Voelen! Is dat (opnieuw) te leren?

Als kind voelde ik heel veel. Ik voelde haarfijn aan of er ergens ruzie was geweest of dat iemand zich verdrietig voelde. Alleen kon ik de woorden niet vinden om deze gevoelens te benoemen. Soms waren deze gevoelens overweldigend, waardoor ik mij regelmatig onbewust afsloot en mij terugtrok in mijn eigen wereldje. In mijn schoolrapporten van de lagere school werd dan ook met regelmaat geschreven dat ik vaak zat te “dromen”

download (43)

Tijdens mijn opvoeding werd er het gezegde “Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg” met de paplepel ingegoten en ook als ik emoties voelde werd dat weggewuifd met de woorden “bewaar je tranen maar voor later, dan heb je ze harder nodig” Op school moest ik presteren en meegaan met de stroom, terwijl ik mij liever in mijn eigen tempo wilde ontwikkelen.

Terwijl men mij in een keurslijf probeerde te drukken, en de mantra’s zich uit mijn jeugd zich herhaalde, bleef ik dingen voelen. Pas jaren later, en een dubbele burn-out verder kwam ik erachter dat wat ik voelde een naam had: hoog gevoeligheid. Meerdere boeken heb ik erover gelezen en was blij te lezen dat ik hiermee niet alleen stond.

Ik heb mijn vader in zijn leven nog geen 1 keer zien huilen, zelfs niet toen zijn moeder overleed.

Mijn vader, inmiddels gepensioneerd politiefunctionaris, kon hier niets mee wat in het begin behoorlijk wat frictie opgeleverd heeft. De dingen die hij meegemaakt heeft in zijn werk hem dusdanig emotioneel getraumatiseerd, dat hij een aversie heeft gekregen tegen alles wat met gevoelens en emoties te maken heeft. Ik heb hem in zijn leven nog geen 1 keer zien huilen, zelfs niet toen zijn moeder overleed.

Hoe open ik ben, hoe gesloten hij is. Dat ik misschien te open sta, blijkt ook uit het feit dat ik op onbewust niveau (te) veel voel, waardoor ik soms regelmatig ‘vertrek’ in mijn eigen veilige space. Iets wat ik op jonge leeftijd ook al deed.  Dit automatisme is waarschijnlijk weer geactiveerd na de traumatische ervaringen die ik als kind meegemaakt heb en welke ik op latere leeftijd mij pas weer ben gaan herinneren.

En hoe mooi zou het zijn, als ik mijzelf energetisch en gevoelsmatig kan beschermen, dat misschien mijn vader zich wat meer open durft te stellen.

Het onderbuik-gevoel, wat men intuïtie noemt, heeft altijd mijn interesse gehad. Maar omdat mijn vader zich regelmatig negatief uitgelaten heeft over emoties en gevoelens, durfde ik daar nooit iets mee te doen. Uit angst dat ik zou worden afgewezen door hem. Angst voor afwijzing is één van de grootste angsten van de mens.

Steeds vaker durf ik te vertrouwen op mijn intuïtie, in plaats van dat ik mij in een keurslijf laat drukken. Het durven vertrouwen op dat onderbuik- is één aspect. Het vertrouwen op mijn lichaam is het andere. Mijn lichaam reageert fysiek op energieën, waarvan ik nog niet kan voelen of ze van mij zijn of van de ander. Een ander krijgt dan migraine of buikpijn. Bij mij resulteert dit in een psychische vorm van epilepsie.

Om hier meer in te onderzoeken, energieën te leren scheiden en mijzelf te beschermen ben ik begonnen aan een opleiding intuïtieve ontwikkeling waar ik dit hoop te leren. Niet vanuit de boeken, want die zijn hier voldoende over geschreven. Maar met gevoel en compassie naar mijzelf. Want als ik met compassie naar mijzelf kan kijken, kan ik dat ook naar de ander. En hoe mooi zou het zijn, als ik mijzelf energetisch en gevoelsmatig wat meer kan beschermen, dat misschien mijn vader zich wat meer open durft te stellen. Dan kunnen we elkaar ontmoeten achter het masker van het ego. Alleen bij die gedachte maakt mijn hart een sprongetje! Want misschien is het voor mijn vader nog niet te laat om opnieuw te leren voelen!

De ontmoeting

Ik ben al jarenlang masseur en krijg regelmatig mensen op mijn tafel, waarvan het lichaam een heel verhaal vertelt. Mijn eigen lichaam heeft ook haar eigen verhaal. Tijdens de opleidingen en cursussen die ik gevolgd heb, heb ik zelf ook regelmatig op de massagetafel gelegen. Zodat mijn mede-studenten ook de fijne kneepjes van het vak in de vingers konden krijgen. Vaak voelde ik mij dan als lijdend voorwerp, en kon of durfde ik mij niet over te geven aan de handen die mij masseerde. Uit angst om de controle te verliezen.

Om de controle te behouden vond ik het prettiger om zelf te masseren, zodat ik de controle letterlijk in mijn eigen handen kon houden. Op het moment dat ik zelf op de tafel mocht gaan liggen, was ik vaak bezig met boodschappenbriefjes en andere denkwerkzaamheden, zodat ik maar niet in mijn lichaam hoefde te zijn en hoefde te voelen. Als na afloop aan mij gevraagd werd hoe ik de massage had ervaren, antwoordde ik vaak met een politiek correct antwoord dat het ‘heerlijk’ was. Maar of ik dat gevoeld had, of dat ik het heerlijk vond om in mijn hoofd te zijn, liet ik in het midden.

Aangeven wat ik wel of niet fijn vond, durfde ik niet. Dus liet ik het maar gebeuren. Net als vroeger, toen ik als klein meisje aangeraakt werd op bepaalde plekken op mijn lichaam. Het vreemde hiervan was dat ik dit aan de ene kant heel prettig vond, dat wil zeggen dat mijn lichaam reageerde op een manier waar ik (achteraf gezien) nog niet aan toe was. Daarnaast kreeg ik tegenstrijdige boodschappen van diegene die mij aanraakte (“Jij mag er ook van genieten”, “Niets vertellen, he”), waardoor de verwarring compleet was en ik vaak uit mijn lichaam vertrok.

Inmiddels ben ik jaren verder, en het verlangen om aangeraakt en geraakt te worden is gegroeid. En weet ik ook dat het dissociëren een beschermingsmechanisme is, om niet te hoeven voelen. En ondanks deze inzichten geeft mijn lichaam steeds duidelijker aan wat het nodig heeft. Alleen dan zonder woorden. Op het moment dat er aan mij (als persoon) gevraagd wordt, waar ik behoefte aan heb, schiet ik in een split-second weer terug in mijn kleine meisje. In mijn hoofd hoor ik razendsnel de woorden die mijn oom tegen mij zei, waardoor ik weer terug ben in de verwarring. Zonder dat ik het bewust doorheb wat er gebeurd.

