Ademen. We doen het allemaal, toch?

Ademen. Ondanks dat de liefde voor het ademwerk gegroeid is (ik ben inmiddels zelfs ademcoach) heb ik nog steeds een haat-liefde verhouding met het ademen.
Misschien niet zozeer met het ademen op zich; want dat (gelukkig) 24/7 vanzelf, maar de frustratie ligt meer in het feit hoe mijn lichaam reageert op de extra zuurstof, prana of energie die je bij het ademwerk tot je neemt!

Omdat mijn lichaam (door traumatische ervaringen uit het verleden) in een constante waaktoestand verkeert, wordt deze toename van energie onbewust gezien als “gevaar”, waardoor er als een automatische respons de oude overlevingsmechanismes van het reptielenbrein (vluchten, vechten en bevriezing) aangezet worden.

Toen ik in 2010 begon met ademwerk kon mijn lichaam niet anders dan vluchten (flight); de toename van zuurstof was te overweldigend voor mijn systeem, waardoor ik regelmatig uit mijn lichaam dissocieerde om zo maar niet te hoeven voelen wat er aan de oppervlakte kwam. Ik had het idee dat het dissociëren erbij hoorde en dat dit een normale reactie was.

Later, nadat ik de boeken van Peter Levine (‘De tijger ontwaakt’ en ‘de stem van mijn lichaam’) gelezen had, begreep ik beter wat mijn lichaam nodig had om de beweging af te maken waar mijn systeem in gevangen zat.

Ei van Columbus

Omdat ik dacht dat ik het “ei van Columbus” gevonden te hebben, stortte ik mij in therapeutische encounter-programma’s waarin het uitten van mijn gevoelens en emoties centraal stonden. Hoe meer, hoe beter. Achteraf gezien was, wat ik deed pure over-acting en ging voorbij aan het daadwerkelijke gevoel wat eronder zat. Maar goed, dat is achteraf gezien. Op dat moment had ik het nodig om mij weer te kunnen aarden, gronden en mijzelf fysiek te voelen. Emotioneel was een ander verhaal!

Inmiddels kan ik deze vecht-modus meer kanaliseren, en lijken de onafgemaakte bewegingen in mijn lichaam als vanzelf zich te ontladen. Als dit tijdens het ademwerk gebeurd, juich ik dit alleen maar toe. Mijn lichaam trilt en schud dan als vanzelf waardoor de overtollige spanning zich een weg naar buiten baant. Ook komt hier vaak oud verdriet mee naar boven, of zie ik beelden die zich vanuit mijn onderbewuste op mijn netvlies geprojecteerd worden. Doordat mijn aandacht gefocust is op het ademen, kan ik niet anders dan het gadeslaan, zonder dat ik er iets mee hoef! Behalve te voelen!
En in dat voelen zit weer een volgende crux. Soms zijn de gevoelens zo overweldigend dat ik er alles aan doe om ze niet te voelen en in een split-second reageert mijn reptielenbrein weer door te vluchten.

Mijn regelsysteem is niet goed afgesteld

Normaal gesproken is dit regelsysteem goed op elkaar afgesteld en weet je automatisch wat er nodig is om te overleven (vechten, vluchten of bevriezen)
Helaas is het regelsysteem in mijn lichaam nog niet helemaal goed afgesteld en lopen deze overlevingsmechanismen in elkaar over of wordt er een ander mechanisme ingezet dan nodig is. Deze Functioneel Neurologische Stoornis is in 2013 bij mij gediagnostiseerd en ben aan het onderzoeken hoe ik dit regelsysteem beter op elkaar af kan stemmen. Hoewel dit een proces is, heb ik wel het gevoel dat het ademwerk mij hierin kan ondersteunen. Na afloop van een ademsessie lijken er steeds meer puzzelstukjes op zijn plaats te vallen, terwijl mijn lichaam op dat moment daar totaal geen boodschap aan heeft.

Na een ademsessie lijkt het wel alsof mijn lichaam moet ontdooien uit de freeze-stand, terwijl er van binnen nog allerlei processen gaande zijn. Hierdoor voelt het alsof er kortsluiting in mijn lichaam plaatsvind, waardoor het niet anders kan dan compleet uit te vallen. Inclusief het vermogen om te praten of bewegingen te maken met mijn lichaam. Gek genoeg voel ik mij in mijn hoofd wel heel helder en stil.

