. Gelukkig is er ook steeds meer (internationaal) onderzoek geweest en is de term conversiestoornis inmiddels vervangen door Functionele Neurologisch Stoornis (FNS). In het Engels Functional Neurological Disorder (FND). Onderzoek wijst uit dat er wel degelijk een stoornis is in de werking van het brein en de prikkelgeleiding. Maar dat dat (nog) niet zichtbaar gemaakt kan worden op hersenscans. Behalve met een dure functionele MRI (fMRI), maar omdat dit een erg kostbaar onderzoek is, wordt dat vaak niet ingezet.

Ik krijg wel eens de vraag van mensen wat ik ervaar tijdens zo’n aanval. Mede door langdurige en intensieve therapie kan ik het verloop van een aanval enigszins voorspellen. Allereerst veranderd mijn bewustzijnsstaat. Dit kan heel geleidelijk gaan, waardoor ik (als daar tijd voor is) mijzelf in het hier en nu probeer te houden. Helaas is dat vaak uitstel van executie, omdat ik weet er binnen afzienbare tijd een aanval aan zit te komen. Maar goed, ik kan mijzelf in veiligheid brengen of mijn omgeving op de hoogte stellen. Maar het kan ook zijn dat ik in een split-second ineens “weg” ben. Ik heb dan geen contact meer met mijzelf of de omgeving. Omdat ik tijdens zo’n aanval in een andere bewustzijnsstaat verkeer, vang ik flarden van gesprekken op, maar ben niet meer in staat om te reageren. Omdat ik vaak tegen de aanval zit te vechten bouwt er zich van binnen een onbewuste spanning op, die op een gegeven moment explodeert en vaak gepaard gaat met schokken, schudden en trillen van mijn lichaam. Doordat ik op dat moment (misschien gelukkig) al gedissocieerd ben, voel ik op dat moment weinig van dat schudden en trillen van mijn lichaam. Vaak ervaar ik achteraf wel een behoorlijke spierpijn en hoofdpijn.

Dit alles kan binnen een tijdsbestek van een paar minuten gebeuren. Dit hoor ik vaak achteraf, omdat ik zelf totaal besef van tijd, plaats noch persoon heb. Mijn lichaam neemt de regie over en mijn mind (gedachten en gevoelens) zijn op dat moment totaal uitgeschakeld. Het schudden kan ook een aantal minuten aanhouden, waarna ik van totale uitputting in een korte slaap val.

Het probleem zit niet tussen de oren, maar in het lichaam!  

In mijn noodprotocol, welke ik geschreven heb tijdens en na mijn klinische opname in het COLK (Centrum voor Onverklaarbare Lichamelijke Klachten), staat te lezen dat ik na afloop van een aanval contact met je kan maken door te knijpen in je handen. Vaak is na zo’n aanval mijn spraak en rechterkant van mijn lichaam tijdelijk uitgevallen. Gezien de nieuwste onderzoeken kan ik dit wel verklaren aangezien het spraakcentrum in de hersenen aan de linkerkant zit, welke tevens de rechterkant van het lichaam aanstuurt.

De term Functionele Neurologische Stoornis doet in dit opzicht beter recht aan mijn klachten dan de hysterische conversiestoornis die suggereert dat ik mijn klachten psychologisch zelf in stand houd.
Op 13 april is de Internationale dag van FND Hope, waarin aandacht wordt gevraagd voor mensen met Functionele Neurologische Stoornissen. Want het probleem zit niet tussen de oren, maar in het lichaam!

Ben ik een mens of een computer?

Enkele dagen herinnerde Facebook mij eraan dat ik twee jaar geleden na een klinische opname van vier maanden het Centrum voor Onverklaarbare Lichamelijke Klachten (COLK) verliet. Dat mijn herstel hierna pas zou gaan beginnen had ik toen nog niet kunnen bedenken.