Ik ben nieuwsgierig geworden naar het verhaal wat mijn lichaam te vertellen heeft, maar dit verhaal is niet in boeken terug te vinden. Op het moment dat mijn lijf zich uitspreekt in de vorm van spierpijn of andere ongemakken, ga ik wel naar een masseur die mijn pijnlijke spieren kan laten ontspannen, maar vaak is dit een vorm van symptoom-bestrijding. Om echt te kunnen ontspannen en te kunnen landen in mijn lichaam is vertrouwen nodig. Het voelt altruïstisch dat ik dat vertrouwen wel durf te geven aan diegene die zich aan mijn handen toevertrouwd dan dat ik dat aan mijzelf gun.

de aanraking van je handen column Tine de Jong schoonheden van het leven 2016

 

Om te leren ontvangen en mij veiliger in mijn lichaam te voelen, kan ik naar een haptotherapeut gaan, maar dan ligt er weer een therapeutische lading aan, waar ik geen behoefte aan heb. Ik was dan ook heel verheugd om te lezen dat er een massageweekend is voor lotgenoten, waarin in een veilige bedding toegewerkt wordt om mijn verlangen om aangeraakt en geraakt te worden lijfelijk te kunnen te voelen.

In december 2017 organiseerde Revief en Mazzaze ‘de Ontmoeting’, een massageweekend voor lotgenoten van seksueel misbruik waarin ik een nieuwe stap mocht zetten op weg naar heling. Tijdens lotgenotendagen en Talking Circles wordt er vaak veel gesproken, maar om op een andere manier te luisteren naar elkaars verhalen met massage als ingang, geeft een hele bijzondere ontmoetingen. “The body knows” Daar zijn geen woorden voor nodig. Tuurlijk werden er gesprekken gevoerd, kwamen er tranen naar boven, maar er werd ook gelachen, gedanst, hebben we yoga gedaan, heerlijk gegeten, lekker geslapen en een sneeuwballengevecht gehouden. Kortom een waardevol weekend, waardoor ik weer een stukje heb geheeld.

 

 

Zelfliefde en stilte

Het is een zaterdagochtend en ik maak mij klaar voor een stiltedag. Een hele dag stil zijn lukt mij wel, denk ik. Ik woon alleen en de enige communicatie die ik heb is met mijn poes die mijn gepraat beantwoord met haar gemiauw. Afgezien dat ik in gedachten talloze, niet hoorbare gesprekken voer met mijzelf, waardoor het soms erg druk is in mijn hoofd. Bij het idee om eens echt stil te zijn, ook in mijn hoofd, voel ik een nieuwsgierige angst op komen. Waarbij de nieuwsgierigheid het wint van de angst.

Ik parkeer mijn auto en loop nog een stukje naar de locatie waar deze stiltedag gehouden wordt. Midden in het centrum van Rotterdam. Tussen 2 drukke verkeerswegen in, waarbij het geluid van het razende verkeer van de nabijgelegen snelweg (als je je ogen sluit) geïnterpreteerd kan worden als een waterval. Langzaam druppelen de overige deelnemers binnen en merk ik op dat iedereen nog in de praat-modus is. De sociale gesprekjes “Waar kom jij vandaan?” helpen om het ijs te breken. Want om meteen in de stilte te gaan, voelt voor mij ook vreemd.

Het is een kleine groep, wat de intimiteit bevorderd maar wat voor mij ook enigszins beklemmend werkt. Mijn neiging is om soms letterlijk en figuurlijk te verdwijnen in de menigte, maar ook in mijn eigen hoofd en uit mijn lichaam. Dit merk ik al op bij de eerste oefening, een ogenschijnlijke simpele bodyscan. Ik kan de woorden volgen, maar merk tegelijkertijd op dat ik minder voel in mijn lichaam. Pas op het moment dat ik een automatische beweging maak, ervaar ik in mijn lichaam een schoksensatie, waardoor ik mij besef dat ik waarschijnlijk even ‘weg’ ben geweest.

Het thema van deze stiltedag is ‘uit het hoofd, in het hart’ Als voorbereiding kreeg ik de uitnodiging om na te denken over een thema uit mijn leven wat mij bezighoud en welke ik kan meenemen in deze dag. In mijn hoofd zitten is iets wat ik goed ken, maar leven vanuit mijn hart is iets wat ik spannend vind. De negatieve overtuigingen die ik gaandeweg ben gaan geloven, weerhouden mij ervan om mijn hartsverlangen te voelen.

Het eerste uur in complete stilte waarbij ik mag nadenken over deze overtuigingen en belemmeringen maken dat ik een hoop beren op de weg zie. Ik voel voornamelijk angst, onzekerheid en frustratie waar ik het liefst uiting aan wil geven. Maar in plaats van mij hieraan toe te geven, probeer ik mijzelf toe te spreken; ‘Ik ben hier op een stiltedag, laat ik gewoon eens ermee gaan zitten en kijken wat deze gevoelens mij brengen.’ Lichamelijk voel ik een drukkend gevoel op mijn borst voel verdriet op komen.

We mogen deze gevoelens op een creatieve manier op papier zetten, waarbij we gebruik mogen maken van tijdschriften, stiften en kleurpotloden. Een mooie gelegenheid om mijn gedachten op een andere manier zichtbaar te maken dan in woorden. Ik heb veel gebruik gemaakt van afbeeldingen, want een beeld zegt soms meer dan woorden.

20171022_113841-1

Gelukkig zijn er wel momenten dat er gedeeld mag worden, wat er in mij leeft waardoor de stilte af en toe onderbroken wordt. Doordat er oordeel-loos geluisterd wordt, valt mij op dat ik mijzelf vaak door mijn eigen (negatieve) gedachtestroom laat meeslepen.

Dan is het tijd voor een overheerlijke vegetarische lunch, welke eveneens in stilte wordt genuttigd. Door steeds meer naar binnen te keren, wat mij toch beangstigd, zoek ik onbewust contact met de ander door bijvoorbeeld oogcontact te maken of te knikken. Hoewel ik hierdoor moeilijker bij mijzelf kan blijven, geeft mij dit toch een veilig(er) gevoel, zodat ik niet hoef te verdwijnen in mijzelf. Daarnaast komt de trainster regelmatig bij mij checken, of ik er nog wel ‘bij’ ben.

Inmiddels ben ik aardig gezakt en is het langzaam stiller geworden in mijn hoofd, hoewel ik de angst nog steeds in mijn lichaam kan voelen. Het is tijd om te gaan voelen in het hart, naar het hartsverlangen wat er zit. Middels 2 krachtige meditaties kan ik voelen dat ik een stevige basis heb waarop ik kan vertrouwen. Helaas heb ik een sterke innerlijke criticus die dit gevoel op alle mogelijke manier probeert te ondermijnen.

Door vervolgens in stilte te gaan voelen hoe ik kan gaan leven vanuit mijn hart en met zelfliefde, voel de angst in alle hevigheid losbasten in mijn lichaam. Door oogcontact te zoeken met de trainster durf ik hulp te vragen om mij te ondersteunen in dit moeilijke proces. Als zij bij mij komt zitten, zeggen we niets en zie ik in haar ogen mijn eigen kwetsbare kracht. Door dit oogcontact durf ik langzaam te zakken in mijn hart, en voel ik het smeltwater in de vorm van tranen. Zonder oordeel van mijn innerlijke criticus. Waarschijnlijk houdt hij zich stil om op een later tijdstip onverwachts toe te slaan.