De wijsheid van mijn lichaam is intelligenter dan ik kan bedenken

Ik ervaar alles om mij heen (inclusief mijzelf) in slow-motion en heb moeite om ‘weer op gang te komen’  Dat mijn benen het tijdelijk niet doen, vind ik minder erg dan het onvermogen om te kunnen praten. In mijn hoofd weet ik precies wat ik wil zeggen, alleen komen de woorden niet over mijn lippen. Alsof er een besturingsfoutje zit tussen mijn hersenen en mijn mond. Heel langzaam (veel langzamer dan anderen) kan ik mijzelf weer belichamen en komt mijn spraak ook weer terug.

Door het ademwerk heb ik wel gemerkt dat de wijsheid van mijn lichaam intelligenter is dan ik met mijn mind kan bedenken. Mijn lichaam weet precies wat het nodig heeft om zich te helen. En misschien geeft het heel subtiel aan dat ik in het dagelijkse leven ook wat meer in de vertraging mag gaan in deze drukke wereld om ons heen!

Zelfliefde en stilte

Het is een zaterdagochtend en ik maak mij klaar voor een stiltedag. Een hele dag stil zijn lukt mij wel, denk ik. Ik woon alleen en de enige communicatie die ik heb is met mijn poes die mijn gepraat beantwoord met haar gemiauw. Afgezien dat ik in gedachten talloze, niet hoorbare gesprekken voer met mijzelf, waardoor het soms erg druk is in mijn hoofd. Bij het idee om eens echt stil te zijn, ook in mijn hoofd, voel ik een nieuwsgierige angst op komen. Waarbij de nieuwsgierigheid het wint van de angst.

Ik parkeer mijn auto en loop nog een stukje naar de locatie waar deze stiltedag gehouden wordt. Midden in het centrum van Rotterdam. Tussen 2 drukke verkeerswegen in, waarbij het geluid van het razende verkeer van de nabijgelegen snelweg (als je je ogen sluit) geïnterpreteerd kan worden als een waterval. Langzaam druppelen de overige deelnemers binnen en merk ik op dat iedereen nog in de praat-modus is. De sociale gesprekjes “Waar kom jij vandaan?” helpen om het ijs te breken. Want om meteen in de stilte te gaan, voelt voor mij ook vreemd.

Het is een kleine groep, wat de intimiteit bevorderd maar wat voor mij ook enigszins beklemmend werkt. Mijn neiging is om soms letterlijk en figuurlijk te verdwijnen in de menigte, maar ook in mijn eigen hoofd en uit mijn lichaam. Dit merk ik al op bij de eerste oefening, een ogenschijnlijke simpele bodyscan. Ik kan de woorden volgen, maar merk tegelijkertijd op dat ik minder voel in mijn lichaam. Pas op het moment dat ik een automatische beweging maak, ervaar ik in mijn lichaam een schoksensatie, waardoor ik mij besef dat ik waarschijnlijk even ‘weg’ ben geweest.

Het thema van deze stiltedag is ‘uit het hoofd, in het hart’ Als voorbereiding kreeg ik de uitnodiging om na te denken over een thema uit mijn leven wat mij bezighoud en welke ik kan meenemen in deze dag. In mijn hoofd zitten is iets wat ik goed ken, maar leven vanuit mijn hart is iets wat ik spannend vind. De negatieve overtuigingen die ik gaandeweg ben gaan geloven, weerhouden mij ervan om mijn hartsverlangen te voelen.

Het eerste uur in complete stilte waarbij ik mag nadenken over deze overtuigingen en belemmeringen maken dat ik een hoop beren op de weg zie. Ik voel voornamelijk angst, onzekerheid en frustratie waar ik het liefst uiting aan wil geven. Maar in plaats van mij hieraan toe te geven, probeer ik mijzelf toe te spreken; ‘Ik ben hier op een stiltedag, laat ik gewoon eens ermee gaan zitten en kijken wat deze gevoelens mij brengen.’ Lichamelijk voel ik een drukkend gevoel op mijn borst voel verdriet op komen.