Inmiddels ben ik twee jaar verder, en is er in die periode een hoop gebeurd. De diagnose conversiestoornis, waar ik in 2013 mee ben gediagnostiseerd, heeft in de nieuwe DSM 5 (‘de bijbel voor psychische aandoeningen’) de term Functioneel Neurologische Stoornis gekregen, een term wat de klachten beter verwoord. Daarnaast is er in de afgelopen jaren meer wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de FNS, waardoor het blijkt dat de klachten niet alleen een psychisch component hebben, wat in eerste instantie wel altijd gedacht werd. Ondanks dat werking van het brein en zenuwstelsel nog niet geheel duidelijk is het niet meer een compleet mysterie. Op de site van fsnnet.nl kwam ik de volgende uitleg tegen:

FNS is vergelijkbaar met een software probleem in een computer, in plaats van een probleem met de hardware.

“Bij andere neurologische ziekten kunnen we op een gewone hersenscan zien wat het probleem is, bijvoorbeeld bij een infarct of een tumor. Bij patiënten met functionele neurologische symptomen (FNS) is dat anders zij hebben geen schade in het zenuwstelsel en dus is het niet verrassend dat er ook geen veranderingen zijn te zien op een gewone hersenscan. In plaats daarvan is er een probleem in het  functioneren van het zenuwstelsel, de werking is veranderd.

Als mensen computers zouden zijn, zou het probleem bij functionele neurologische symptomen te vergelijken zijn met een software probleem. Er is niets mis met de bedrading of de chips in de computer – de hardware is in orde – maar de werking is aangetast. Als een computer een software probleem heeft, loopt de computer vast of werkt heel langzaam. Het zou niet helpen de computer open te maken en de componenten te bekijken. U zou niets zien als u een scan van de computer zou maken. Wat wel een oplossing zou zijn, is de computer opnieuw programmeren. Mensen zijn natuurlijk veel ingewikkelder dan computers.

Onze gedachten, emoties, gedragingen en belevingen zijn onze programma’s. FNS is vergelijkbaar met een software probleem in een computer, in plaats van een probleem met de hardware.

Bij andere neurologische ziekten kunnen we op gewone hersenscans zien wat het probleem is, bijvoorbeeld bij een infarct of een tumor. Patiënten met functionele symptomen hebben geen schade in het zenuwstelsel en dus is het niet verrassend dat er ook geen veranderingen zijn te zien op een gewone hersenscan. In plaats daarvan is er een probleem in het  functioneren van het zenuwstelsel, de werking is veranderd.”

Ik heb een tikkende tijdbom in mijn systeem. Alleen ik weet nooit wanneer die afgaat.

Met deze wijsheid in mijn achterhoofd ben ik mijzelf ook beter gaan begrijpen. Omdat mijn FNS zich uit met Psychogene Pseudo Epileptische Aanvallen, heb ik vaak het gevoel alsof ik een tikkende tijdbom in mijn systeem heb zitten, waarvan ik nooit precies weet wanneer die af gaat. Maar dat ie eens in de zoveel tijd afgaat, om de onbewust opgebouwde spanning uit mijn lichaam te ontladen weet ik zeker.

Vanwege deze innerlijke tijdbom heb ik diverse preventieve maatregelen getroffen, door een ‘nood-protocol’ te schrijven, die ik desgewenst kan overhandigen bij gelegenheden waarvan ik weet dat deze (onbewuste) spanning met zich mee kunnen brengen. Naast de ‘epilepsie-app’ die ik op mijn telefoon heb staan.

Tijdens één van de sessies die ik nog steeds bij mijn TRE-therapeut volg, (TRE staat voor Tension Release Exercises red.) kwamen we erachter dat mijn aanvallen eigenlijk een vorm van TRE is. Althans, alleen hoe de schud-aanval zich uit. De nasleep van deze aanval (uitval spraak- en benen) is waarschijnlijk wel toe te schrijven aan de FNS. Misschien dat David Berceli (de ontwikkelaar van deze zelfhulpmethode) hier nog eens onderzoek naar kan doen.