Nadat we onze gevoelens van dit stiltemoment weer op papier mogen zetten, valt het mij op dat mijn collage verandert. De angst is er nog steeds, maar krijgt daarnaast concurrentie van mijn innerlijke kracht en het besef dat ik hulp mag vragen om de liefdevolle compassie naar mijzelf te mogen voelen. Een mooie ontdekking.

Door meer en meer in de stilte te zakken, worden mijn gedachten helderder en om dit gevoel kracht bij te zetten krijgen we de uitnodiging om hier bij stil te staan en te kijken naar de toekomst. Inmiddels schijnt de zon en ik besluit om naar buiten te gaan om mijn toekomstperspectief te schetsen. Te midden in de drukke stad, met het verkeer wat aan alle kanten voorbij rijdt, hoor ik de vogels hun mooiste lied fluiten en voel ik de zon op mijn gezicht. Ik ga zitten en vanuit het niets komt het volgende gedicht op papier:

De angst van wolvenogen
beperken mijn zicht
waardoor ik door mijn overtuigingen
ben gezwicht

Hulp durven vragen
omdat ik blijf hangen
in de angst van de wolvenogen
is het grootste verlangen

De kracht van liefde
opent mijn hart
waarmee ik mijn levensdoel
ben gestart

Zijn met alles wat er is
met liefdevolle compassie
zonder hart te werken, niet als een bezige bij
kan ik uiteindelijk zeggen
Zie….mij!

21-10-2017

Ik besluit dit gedicht voor te dragen voor de groep, maar daarbij durf ik niemand aan te kijken. Ik durf geen oogcontact te maken. Durf ik geen hulp te vragen? Ik weet het niet.

De dag loopt langzaam op zijn einde, en mijn innerlijke criticus heeft er genoeg van om langs de zijlijn alles gade te slaan en besluit op een slinkse manier nog even van zich te laten horen. De woorden van de trainster komen minder binnen en langzaam verdwijn ik in de stilte. Ik voel hoe ik steeds meer opgeslokt wordt in mijn binnenwereld. De angst die ik van binnen voel werkt verlammend en kan geen weerstand meer bieden aan de innerlijke criticus. Mijn lichaam spreekt zijn eigen taal door de opgehoopte spanning een uitweg te bieden door een pseudo-epileptische aanval.

Nadat de spanning uit mijn lichaam verdwenen is, kom ik langzaam weer in het hier en nu. Hoe snel de innerlijke criticus er was om mij te laten verdwijnen, hoe snel is hij ook weer verdwenen na afloop. Normaal gesproken voel ik mij (ten onrechte) schuldig over het feit dat mijn lichaam niet doet wat ik wil en ben emotioneel. Nu niet. Blijkbaar komt langzaam het stukje acceptatie dat mijn lichaam reageert zoals het reageert. En alles is goed. Zonder oordeel. Zonder hart voor mijzelf te zijn.

Dat is zelfliefde!

I will be back….

Een mailtje met de bevestiging dat ik een nieuwe volger had op mijn blog, herinnerde mij aan het feit dat ik maandenlang niet geschreven had. Op zich een goed teken. Heel goed zelfs, want de afgelopen maanden gaat het goed. En als het goed gaat heb ik weinig behoefte om mijn gedachten op te schrijven.  Eigenlijk moet ik schrijven; ging het goed. Maar daarover later meer.

Ik ben bezig met mijn opleiding voor doktersassistent en haal goede cijfers voor de toetsen. Alleen een stage heb ik nog (steeds) niet. Na honderd(en) sollicitaties te hebben verstuurd en een aantal gesprekken te hebben gevoerd heb ik tot op heden nog steeds geen geschikte plek gevonden om mijn beroepsvoorbereidende opdrachten te kunnen voltooien om uiteindelijk het felbegeerde diploma te kunnen behalen.

Inmiddels zit ik in mijn 3e ziektejaar en heb onlangs mijn WIA-keuring gehad.  Vanwege het feit dat mijn werkgever (door de ogen van het UWV) onvoldoende reintergratie-inspanningen heeft geleverd, is er een loonsanctie opgelegd en had ik de hoop dit dit derde jaar volledig te kunnen richten op mijn opleiding.

De uitslag van mijn WIA-keuring is dat ik voor 28% afgekeurd ben, en dat betekent dat ik officieel een 35-minner ben en dus geen aanspraak kan maken op de speciale WIA-regelingen en ik een WW-uitkering moet aanvragen. In mijn FML (Functionele Mogelijkheids Lijst) zijn er beperkingen opgesteld waardoor ik mijn hoop op de functie als doktersassistent langzaam zie verdwijnen. Wat ik mij op het moment van schrijven ook afvraag is waarom ze het een Functionele Mogelijkheids Lijst noemen, terwijl daarin de beperkingen in zijn opgenomen. Maar dat ter zijde.

De beperkingen die in deze FML zijn opgenomen zijn dat ik onder andere aangewezen ben op een voorspelbare werksituatie, niet in een ruimte kan werken met veel prikkels en lawaai en aangewezen ben op werk zonder veelvuldige deadlines en productiepieken. En laten nu juist in de functie als doktersassistent deze factoren een het grootste deel van het werk beslaan.

Langzaam maar zeker zie ik mijn droom om als doktersassistent in de mist verdwijnen. Ik was destijds enorm blij en verheugd dat (voor mijn gevoel) nog mee kon en mocht doen in de werkende samenleving, en hoopte dat ik (na het behalen van mijn diploma doktersassistent) een baan zou vinden. Inmiddels moet ik voor de zoveelste keer mijn toekomstperspectief bijstellen. Hoewel het iets is wat compleet tegen mijn gevoel in gaat. Ik wil niet opgeven met de finish in zicht. Heb al mijn toetsen en opdrachten goed gemaakt, en toch wordt ik elke keer afgerekend op iets waar ik niets aan kan doen.

00d44168723493cb0744d6087f92238f--dutch-quotes-rust

Vanuit mijn omgeving krijg ik vaak de goedbedoelde adviezen dat ik het de tijd moet geven. Maar dat gaat lastig als het UWV in je nek zit te hijgen om je zo snel mogelijk weer aan het werk wil laten gaan. Maar dan wel in het werk wat zij willen. Aangezien ik nu een WW-uitkering heb aangevraagd en zo’n mooie digitale werkmap heb, waarin ik al mijn activiteiten moet bijhouden (waar is de menselijkheid gebleven?), worden mijn coachingsdiploma’s niet eens herkend.

Maar ik laat mij niet zo snel uit het veld slaan. Opgeven is geen optie. Afgelopen periode heb ik samen met 2 (startende) ondernemers onze eigen praktijkruimte geopend, waar we samenwerken op het gebied van coaching, lichaamsgerichte technieken en huidverzorging. Iets waar mijn hart sneller van gaat kloppen en waar ik enorm veel energie uit haal. Vroeger was het ook droom om deels te werken en deels mijn eigen praktijk in lichaamsgerichte bewustwording te hebben. Want als ervaringsdeskundige weet ik als geen ander waar de valkuilen liggen. Zeker omdat ik er soms zelf ook nog wel eens in stap.