We mogen deze gevoelens op een creatieve manier op papier zetten, waarbij we gebruik mogen maken van tijdschriften, stiften en kleurpotloden. Een mooie gelegenheid om mijn gedachten op een andere manier zichtbaar te maken dan in woorden. Ik heb veel gebruik gemaakt van afbeeldingen, want een beeld zegt soms meer dan woorden.

20171022_113841-1

Gelukkig zijn er wel momenten dat er gedeeld mag worden, wat er in mij leeft waardoor de stilte af en toe onderbroken wordt. Doordat er oordeel-loos geluisterd wordt, valt mij op dat ik mijzelf vaak door mijn eigen (negatieve) gedachtestroom laat meeslepen.

Dan is het tijd voor een overheerlijke vegetarische lunch, welke eveneens in stilte wordt genuttigd. Door steeds meer naar binnen te keren, wat mij toch beangstigd, zoek ik onbewust contact met de ander door bijvoorbeeld oogcontact te maken of te knikken. Hoewel ik hierdoor moeilijker bij mijzelf kan blijven, geeft mij dit toch een veilig(er) gevoel, zodat ik niet hoef te verdwijnen in mijzelf. Daarnaast komt de trainster regelmatig bij mij checken, of ik er nog wel ‘bij’ ben.

Inmiddels ben ik aardig gezakt en is het langzaam stiller geworden in mijn hoofd, hoewel ik de angst nog steeds in mijn lichaam kan voelen. Het is tijd om te gaan voelen in het hart, naar het hartsverlangen wat er zit. Middels 2 krachtige meditaties kan ik voelen dat ik een stevige basis heb waarop ik kan vertrouwen. Helaas heb ik een sterke innerlijke criticus die dit gevoel op alle mogelijke manier probeert te ondermijnen.

Door vervolgens in stilte te gaan voelen hoe ik kan gaan leven vanuit mijn hart en met zelfliefde, voel de angst in alle hevigheid losbasten in mijn lichaam. Door oogcontact te zoeken met de trainster durf ik hulp te vragen om mij te ondersteunen in dit moeilijke proces. Als zij bij mij komt zitten, zeggen we niets en zie ik in haar ogen mijn eigen kwetsbare kracht. Door dit oogcontact durf ik langzaam te zakken in mijn hart, en voel ik het smeltwater in de vorm van tranen. Zonder oordeel van mijn innerlijke criticus. Waarschijnlijk houdt hij zich stil om op een later tijdstip onverwachts toe te slaan.

Nadat we onze gevoelens van dit stiltemoment weer op papier mogen zetten, valt het mij op dat mijn collage verandert. De angst is er nog steeds, maar krijgt daarnaast concurrentie van mijn innerlijke kracht en het besef dat ik hulp mag vragen om de liefdevolle compassie naar mijzelf te mogen voelen. Een mooie ontdekking.

Door meer en meer in de stilte te zakken, worden mijn gedachten helderder en om dit gevoel kracht bij te zetten krijgen we de uitnodiging om hier bij stil te staan en te kijken naar de toekomst. Inmiddels schijnt de zon en ik besluit om naar buiten te gaan om mijn toekomstperspectief te schetsen. Te midden in de drukke stad, met het verkeer wat aan alle kanten voorbij rijdt, hoor ik de vogels hun mooiste lied fluiten en voel ik de zon op mijn gezicht. Ik ga zitten en vanuit het niets komt het volgende gedicht op papier:

De angst van wolvenogen
beperken mijn zicht
waardoor ik door mijn overtuigingen
ben gezwicht

Hulp durven vragen
omdat ik blijf hangen
in de angst van de wolvenogen
is het grootste verlangen

De kracht van liefde
opent mijn hart
waarmee ik mijn levensdoel
ben gestart

Zijn met alles wat er is
met liefdevolle compassie
zonder hart te werken, niet als een bezige bij
kan ik uiteindelijk zeggen
Zie….mij!

21-10-2017

Ik besluit dit gedicht voor te dragen voor de groep, maar daarbij durf ik niemand aan te kijken. Ik durf geen oogcontact te maken. Durf ik geen hulp te vragen? Ik weet het niet.