TRE of PPEA? (met andere woorden: normaal of abnormaal)

Gemakshalve noem ik mijn schud-aanvallen (wat misschien wel gewoon TRE is, en gezien wordt als een normale reactie op abnormale stress) nog steeds PPEA’s. Ik heb inmiddels ook gemerkt dat na het dissociëren, ik begin te trillen en of verkrampen met mijn rechterlichaamshelft. Helaas is mijn systeem soms zo vernuftig dat ik mij er niet altijd bewust van mijn van mijn dissociëren, maar ik een beginnende aanval pas opmerk op het moment dat ik ga trillen. En helaas kan ik de aanval dan vaak niet meer stoppen, waardoor het preventieve ‘noodprotocol’ zijn werk kan doen.

Op het moment dat ik er wel bewust van ben dat ik ga dissociëren, kan ik steeds vaker mijn trucjes toepassen die ik geleerd heb. Helaas kost mij dat wel veel energie, waardoor mijn systeem deze vermoeidheid niet lang daarna beantwoord met een aanval. Wel kan ik dan de omgeving op de hoogte stellen dat mijn lichaam binnen afzienbare tijd heftig kan gaan trillen waar ze niet van hoeven te schrikken. Ook dissocieer ik dan minder (diep), wat enerzijds prettig is; omdat ik in contact kan blijven met mijn omgeving. Anderzijds is dit minder prettig; omdat ik mij bewust(er) ben van de pijnlijke spierspanning in mijn lichaam.

Omdat er inmiddels meer onderzoek is gedaan naar FNS, wilde ik weten welke relatie er is tussen het trillen van mijn rechterlichaamshelft en de uitval van mijn spraak. Neurologisch gezien stuurt de linkerhersenhelft de rechterlichaamshelft aan. En laat nu ook het spraakcentrum in de linkerhersenhelft zitten. Deze ontdekking verklaarde voor mij een hoop, waardoor ik wat meer inzicht kreeg in hoe mijn systeem werkt.

Ook merk ik verschil op tussen deze twee aanvalsvormen. De eerste is met dissociatie en heb ik na afloop enorme hoofdpijn. Ook heb ik gedurende een langere periode uitval van spraak en zijn mijn benen uitgevallen. En als mijn benen het dan weer doen, kan het zijn dat ik er nog door heen zak.

De tweede vorm is dat ik mij er meer bewust van ben, en dat ik voorzorgsmaatregelen kan nemen. Hierna kan ik ook veel sneller weer mijn activiteiten oppakken en heeft het weinig effect op mijn lichaam.

Dan ben ik liever een oude trage Nokia

Uiteraard hoop ik natuurlijk dat ik in de toekomst geheel aanvalsvrij zal kunnen worden, maar ik heb mij er ook bij neergelegd dat mijn herstel met vallen en (gelukkig) opstaan gaat en dat het niet sneller gaat dan dat mijn systeem aan kan. Dan ben ik maar een oude en trage computer. Maar zeg nou zelf; de oude Nokia telefoontjes (wat eigenlijk ook computers zijn)  waren ook niet kapot te krijgen. Toch?

Voelen! Is dat (opnieuw) te leren?

Als kind voelde ik heel veel. Ik voelde haarfijn aan of er ergens ruzie was geweest of dat iemand zich verdrietig voelde. Alleen kon ik de woorden niet vinden om deze gevoelens te benoemen. Soms waren deze gevoelens overweldigend, waardoor ik mij regelmatig onbewust afsloot en mij terugtrok in mijn eigen wereldje. In mijn schoolrapporten van de lagere school werd dan ook met regelmaat geschreven dat ik vaak zat te “dromen”

download (43)

Tijdens mijn opvoeding werd er het gezegde “Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg” met de paplepel ingegoten en ook als ik emoties voelde werd dat weggewuifd met de woorden “bewaar je tranen maar voor later, dan heb je ze harder nodig” Op school moest ik presteren en meegaan met de stroom, terwijl ik mij liever in mijn eigen tempo wilde ontwikkelen.