Door de kaarten die nu open en bloot op tafel liggen, denk ik dat ik de sprong in het diepe uiteindelijk toch wel moet gaan wagen. Want achter mij wordt door de overheid de duikplank langzaam weggezaagd en voor mij zie ik in het diepe water de diamanten liggen waar ik zo naar verlang. Het enige wat ik van jou aan de zijlijn vraag, is om mij te ondersteunen in dit proces en eventueel een reddingsboei aan te reiken als ik dit nodig mocht hebben.

images

 

What doesn’t kill you makes you stronger.

download-2Iedereen kent wel die innerlijke criticus die ongewenst commentaar geeft op je handelen, denken en doen. Dat irritante stemmetje in je hoofd die tegen je zegt dat je het beter/anders had moeten doen of juist iets niet had moeten doen. Zelf heb ik ook zo’n stemmetje. Hoewel ik gemerkt heb dat mijn denken vaak trager is dan wat mijn lichaam mij wil vertellen door middel van mijn lichaamssignalen.

Deze innerlijke criticus wordt in de psychologie vaak aangeduid met het superego. Vele boeken zijn er over geschreven en diverse methodieken kunnen je leren hoe je dit superego de baas kan blijven door die, vaak negatief bekrachtende stem, soms letterlijk een halt toe te roepen. Maar hoe doe je dat als je lichaam sneller is dan je denken?

Eén van deze methoden om je bewust te worden van dit superego is een inquiry. Hierbij stel je jezelf een bepaalde vraag en wacht wat er omhoog komt. Deze methode kun je ook in tweetallen doen, waarbij de ene persoon onvoorwaardelijk aanwezig is en de ander vertelt. Maar het wordt lastiger als de woorden die je wilt vertellen niet over je lippen komen, alsof er een blokkade zit. De vraag ‘vertel me hoe je je voelt’ wordt dan ineens heel confronterend.

Mijn innerlijke criticus wordt actief op het moment dat ik het gevoel heb overvraagd te worden. En dat is met de inquiry-vraag “Vertel me hoe je je voelt” het geval. Want op het moment dat ik mijn gevoel ga labelen, lijkt het alsof ik automatisch en onbewust naar mijn kind-stuk (ID) schiet, waardoor ik instinctief reageer op angst en mogelijke pijn die de vraag in mijn gedachten met zich meebrengt.  Want wat zou er gebeuren als ik mij kwetsbaar opstel?sigmund-freud-motivation-5-638

Ik ben mij er van bewust dat ik door het schrijven van mijn blogs mij ook uiterst kwetsbaar opstel, maar het prettige aan het schrijven is dat ik de woorden zorgvuldig kan kiezen en mij veiliger voel achter mijn toetsenbord dan dat ik stante pede moet reageren. Daarbij komt dat mijn lichaam soms sneller reageert dan dat mijn denken doet. Vertraging is dan ook niet voor niets voor mij het sleutelwoord, waardoor ik in mijn eigen tempo leer te reageren.

Het schrijven is voor mij ook een mooie techniek om mijn eigen tempo te mogen en durven bepalen, zonder dat iemand mij op de hielen zit. Ook al is die gedachte er één van mijn innerlijke criticus. Als ik er zo over nadenk en analyseer lijkt het wel alsof ik een superego op het kindstuk (ID) heb zitten. Soms ben ik mij ervan bewust van irritante stemmetje in mijn hoofd, maar is de reactie van mijn lichaam een non-verbale uiting van mijn superego op het kindstuk (ID), wat gevormd door een overlevingsmechanisme van vroeger.

Veel therapeuten vragen mij wel eens om naar mijn gevoel te gaan. Laat ik voorop stellen dat ik mij heel erg kwetsbaar voel op het moment dat ik ga voelen, want daar komt mijn innerlijke criticus weer naar voren, door op alles wat ik voel een negatief oordeel te geven. Als ze vervolgens vragen om dat gevoel te beschrijven, neemt het superego van het kindstuk (ID) het over door lichamelijke sensaties te produceren welke zich uitten in uitvalsverschijnselen of PPEA’s. En dan lijken alle technieken, tools en trucs die ik geleerd heb om dat voor te zijn, uit mijn geheugen weggevaagd te zijn.

download-3

Aan de andere kant ben ik van mening dat dit voelen, met het risico dat mijn superego zich ermee gaat bemoeien door lichamelijk te reageren, voor mij de manier is om te leren weer zelf de regie te krijgen over mijn eigen denken, handelen en doen, en daardoor in het volwassen deel (EGO) te kunnen komen. Oefening baart kunst, dus als ik niet oefen in het durven voelen, zal ik altijd in het zelfde cirkeltje rond blijven hangen.

Overigens zal de oplossing voor iedereen anders zijn, want iedereen is uniek en wat voor de een werkt hoeft niet voor de andere te werken.

“What doesn’t kill you makes you stronger”

Duiken in de diepte.

Mijn vorige blog eindigde ik met de tekst ‘My body knows the answer’ Dat gevoel is weer bevestigd tijdens mijn sessie met mijn Psycho Somatisch Fysiotherapeut (PSF). Ze vroeg mij hoe het ging, waarna ik vertelde over de kortstondige therapeutische relatie die ik had met mijn psycholoog.

Ik had het idee dat ik door schematherapie inzicht kon krijgen waarom mijn negatieve overtuigingen uit mijn verleden (de zgn. schema’s) mij belemmeren in mijn huidige functioneren. Na de intake-fase, welke een aantal gesprekken duurde, merkte ik dat de psychologe echt terughoudend was in het fysieke contact. In mijn zelfgeschreven ‘noodprotocol’ staat geschreven dat ik tijdens downloadeen conversie-aanval onder andere door middel van het knijpen in haar hand kan aangeven wat ik nodig heb. Door haar reactie kon ik opmaken dat het lichaamscontact beperkt zou moeten blijven met het algemene handen schudden aan het begin en einde van de afspraak.

Om mijn ‘huidhonger’ te voedden heb ik tussen de behandelafspraken door een massage voor mijzelf gepland bij een bevriende collega-masseur. Haar vraag die ze aan mij stelde, voorafgaande aan de massage, heeft mij het inzicht gegeven op de vraag waarom ik eigenlijk schematherapie wilde krijgen. Ik was er van overtuigd dat, als ik inzicht in mijn schema’s zou krijgen, ik kon begrijpen waarom dit mij belemmert.

Helaas bleek dat ik dat antwoord niet makkelijk kon vinden op het cognitieve vlak. Het kan handig zijn om processen te begrijpen, want kennis is macht. Maar helaas blijkt dit voor mij niet altijd te werken. Ik moet deze processen letterlijk belichamen om ze te kunnen begrijpen. En vandaaruit te kunnen handelen.