De dag loopt langzaam op zijn einde, en mijn innerlijke criticus heeft er genoeg van om langs de zijlijn alles gade te slaan en besluit op een slinkse manier nog even van zich te laten horen. De woorden van de trainster komen minder binnen en langzaam verdwijn ik in de stilte. Ik voel hoe ik steeds meer opgeslokt wordt in mijn binnenwereld. De angst die ik van binnen voel werkt verlammend en kan geen weerstand meer bieden aan de innerlijke criticus. Mijn lichaam spreekt zijn eigen taal door de opgehoopte spanning een uitweg te bieden door een pseudo-epileptische aanval.

Nadat de spanning uit mijn lichaam verdwenen is, kom ik langzaam weer in het hier en nu. Hoe snel de innerlijke criticus er was om mij te laten verdwijnen, hoe snel is hij ook weer verdwenen na afloop. Normaal gesproken voel ik mij (ten onrechte) schuldig over het feit dat mijn lichaam niet doet wat ik wil en ben emotioneel. Nu niet. Blijkbaar komt langzaam het stukje acceptatie dat mijn lichaam reageert zoals het reageert. En alles is goed. Zonder oordeel. Zonder hart voor mijzelf te zijn.

Dat is zelfliefde!

Angst voor het onbekende

fearLangzaam ben ik mijn tas aan het pakken voor de opname in het Colk morgen. Vroeger stond deze al een paar weken naast mijn bed, en nam ik altijd veel te veel mee. Nu probeer ik het tot het laatste moment uit te stellen. Het feit dat ik nog maar 1 nacht thuis slaap en morgennacht in een vreemd bed, op een vreemde locatie, met vreemde mensen beangstigd mij soms. Oh, nee…dat laatste is niet helemaal waar: we hebben allemaal een conversiestoornis. Misschien schept dat dan wel weer een band. 🙂

Gisteren had ik nog even mijn psychiater aan de telefoon, die aan mij vroeg waar ik nu zo bang voor ben. “Angst voor het onbekende”, antwoordde ik. Als ik langer over deze vraag nadenk, merk ik dat het wellicht niet zozeer angst voor het onbekende is. In het verleden heb ik regelmatig meerdaagse trainingen en cursussen gevolgd, waarvan ik niet wist wat mij precies te wachten stond. Ik merk dat er veel mensen die heel dicht bij mij staan, heel graag willen dat ik van mijn aanvallen afkom. Zelf wil ik dat ook heel graag, omdat het mij belemmert in mijn functioneren. Hoewel het paradoxale is, dat ik door de spanningsaanvallen wel in één klap van mijn spanning af ben. Helaas wel met alle gevolgen van dien….

Ik vergelijk dit bovenstaande met iemand die ‘anorexia nervosa’ heeft. Daartegen kun je ook niet zeggen dat die persoon ‘gewoon’ moet gaan eten. Het daadwerkelijke probleem zit veel dieper. Vaak op het gebied van zelfvertrouwen. In mijn geval is het ook niet zo ‘simpel’ om ervoor te zorgen dat ik geen aanvallen krijg. Bovendien werkt het bij mij als een boomerang-effect. Als ik de aanval uitstel door mij groter voor te doen, dan dat ik ben (en dat kan ik heel goed!), krijg ik later op de dag alsnog de deksel op mijn neus….

Ik probeer mij de laatste dagen rustig te houden door het ‘kleuren op nummer’. Kleurboeken voor volwassenen, worden ze genoemd. In eerste instantie zie je niet wat het moet gaan worden, en op het moment dat je geconcentreerd bezig ben op een klein detail, zie je het ook nog niet. Pas op het moment dat je er weer afstand van neemt, komt de afbeelding naar voren. Ik vind dit een mooie vergelijking met het proces van mijzelf: op het moment dat ik ergens op gefocust ben, overzie ik het geheel niet meer. Op het moment dat ik er getuige van ben, kan ik zien wat er zich afspeelt. Voor mij wordt het wellicht tijd om eens met wat afstand naar mijzelf te leren kijken. Als getuige…net als in een meditatie.

Af en toe voel ik de angst in mijn lichaam, mijn darmen laten van zich horen, mijn maag krimpt ineen, mijn schouders voelen gespannen en ik voel een brok in mijn keel. Het positieve is dat ik in ieder geval iets voel….maar het liefst wil ik vluchten voor deze gevoelens…..Dat laatste is mijn overlevingsmechanisme geworden. Het wordt tijd dat ik deze gevoelens onder ogen ga zien. En voelen…