Accepteren dat ik ziek ben om beter te worden?

Het gaat niet goed met mij. In mijn hoofd blijven mijn gedachten analytisch rondjes draaien, waar ik heel erg moe van wordt. Hoewel de adem-2daagse wel enigszins wat druk van de ketel af heeft gehaald, blijven triggers als omgaan met afwijzing een grote rol spelen in mijn leven. Al sinds 2011, heb begin dat ik mijn PNES-aanvallen kreeg en de daarop volgende tijdelijke uitvallen van spraak en benen, ben ik bezig een geschikte en passende therapie te vinden die voor mij werkt. Ik heb inmiddels van alles al geprobeerd; van hypnotherapie, cognitieve gedragstherapie, EMDR, (lichaamsgerichte) psychotherapie. Ik ben zelfs 4 maanden klinisch opgenomen geweest om ervoor te zorgen dat mijn automatische beschermingsmechanisme wat minder aanwezig kon zijn.
Natuurlijk hebben deze therapieën hun effect gehad, maar heeft niet geleid tot de doorbraak van het verdwijnen van mijn klachten. Het lijkt wel alsof mijn PNES-klachten onbewust mijn eigen systeem blijft aanvallen, net zoals je dat bij een lichamelijk auto-imuunziekte ook ziet.

Ik ben gestopt met het tellen van de afwijzingen.

Sinds september 2017 ontvang ik, na 3 jaar in de ziektewet te hebben gezeten, een WW-uitkering met de bijbehorende sollicitatieplicht. Omdat ik ook heel graag aan het arbeidsproces mee wil blijven doen, en mij (nog) niet als arbeidsbeperkt zie, solliciteer ik dan ook braaf. Helaas krijg ik in 90% van de gevallen een afwijzing op mijn gestuurde sollicitatiemail, waarin ik netjes aangeef dat ik mijn beperking niet zie als belemmering om te solliciteren. Inmiddels ben ik gestopt met het tellen van de afwijzingen die ik als reactie op mijn motivatiebrief ontvang. Een heel enkele keer mag ik op gesprek komen, en ben dan heel blij dat een werkgever mij wil uitnodigen om de mens achter de brief te ontmoeten. Hoewel ik in mijn achterhoofd nog steeds rekening houd met een afwijzing, voelt het alsof ik in ieder geval de eerste ronde overleeft heb. De afwijzing die ik vervolgens moet incasseren voelt echter wel zwaarder dan een simpele email.

Vanwege de onvoorspelbare aard van mijn klachten, kan ik echter nooit garanderen dat ik geen aanval zal krijgen op mijn eventuele nieuwe werkplek en is mijn Functionele Mogelijkheid Lijst dusdanig aangepast dat het vinden van een passende functie erg lastig is. Het feit dat mijn arbeidsongeschiktheidspercentage ‘maar’ 28,08% bedraagt, werkt ook niet in mijn voordeel.

Mijn klachten zijn “ge-auto-immuniseert”

Regelmatig krijg ik bij instanties waar ik hulp en ondersteuning zoek, te horen dat mijn dossier een ingewikkelde casus is, omdat ik met mijn klachten eigenlijk een hogere arbeidsongeschiktheidspercentage had moeten krijgen, waardoor ik aanspraak kan maken op extra ondersteuning vanuit de Wet WIA.
Dat betekent dat ik altijd tussen ‘wal en schip’ zal blijven vallen. Met in mijn nek de druk van de sollicitatieplicht, waarbij de trigger van afwijzingen continue gevoed wordt. Ik wil graag werken, maar door de onduidelijkheid en onzekerheid en de continue afwijzingen in combinatie met het feit dat ik tot op heden nog steeds geen goede therapie heb gevonden, zijn mijn klachten inmiddels zo “ge-auto-immuniseert”, dat mijn diagnoses PTSS en dystheme stoornis (=continue lichte depressiviteit) zich inmiddels ook in het verhaal gaan mengen. Met alle klachten van dien.

Vanuit verschillende richtingen wordt mij momenteel geadviseerd om mij (ondanks het feit dat ik in de WW zit) mij wederom ziek te melden. Op deze manier zou ik dan weer opnieuw een arbeidsdeskundig onderzoek krijgen, waarbij ik mij (dit keer) zal laten bijstaan door een arbeidsconsulent van het SEIN (expertisecentrum voor epilepsie). En mogelijk zal hier dan een hoger arbeidsongeschiktheid percentage uit komen, waardoor ik wel aanspraak kan maken op mogelijke extra ondersteuning.

Ik moet mij ziek melden, terwijl ik mij niet ziek voel…

Het feit wat mij gevoelsmatig blijft knagen, is dat ik mij niet ziek voel. Hoewel inmiddels de depressieve gevoelens meer al langere tijd sterker aanwezig zijn dan voorheen, wil ik heel graag werken. Alleen wel op een werkplek, waar de kennis en expertise aanwezig is omtrent mijn klachten.