Ik heb gemerkt dat ik een therapeut nodig heb, die niet bang is voor de lichamelijke reacties die mijn lichaam soms kan maken op het moment dat mijn systeem het spannend vindt. De afgelopen jaren heb ik meerdere therapeuten meegemaakt die door hun eigen onzekerheid of onwetendheid over een conversiestoornis vaak op de oppervlakte blijven. Gelukkig is mijn PSF’er iemand die wel durft door te pakken. Door de vertrouwensrelatie die ik inmiddels met haar opgebouwd heb durf ik steeds beter op mijn eigen lichaam te vertrouwen, omdat ik voel dat zij mij durft te laten springen in het diepe.

download-1Mijn PSF’er stelde voor om een ademhalingsoefening van Wim Hof (ook wel bekend als The Iceman) samen met mij te doen. Door een goede ademhaling kun je je adem langer inhouden en maak je bewust contact met je hart, autonome zenuwstelsel en immuunsysteem. Ook heeft het een positieve invloed op je bloedcirculatie.

Ik heb een haat-liefde verhouding met ademen, wat waarschijnlijk veroorzaakt wordt door een bijna-verdrinkingsongeval op mijn 3e levensjaar. Hier kan ik mij niets bewust van herinneren. Behalve het gelukzalige gevoel wat ik ervoer, wat ik later gekoppeld heb aan een bijna-doodervaring. Blijkbaar zit er in mijn lichaam nog een onverwerkt trauma opgeslagen, waar ik alleen toegang tot heb op het moment dat ik mijn gedachten stil kan zetten. Door het ademwerk wat ik de afgelopen jaren regelmatig heb gedaan heb ik gemerkt dat deze techniek voorbij mijn denken gaat.

Door eerst meer zuurstof dan normaal in te ademen en deze vervolgens vast te houden, kan het lichaam zich als het ware van binnenuit verwarmen door de toename van het hemoglobinegehalte in het bloed. Vandaar dat de Ice-man zijn lichaamstemperatuur op circa 37 graden Celsius kan houden, terwijl hij in een bak met ijsklontjes staat. Wij deden een soortgelijke ademoefening, maar dan zonder ijsklontjes. Op het moment dat ik mijn adem inhield, leek het wel of ik hier eindeloos mee kon doorgaan. Ik voelde niet de behoefte om weer in te ademen. En op dat punt voelde ik dat gelukzalige gevoel weer wat ik als kind blijkbaar ook had gevoeld. Beangstigend voelde dat niet, juist het tegendeel. Op het moment dat mijn overlevingsmechanisme weer in werking trad, door toch een ademteug te nemen, reageerde mijn lichaam met het schokken en beven.

download-2Mijn PSF’er zag dat en spoorde mij aan om ‘in openheid’ te blijven. Daarmee bedoelde ze dat ik niet in de verkramping hoefde te schieten, een automatische respons van mijn lichaam op het moment dat het spannend wordt. Binnen het ademwerk ligt waarschijnlijk voor mij de sleutel om mijn systeem langzaam te ‘unwinden’ van de traumatische ervaringen die ik in mijn jeugd heb opgelopen. En ondanks het feit dat ik waarschijnlijk daarbij zelf de beste therapeut zal zijn, vind ik het heel fijn om iemand te hebben die mij vanaf de kant durft te ondersteunen om toch de te duiken om die sleutel te vinden.

 

“Op de bodem van de oceaan liggen de mooiste schatten”

 

 

Een ‘simpele’ knuffelworkshop

Een tijdje geleden zag ik op Facebook een evenement met een aantrekkelijke naam: “Knuffelworkshop”. In het verleden heb ik wel eens meegedaan aan een ‘free hugs’, waarbij je aan wildvreemde mensen gratis een omarming uitdeelt. Om voor mijzelf enige vorm van veiligheid in te bouwen, heb ik de trainers van dit evenement bij mijn aanmelding mijn ‘noodprotocol’ meegestuurd, in de hoop dat dat niet nodig hoefde te zijn. Ook ben ik met Esther meegereden, een goede vriendin die mij al jaren kent, waardoor ik op dat punt goed voor mijzelf gezorgd heb.

In de auto vertelde ik dat ik vaak lastiger vindt om de intimiteit te voelen, door oogcontact te maken of door de zachtheid die er vaak voelbaar is. Met een liefdevolle omarming heb ik paradoxaal genoeg minder moeite mee.

Bij aankomst stond ik nog even de kat uit de boom te kijken, terwijl om mij heen diverse mensen die elkaar kende al liefdevolle omarmingen uitwisselde en met elkaar in gesprek raakte. Tijdens het introductieronde werd gevraagd wat je verlangen was voor deze avond. Mijn verlangen was het voelen, en dat bleek achteraf lastiger dan ik had gedacht.

De eerste contact-oefeningen gingen nog wel, ik kon redelijk goed bij mijzelf blijven en in contact met de ander. Langzaam werd er toegewerkt naar vertraging en verstilling. Maar laat dat nou juist mijn achilleshiel zijn. Om te begrijpen waarom wil ik een stukje uitleg geven over het brein:
hersen-delen-reptielenbreinIn ons brein zitten verschillende delen: de neo-cortex, het regelcentrum waardoor we in staat te redeneren, te denken, bewegen en te praten. Het zoogdierenbrein (ook wel lymbisch systeem) is de emotionele fabriek, waardoor we over ons intuïtie (het onderbuik-gevoel) kunnen beschikken. Het oudste, tevens kleinste brein is het reptielenbrein. Hier worden de vitale functies zoals hartslag en ademhaling geregeld. De reacties uit dit deel van het brein zijn instinctief en automatisch. Als zodanig functioneert dit brein buiten onze bewuste controle. Ook bevinden zich hier de amygdala en de hippocampus. Dit zijn twee gebieden die ons waarschuwen voor angst en gevaar.

Op een gegeven moment was er een oefening waarbij we met een aantal partners een zogenoemde ‘handendans’ deden. Zittend op de grond en met gesloten ogen werden we uitgenodigd om de handen te voelen die zachtjes op de muziek met elkaar verstrengelde. Op een gegeven moment bleek ik al een tijdje mijn eigen hand te strelen, terwijl ik dit niet eens opgemerkt had. Achteraf redenerend was dat wellicht al een signaal dat ik het contact met mijn eigen lichaam aan het verliezen was.

imagesDe oefening die volgde was er een om het hart te openen. Gelukkig deed ik deze samen met Esther, waardoor het voor mijn lymbisch systeem veilig voelde. Omdat ik zelf heel goed kan geven en minder goed durf te ontvangen. (liefde kunnen geven is een gift, liefde kunnen ontvangen is een gave), hielp ik Esther eerst om haar hart te kunnen openen, door haar liefdevolle aandacht te geven en haar nog meer te laten verzachten en verstillen.