Terwijl men mij in een keurslijf probeerde te drukken, en de mantra’s zich uit mijn jeugd zich herhaalde, bleef ik dingen voelen. Pas jaren later, en een dubbele burn-out verder kwam ik erachter dat wat ik voelde een naam had: hoog gevoeligheid. Meerdere boeken heb ik erover gelezen en was blij te lezen dat ik hiermee niet alleen stond.

Ik heb mijn vader in zijn leven nog geen 1 keer zien huilen, zelfs niet toen zijn moeder overleed.

Mijn vader, inmiddels gepensioneerd politiefunctionaris, kon hier niets mee wat in het begin behoorlijk wat frictie opgeleverd heeft. De dingen die hij meegemaakt heeft in zijn werk hem dusdanig emotioneel getraumatiseerd, dat hij een aversie heeft gekregen tegen alles wat met gevoelens en emoties te maken heeft. Ik heb hem in zijn leven nog geen 1 keer zien huilen, zelfs niet toen zijn moeder overleed.

Hoe open ik ben, hoe gesloten hij is. Dat ik misschien te open sta, blijkt ook uit het feit dat ik op onbewust niveau (te) veel voel, waardoor ik soms regelmatig ‘vertrek’ in mijn eigen veilige space. Iets wat ik op jonge leeftijd ook al deed.  Dit automatisme is waarschijnlijk weer geactiveerd na de traumatische ervaringen die ik als kind meegemaakt heb en welke ik op latere leeftijd mij pas weer ben gaan herinneren.

En hoe mooi zou het zijn, als ik mijzelf energetisch en gevoelsmatig kan beschermen, dat misschien mijn vader zich wat meer open durft te stellen.

Het onderbuik-gevoel, wat men intuïtie noemt, heeft altijd mijn interesse gehad. Maar omdat mijn vader zich regelmatig negatief uitgelaten heeft over emoties en gevoelens, durfde ik daar nooit iets mee te doen. Uit angst dat ik zou worden afgewezen door hem. Angst voor afwijzing is één van de grootste angsten van de mens.

Steeds vaker durf ik te vertrouwen op mijn intuïtie, in plaats van dat ik mij in een keurslijf laat drukken. Het durven vertrouwen op dat onderbuik- is één aspect. Het vertrouwen op mijn lichaam is het andere. Mijn lichaam reageert fysiek op energieën, waarvan ik nog niet kan voelen of ze van mij zijn of van de ander. Een ander krijgt dan migraine of buikpijn. Bij mij resulteert dit in een psychische vorm van epilepsie.

Om hier meer in te onderzoeken, energieën te leren scheiden en mijzelf te beschermen ben ik begonnen aan een opleiding intuïtieve ontwikkeling waar ik dit hoop te leren. Niet vanuit de boeken, want die zijn hier voldoende over geschreven. Maar met gevoel en compassie naar mijzelf. Want als ik met compassie naar mijzelf kan kijken, kan ik dat ook naar de ander. En hoe mooi zou het zijn, als ik mijzelf energetisch en gevoelsmatig wat meer kan beschermen, dat misschien mijn vader zich wat meer open durft te stellen. Dan kunnen we elkaar ontmoeten achter het masker van het ego. Alleen bij die gedachte maakt mijn hart een sprongetje! Want misschien is het voor mijn vader nog niet te laat om opnieuw te leren voelen!

De ontmoeting

Ik ben al jarenlang masseur en krijg regelmatig mensen op mijn tafel, waarvan het lichaam een heel verhaal vertelt. Mijn eigen lichaam heeft ook haar eigen verhaal. Tijdens de opleidingen en cursussen die ik gevolgd heb, heb ik zelf ook regelmatig op de massagetafel gelegen. Zodat mijn mede-studenten ook de fijne kneepjes van het vak in de vingers konden krijgen. Vaak voelde ik mij dan als lijdend voorwerp, en kon of durfde ik mij niet over te geven aan de handen die mij masseerde. Uit angst om de controle te verliezen.