De overheid is verplicht om mensen met een arbeidshandicap in dienst te nemen. Nu voel ik mij niet gehandicapt. In ieder geval niet lichamelijk. Maar gezien mijn behandelduur en complexiteit van mijn klachten en de inmiddels grote afstand tot de arbeidsmarkt, omdat geen enkele werkgever kijkt naar wat ik wel kan, ben ik langzaam aan het toewerken naar een vorm van acceptatie. Acceptatie dat ik door de overheid en werkgevers gezien wordt als arbeidsgehandicapte. Maar voor het zover is, zal ik eerst de stap moeten zetten om mij ziek te melden. Om misschien uiteindelijk beter te kunnen worden.

Voelen! Is dat (opnieuw) te leren?

Als kind voelde ik heel veel. Ik voelde haarfijn aan of er ergens ruzie was geweest of dat iemand zich verdrietig voelde. Alleen kon ik de woorden niet vinden om deze gevoelens te benoemen. Soms waren deze gevoelens overweldigend, waardoor ik mij regelmatig onbewust afsloot en mij terugtrok in mijn eigen wereldje. In mijn schoolrapporten van de lagere school werd dan ook met regelmaat geschreven dat ik vaak zat te “dromen”

download (43)

Tijdens mijn opvoeding werd er het gezegde “Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg” met de paplepel ingegoten en ook als ik emoties voelde werd dat weggewuifd met de woorden “bewaar je tranen maar voor later, dan heb je ze harder nodig” Op school moest ik presteren en meegaan met de stroom, terwijl ik mij liever in mijn eigen tempo wilde ontwikkelen.

Terwijl men mij in een keurslijf probeerde te drukken, en de mantra’s zich uit mijn jeugd zich herhaalde, bleef ik dingen voelen. Pas jaren later, en een dubbele burn-out verder kwam ik erachter dat wat ik voelde een naam had: hoog gevoeligheid. Meerdere boeken heb ik erover gelezen en was blij te lezen dat ik hiermee niet alleen stond.

Ik heb mijn vader in zijn leven nog geen 1 keer zien huilen, zelfs niet toen zijn moeder overleed.

Mijn vader, inmiddels gepensioneerd politiefunctionaris, kon hier niets mee wat in het begin behoorlijk wat frictie opgeleverd heeft. De dingen die hij meegemaakt heeft in zijn werk hem dusdanig emotioneel getraumatiseerd, dat hij een aversie heeft gekregen tegen alles wat met gevoelens en emoties te maken heeft. Ik heb hem in zijn leven nog geen 1 keer zien huilen, zelfs niet toen zijn moeder overleed.

Hoe open ik ben, hoe gesloten hij is. Dat ik misschien te open sta, blijkt ook uit het feit dat ik op onbewust niveau (te) veel voel, waardoor ik soms regelmatig ‘vertrek’ in mijn eigen veilige space. Iets wat ik op jonge leeftijd ook al deed.  Dit automatisme is waarschijnlijk weer geactiveerd na de traumatische ervaringen die ik als kind meegemaakt heb en welke ik op latere leeftijd mij pas weer ben gaan herinneren.

En hoe mooi zou het zijn, als ik mijzelf energetisch en gevoelsmatig kan beschermen, dat misschien mijn vader zich wat meer open durft te stellen.

Het onderbuik-gevoel, wat men intuïtie noemt, heeft altijd mijn interesse gehad. Maar omdat mijn vader zich regelmatig negatief uitgelaten heeft over emoties en gevoelens, durfde ik daar nooit iets mee te doen. Uit angst dat ik zou worden afgewezen door hem. Angst voor afwijzing is één van de grootste angsten van de mens.

Steeds vaker durf ik te vertrouwen op mijn intuïtie, in plaats van dat ik mij in een keurslijf laat drukken. Het durven vertrouwen op dat onderbuik- is één aspect. Het vertrouwen op mijn lichaam is het andere. Mijn lichaam reageert fysiek op energieën, waarvan ik nog niet kan voelen of ze van mij zijn of van de ander. Een ander krijgt dan migraine of buikpijn. Bij mij resulteert dit in een psychische vorm van epilepsie.

Om hier meer in te onderzoeken, energieën te leren scheiden en mijzelf te beschermen ben ik begonnen aan een opleiding intuïtieve ontwikkeling waar ik dit hoop te leren. Niet vanuit de boeken, want die zijn hier voldoende over geschreven. Maar met gevoel en compassie naar mijzelf. Want als ik met compassie naar mijzelf kan kijken, kan ik dat ook naar de ander. En hoe mooi zou het zijn, als ik mijzelf energetisch en gevoelsmatig wat meer kan beschermen, dat misschien mijn vader zich wat meer open durft te stellen. Dan kunnen we elkaar ontmoeten achter het masker van het ego. Alleen bij die gedachte maakt mijn hart een sprongetje! Want misschien is het voor mijn vader nog niet te laat om opnieuw te leren voelen!