Vervolgens wisselde we van rol en mocht ik verstillen en verzachten om zo mijn hart te openen. Hoewel mijn neo-cortex en mijn lymbische systeem ervan overtuigd waren dat het veilig was, reageerde mijn reptielenbrein anders en sloeg mijn amygdala alarm. In het begin probeerde ik mij er nog aan over te geven, maar omdat het reptielenbrein (waar de amydala) onderdeel van is leek mijn systeem een alarmsignalen af te geven, waar ik geen controle meer over had. Mijn lijf kromp ineen wat resulteerde in een conversie-aanval.

Gelukkig kent Esther mij al geruime tijd en wist wat zij moest doen. Ik werd op de grond neergelegd, waardoor de spanning in de vorm van een pseudo-epileptisch insult mijn lichaam kon verlaten. Blijkbaar had ik onbewust spanning opgebouwd in mijn lichaam uit angst om mijn hart te durven openen. Verstandelijk kan ik met mijn neo-cortex redeneren dat er niets engs gebeurd op het moment dat ik in de verstilling en vertraging ga, maar door de PTSS is mijn amygdala nog zo ontregeld dat bij iedere vorm van zachtheid alarm slaat.

Later heb ik zittend in mijn veilige coconnetje, ‘de tunnel’ kunnen gadeslaan, waar iedereen doorheen mocht lopen, waarbij zij door de anderen teder en zacht aangeraakt werden. Het zien van dit tafereel vond ik heel bijzonder, maar de gedachte dat ik daar zelf ook doorheen zou lopen maakte mij weer angstig. Omdat mijn spraak en benen inmiddels ook uitgevallen waren, kon ik ook niet anders dan het van een afstandje ‘veilig’ bekijken.

imagesHoewel ik het wel heel prettig vond dat een van de trainers en Esther bij mij bleven zitten, voelde ik mij onterecht ‘schuldig’ dat zij voor mij moesten zorgen en niet met de workshop mee konden doen. Blijkbaar had mijn lymbisch systeem (wat oa voor de denkprocessen zorgt) hier ook een mening over. Dit zou een mooie gelegenheid zijn om The Work van Byron Katie hierop los te laten! (Is het waar? )

Op het moment dat de workshop tegen zijn einde liep sloten we af met een staande cirkel waarbij we iedereen met de ogen bedankte. Het was tijd voor mijn benen om weer in actie te komen. Met enige hulp lukte het mij weer om met mijn bambi-benen te staan, maar moest nog wel focussen op elke stap die ik zette. In de cirkel kon ik de support voelen van de groep, en ondanks dat mijn systeem zich op een gegeven moment uitschakelde heb ik toch kunnen genieten van deze mooie knuffelworkshop.

 

 

 

 

Vechten of vluchten?

Een jaar geleden was ik klinisch opgenomen in het Colk (Centrum voor Onverklaarbare Lichamelijke Aandoeningen) in Gorinchem. In deze periode heb ik veel geleerd over mijzelf, over mijn conversiestoornis en de mogelijke triggers die een aanval kunnen uitlokken. Na dit traject zou er nog een ambulant traject volgen, maar door onduidelijkheid over een hoofdbehandelaar is dat nooit gestart. Wel heb ik na die periode, op eigen initiatief een Psycho Somatisch Fysiotherapeut (PSF) gevonden, waarmee ik onderzoek hoe mijn lichaam zich op een juiste manier kan inspannen en ontspannen.

Waar ik heel blij mee ben, is dat zij niet bang is voor mijn aanvallen. Dit geeft mij het gevoel dat ik deze (vaak op epilepsie lijkende aanvallen) niet meer zozeer als negatief begin te zien, maar meer als een alarmsignaal van mijn lichaam. Als ik op mijn rug bij haar op de behandeltafel lig, voel ik mij kwetsbaar. Vaak gebruikt zij een ontspanningsoefening om mij meer in mijn lichaam te laten zakken, waardoor ik meer ga voelen.En juist op dat gevoelsniveau voel ik mij kwetsbaar. Tijdens de ontspanningsoefening begint ze mijn nek en schouders zachtjes te masseren, waardoor ik mij bewust wordt van de spanningen die zich in mijn nek en schouders.

download-3

Onbewust activeert er in mijn lichaam er een alarmsysteem, om maar niet te hoeven voelen. Ik vlucht weg in mijn hoofd, of soms nog verder weg, buiten mijn lichaam. Door de zachte aanrakingen, waar ik tegelijkertijd naar verlang, komt mijn lichaam in een pad-stelling, waarbij soms het onbewuste alarmsysteem het nog overneemt. Mijn lichaam begint te reageren, waardoor ik in een soort ‘kramphouding’ kom te staan, om te kunnen vluchten als het vechten tegen de angst niet meer gaat. Inmiddels heb ik geleerd dat ik door middel van mijn ademhaling ervoor te zorgen dat ik niet meer helemaal dissocieer wat ik op zich al een hele vooruitgang vind.

Mijn PSF’er helpt mij, door mij aan te sporen om ondanks de verkramping die ik op dat moment ervaar, ‘open’ te blijven en met behulp van mijn ademhaling mijn systeem weer te laten ‘ont’spannen.

Dat dissociëren heb gelukkig de laatste periode steeds minder, wat niet wegneemt dat de aanvallen minder heftig zijn geworden. In mijn verbeelding zijn ze korter maar heviger. Dat komt wellicht ook wel door het feit dat ik probeer ‘open’ te blijven, meer ervaar wat er onbewust gebeurt. Daarnaast heb ik veel gehad aan de training ‘Ik blijf erbij’ die ik bij de Niki-Stichting gevolgd heb, waarin ik geleerd heb dat ik het dissociëren bewuster kan inzetten. Want ik vind het nog steeds wel prettig als ik in de tandartsstoel lig, even kan dissociëren!

Wel ben ik nog steeds zoekende naar de (onbewuste) triggers die een aanval uitlokken. Zo ook vanmorgen, toen ik nietsvermoedend een uurtje ben gaan sporten in de sportschool. Oké, weliswaar met enige tegenzin, maar ik ging toch. Op zich ging het hedownload-1el redelijk, deed niet meer dan dat ik mij voorgenomen had. Maar toen ik aan mijn laatste onderdeel van mijn ‘fitness-rondje’ aangekomen was, voelde ik mij minder in contact met mijzelf en de omgeving. Alles om mij heen leek vertraagd te gaan en had een unheimlich gevoel in mijn lichaam. Ik heb eerst nog een tijdje op het toestel gezeten, in de hoop dat het gevoel zou wegtrekken, maar helaas gebeurde dat niet.

Blijkbaar zat er een aanval aan te komen, die ik niet meer kon onderdrukken en uit kon stellen totdat ik thuis was. De fitness-instructeur vroeg hoe het met mij ging. Ik wilde antwoorden, maar merkte dat mijn spraak al uitgevallen was, wat één van de begintekenen was voor een aanval. Gelukkig had ik mijn telefoon bij mij, waarop ik in de notitie-modus nog kon typen dat ik voelde dat er een aanval zat aan te komen en ik hem bewust wilde laten komen, zodat ik  de spanning uit mijn lichaam kon laten vloeien.