Om de controle te behouden vond ik het prettiger om zelf te masseren, zodat ik de controle letterlijk in mijn eigen handen kon houden. Op het moment dat ik zelf op de tafel mocht gaan liggen, was ik vaak bezig met boodschappenbriefjes en andere denkwerkzaamheden, zodat ik maar niet in mijn lichaam hoefde te zijn en hoefde te voelen. Als na afloop aan mij gevraagd werd hoe ik de massage had ervaren, antwoordde ik vaak met een politiek correct antwoord dat het ‘heerlijk’ was. Maar of ik dat gevoeld had, of dat ik het heerlijk vond om in mijn hoofd te zijn, liet ik in het midden.

Aangeven wat ik wel of niet fijn vond, durfde ik niet. Dus liet ik het maar gebeuren. Net als vroeger, toen ik als klein meisje aangeraakt werd op bepaalde plekken op mijn lichaam. Het vreemde hiervan was dat ik dit aan de ene kant heel prettig vond, dat wil zeggen dat mijn lichaam reageerde op een manier waar ik (achteraf gezien) nog niet aan toe was. Daarnaast kreeg ik tegenstrijdige boodschappen van diegene die mij aanraakte (“Jij mag er ook van genieten”, “Niets vertellen, he”), waardoor de verwarring compleet was en ik vaak uit mijn lichaam vertrok.

Inmiddels ben ik jaren verder, en het verlangen om aangeraakt en geraakt te worden is gegroeid. En weet ik ook dat het dissociëren een beschermingsmechanisme is, om niet te hoeven voelen. En ondanks deze inzichten geeft mijn lichaam steeds duidelijker aan wat het nodig heeft. Alleen dan zonder woorden. Op het moment dat er aan mij (als persoon) gevraagd wordt, waar ik behoefte aan heb, schiet ik in een split-second weer terug in mijn kleine meisje. In mijn hoofd hoor ik razendsnel de woorden die mijn oom tegen mij zei, waardoor ik weer terug ben in de verwarring. Zonder dat ik het bewust doorheb wat er gebeurd.

Ik ben nieuwsgierig geworden naar het verhaal wat mijn lichaam te vertellen heeft, maar dit verhaal is niet in boeken terug te vinden. Op het moment dat mijn lijf zich uitspreekt in de vorm van spierpijn of andere ongemakken, ga ik wel naar een masseur die mijn pijnlijke spieren kan laten ontspannen, maar vaak is dit een vorm van symptoom-bestrijding. Om echt te kunnen ontspannen en te kunnen landen in mijn lichaam is vertrouwen nodig. Het voelt altruïstisch dat ik dat vertrouwen wel durf te geven aan diegene die zich aan mijn handen toevertrouwd dan dat ik dat aan mijzelf gun.

de aanraking van je handen column Tine de Jong schoonheden van het leven 2016

 

Om te leren ontvangen en mij veiliger in mijn lichaam te voelen, kan ik naar een haptotherapeut gaan, maar dan ligt er weer een therapeutische lading aan, waar ik geen behoefte aan heb. Ik was dan ook heel verheugd om te lezen dat er een massageweekend is voor lotgenoten, waarin in een veilige bedding toegewerkt wordt om mijn verlangen om aangeraakt en geraakt te worden lijfelijk te kunnen te voelen.

In december 2017 organiseerde Revief en Mazzaze ‘de Ontmoeting’, een massageweekend voor lotgenoten van seksueel misbruik waarin ik een nieuwe stap mocht zetten op weg naar heling. Tijdens lotgenotendagen en Talking Circles wordt er vaak veel gesproken, maar om op een andere manier te luisteren naar elkaars verhalen met massage als ingang, geeft een hele bijzondere ontmoetingen. “The body knows” Daar zijn geen woorden voor nodig. Tuurlijk werden er gesprekken gevoerd, kwamen er tranen naar boven, maar er werd ook gelachen, gedanst, hebben we yoga gedaan, heerlijk gegeten, lekker geslapen en een sneeuwballengevecht gehouden. Kortom een waardevol weekend, waardoor ik weer een stukje heb geheeld.