Bij de sportschool waar ik train, heb ik in het begin aangegeven dat ik last heb van een conversiestoornis heb met pseudo-epilepsie, waardoor het personeel weet dat er geen ambulance gebeld hoeft te worden. Daarnaast geeft het mij een veiliger gevoel en durf ik toch mijn op een positieve manier in te spannen.

Er werden wat voorzorgsmaatregelen getroffen, zodat ik op een veilige manier de spanning uit mijn lichaam kon ontladen. Uiteraard waren er wat bezorgde gezichten van de rondlopende sporters, maar doordat ik niet dissocieerde kon ik met handgebaren aangeven dat alles oké met mij was. De uiting van de onbewust opgebouwde spanning kwam tot uiting door het kort maar hevig schudden en trillen van mijn benen. Helaas is het nog wel zo dat mijn benen daarna nog erg ‘papperig’ aanvoelen, en ik er met geen mogelijkheid beweging in krijg. Blijkbaar hebben mijn benen meer hersteltijd nodig. En die tijd gun ik mijzelf vaak niet altijd!

Achteraf heb ik nog niet kunnen achterhalen wat de onbewuste trigger van deze aanval is geweest, en dat brengt mij terug bij het begin van mijn blog.

download-2

Na de periode in het Colk zou er nog een ambulant traject starten met schematherapie. Door schematherapie leer je de onbewuste gedragspatronen te herkennen en hierop beter te anticiperen. Doordat ik vaak nog niet geheel duidelijk heb wat de triggers zijn die een aanval kunnen uitlokken, hoop ik dit door schematherapie duidelijker te krijgen, zodat ik in de toekomst wellicht helemaal zonder aanvallen door het leven kan gaan.

Ik houd moed!

Verwerken zonder woorden

Zoals ik in mijn vorige blog aangaf, zou ik wat meer vertellen over TRE (Tension Release Exercises). Maar ook wil ik andere vormen van lichaamsgerichte interventies belichten, welke ik aan de lijve ondervonden heb (leuke zinspeling, trouwens!)

In 2008 maakte ik een dubbele burnout door, waardoor ik voor het eerst ook openlijk over mijn traumatische ervaringen sprak welke ik had als 12 jarig meisje. Omdat ik bij de eerste burnout de alarmsignalen niet eens door had, en ik de overtuiging had dat ‘overspannenheid’ iets was voor watjes, heb ik mijzelf de tijd niet gegeven om hiervan goed te herstellen. Dus negeerde ik de signalen van mijn lichaam die aan gaven dat het niet goed met mij ging. Ik werkte die tijd als verzorgende in de gezondheidszorg, en na een dag werken moest ik eerst een aantal uur bijslapen om zo de avond nog een beetje door te komen. Daarbij kwam het feit dat ik ook nog zorgen had over mijn (inmiddels ex) echtgenoot en zijn ouders, die kampten met gezondheidsproblemen. Ergens in mij zat een ongelofelijke drive om door te gaan, opgeven was geen optie. Dit heb ik ongeveer een klein jaar volgehouden, totdat het huwelijk ook zijn eerste barsten ging vertonen. Langzaam brokkelde alles waar ik zo veel van hield af.

Door alle overheidsregeltjes werd de werkdruk in de gezondheidszorg hoger, mijn huwelijk strandde. Ik ging tijdelijk weer bij mijn ouders wonen, waardoor mijn privacy behoorlijk ingeperkt werd, en tot overmaat van ramp werd ik vervolgens (onterecht overigens) ontslagen. Doordat ik nog steeds de overtuiging had dat ik niet mocht thuiszitten, heb ik mij vervolgens ingeschreven bij uitzendbureau’s om te ontsnappen aan de pijnlijkheid van alles wat ik in korte tijd had meegemaakt. De basis voor een nieuwe burnout was geboren. Ik heb het nog een aantal maanden volgehouden, tot ik volledig instortte. Mijn moeder heeft toen de knoop voor mij doorgehakt en heb huilend aan de telefoon gezeten om mij ziek te moeten melden.

Nadat ik bij de-taal-van-je-lichaam-1-150x150de gesprekken met de psycholoog merkte dat ik het verstandelijk allemaal wel kon beredeneren, maar dat er een verschil was tussen het weten en het doen, kwam ik in aanraking met lichaamsgerichte methodes. Ik was op zoek naar manieren om mijn frustratie te kunnen uitten, en heb indertijd een tijdlang aan BodyCombat gedaan. Een krachtige cardio-workout waarbij je helemaal loskomt. Geïnspireerd op de Oosterse vechtkunst en put uit een breed scala aan disciplines, zoals Karate, Boksen, Taekwondo, Tai Chi en Muay Thai. Heerlijk vond ik dat, totdat ik daar zo in op ging dat ik mijn schouder uit de kom sloeg! Ook merkte ik dat ik meer emoties voelde, dan alleen frustratie en boosheid. Dus ging ik op zoek naar iets waar ik al mijn emoties kon uiten. Dat vond ik in de Awareness Understanding Meditation, kortweg genoemd AUM. Dit is een 2,5 uur durende meditatie waarin je al de menselijke emoties voorbijkomen. Van woede, verdriet tot vergeving en lachen. In combinatie met het sociale aspect maakte dat ik in korte tijd veel nieuwe vrienden leerde kennen.

Ik merkte dat de bio-energetische oefeningen, welke in de AUM zitten ervoor zorgde dat ik mijn lichaam in beweging kon zetten om op die manier de boosheid, frustratie en verdriet kon transformeren, zonder dat ik daar bewust over na hoefde te denken. Mijn lichaam weet wat het moet doen om te ontladen, en hoe zeer ik dat ook met mijn gedachten probeer te doen, tot op de dag van vandaag is dat mij mentaal nog niet gelukt.

De manier om mijn lichaam in te zetten, werkte zo goed dat ik besloot om een training “Leven in je lijf” te volgen (weer zo’n toepasselijke zinspeling) Ik leerde om daar om door middel van beweging, adem, en geluid te maken, mij te kunnen ontdoen van negatieve stress en spanning. Deze training heb ik uiteindelijk een aantal keer gedaan, omdat ik merkte dat ik telkens een laagje dieper kwam en kreeg inzicht in het hoe en waarom mijn lichaam reageert zoals het reageert. Uiteindelijk heb ik ook het eerste jaar van de ‘Energetic Intergration‘ van Bodymind Opleidingen gedaan, waar ik een diepgaand proces heb mogen doormaken.

Om wat verduidelijking te geven over de bio-energetica, welke zowel in de AUM, Leven in je lijf, en in de opleiding van Bodymind voorkomen: Bij bio-energetica is het concept van levensenergie belangrijk. De essentie van levensenergie is de voortdurende cyclus tussen spanning en ontspanning, tussen opladen en ontladen. Deze energiestroom kan worden geblokkeerd door spanningen in het lichaam, waardoor de beschikbare energie niet vrijuit kan worden gebruikt. Bio-energetische therapie is erop gericht door middel lichamelijke oefeningen het evenwicht in de energiestroom terug te brengen en blokkades op te heffen.

Helaas ging ik ook steeds meer dissociëren tijdens het doen van de bio-energetische oefeningen. Uiteindelijk resulteerde dit ook in pseudo-epileptische aanvallen. Wellicht ook omdat ik bewuster bezig was met mijn verwerking van mijn traumatische ervaringen als 12-jarig meisje. Toen ik 2 jaar geleden de diagnose conversiestoornis kreeg, werd ik zelf sceptisch en bang voor het doen van bio-energetische oefeningen, uit angst om te dissociëren.

Nu ben ik momenteel bezig met een training over hoe om te gaan met mijn dissociatie van de Niki-Stichting met als toepasselijke titel “Ik blijf erbij” en krijg steeds meer kennis over hoe en waarom mijn systeem soms dissocieert. En kennis is macht! Ook krijg ik meer inzicht in hoe ik een dissociatie voor kan zijn. Want inzicht in is de oplossing van.

Gecombineerd met de Tension Release Exercises die ik voor het eerst bij mijn psychotherapeut deed, merk ik dat ik het schudden van mijn lichaam effectief kan inzetten en daar zelf controle over kan krijgen. Door het doen van een aantal oefeningen om de spieren moe te maken, komt er een bepaalde energie vrij, net zoals de levensenergie welke vrijkomt bij de bio-energetica. Door deze trillingen van mijn lichaam toe te staan, kan mijn lichaam zich ontladen. Ook merk ik dat ik er bewuster bij kan blijven en onbevooroordeeld naar het trillen van mijn lichaam kan kijken.

Door bewust op deze manier met mijn lichaam bezig te zijn, met een nieuwsgierigheid van een kind, kan ik mijn lichaam ontdoen van alle overtollige stress, spanning, gedachten, gevoelens en emoties. Zonder dat ik er een woord over hoef te spreken. Helaas merk ik dat ik dat ook nog niet kan, omdat mijn conversie zich momenteel meer uit in het (tijdelijk) niet meer kunnen praten.

Ik heb de oefeningen nu een aantal keer gedaan, waarbij ik nog wel merk dat ik wat ondersteuning nodig heb, omdat de angst om te dissocieren nog in mijn systeem opgeslagen is. Door de aanwezigheid van iemand die mij begeleid kan ik leren om deze angst om te zetten naar een positieve ervaring.

 

Luisteren naar mijn lichaam

Sinds een tijdje heb ik sessies bij een Psycho Somatisch Fysiotherapeut. Dit werd mij aangeraden vanuit het Colk nadat ik tevergeefs op een na-traject wachtte. Uit praktische overweging heb ik gezocht naar iemand bij mij in de buurt, en toevallig was het een mannelijke PSF’er. Dit voelde voor mij als een uitdaging en besloot voor mijzelf dat het niet uit mocht maken dat hij een man was. Nou, daar dacht mijn lichaam anders over. Zo heb ik vaker dat mijn verstand en gevoel niet goed samenwerken. In het begin probeerde ik mijzelf wijs te maken, dat hij de expert was en wist wat hij deed. Daarmee dompelde ik mijzelf onbewust onder in een oud stuk slachtofferschap. Na een aantal sessies, waar we voorzichtig begonnen zijn met haptonomische aanrakingen, merkte ik dat mijn lichaam nog steeds in een zeer alerte modus verkeerde. Ik kwam tot de conclusie dat ik er blijkbaar nog niet aan toe was om mijn vertrouwen aan een man te geven. Doordat ik vanuit mij jeugd de onuitgesproken boodschap meegekregen heb dat ik geen autoriteit mag tegenspreken, had ik er moeite mee om hem kenbaar te maken dat ik de behandelrelatie wilde beëindigen. Uiteindelijk heb ik hem toch een mail gestuurd met daarin de boodschap dat ik aan mijn lichamelijke reacties kon opmaken dat ik er blijkbaar nog niet aan toe ben om een man volledig te vertrouwen. Ik kreeg vervolgens een begripvolle mail terug waardoor de irreele angst die ik had voor zijn reactie volledig teniet werd gedaan. En uiteraard gaf mijn innerlijke bemoeizuchte ouder “Zie je nou wel, je maakt je weer druk om niets” ook zijn mening, waardoor ik mij naast mijn opluchting ook tegelijk klein voelde worden.

Inmiddels had ik een andere vrouwelijke PSF’er gevonden, waar ik in het verleden wel eens een workshops bij gevolgd had en waarbij ik mij tijdens die korte momenten op mijn gemak voelde. Haar praktijk was echter wel wat verder weg gelegen, maar dat nam ik voor lief. Dat zij mij nog herkende van de workshops werkte op zich al geruststellend. Zij vertelde mij dat als ik de volgende keer kom, wat eerder kan komen om in een aparte rustgevende ruimte even tot rust kan komen en mag luisteren naar “Mijnheer ontspanning”, een geleide meditatie om even te kunnen acclimatiseren. Deze gedachte maakte mij al rustig, omdat ik merkte dat mijn mannelijke PFS’er zijn afspraken vlak op elkaar heeft gepland, wat bij mij onrust oproept.

Tijdens deze eerste afspraak hebben we de intake afgerond, want ik had al een hoop informatie gegeven door middel van het invullen van een digitale vragenlijst. Vervolgens mocht ik op de behandeltafel gaan liggen en mijn ogen sluiten. Ze vertelde dat ze mij zou gaan aanraken. Op zich was daar niets mis mee, maar toen ze aangaf dat ik niet zou weten wanneer, waar en hoe, voelde ik in mijn lichaam de angst en spanning toenemen. Ik werd uitgenodigd om dit te benoemen, en merk dat ik dat vaak niet durf. Nadat ze mij op verschillende manieren en plaatsen had aangeraakt, werd de angst en spanning minder.

Ze vertelde later dat door de PTSS die ik heb, mijn systeem nog steeds in een ‘vecht- of vluchtstand’ staat. En dat mijn conversiestoornis een uiting is van ‘bevriezing’. Dit fenomeen wordt overigens heel mooi beschreven in het boek van Peter Levine; De tijger ontwaakt. Langzaam kom ik ook tot de conclusie dat mijn conversie het gevolg is van mijn destijds (in 2008) onvoldoende behandelde burnout.

Naast de PSF heb ik sinds kort ook sessies bij een integratief psychotherapeut, waar ik vorige week een sessie TRE heb gehad. TRE staat voor Tension Release Exercises en is een zelfhulpmethode om diepe (chronische) spanning die een gevolg zijn van een traumatische ervaring en dagelijks opgelopen stress los te laten. In Nederland is deze methode nog vrij nieuw, maar internationaal erg bekend. Ik deed deze oefeningen samen met de therapeut en merkte dat ik op een gegeven moment dat ik controle had over het trillen.

Normaal gesproken dissocieer ik ook vaak tijdens een conversie-aanval, zeker als ik een pseudo-epileptisch insult heb. Met behulp van de Tension Release Exercises kun ik mijn lichaam laten schudden, maar dissocieerde ik niet. Dat was voor mij al een hele vooruitgang. Helaas zijn mijn beide therapeuten nu op vakantie, maar ik zal in een volgend blog meer over TRE vertellen.