Vallen en weer opstaan.

Het afgelokrachtpen weekend liep ik in mijn ‘weekendverlof’ tegen iets aan, waar ik geen rekening mee gehouden had. Want hoe leg je uit dat je opgenomen bent in een kliniek. Veel mensen kennen mij als een harde werker, doorzetter en iemand die voor anderen klaarstaat. Van huis uit heb de goedbedoelde spreekwoordelijke dooddoener meegekregen dat ‘van hard werken nog nooit iemand dood is gegaan’, dus wist eigenlijk niet beter.

Ik probeerde het simpel uit te leggen dat ik opgenomen ben vanwege mijn pseudo-epileptische aanvallen. “Heb je dan epilepsie?”, was de verontrustende vraag die ik terugkreeg. Nee, want in mijn hersenen vind er geen elektrische ontlading plaats die er wel is bij ‘gewone’ epilepsie. En ja, soms heb ik aanvallen die eruit zien als epilepsie. Dan kan ik gaan schudden en trillen, zoals bij een gewone epilepsie-aanval.

Als ik dat eenmaal uitgelegd heb komen er meestal andere vragen, welke ik soms moeilijk te beantwoorden vind. “Of ik nu pillen krijg.” Helaas bestaat er geen ‘simpel’ pilletje die de conversie-klachten genezen. “Hoe lang ik deze klachten al heb en hoe dat komt dat ik deze klachten heb.” Zelf heb ik wel een verklaringstheorie hierover; maar vind het lastig om tegen iedereen te vertellen dat mijn jeugdtrauma’s ten grondslag liggen aan mijn klachten. Hoewel ik wel merk dat de klachten die ik nu ervaar het verwerkingsproces van mijn trauma in de weg staat. Eigenlijk is het ‘een kip of het ei verhaal’

Thema’s als grenzen, luisteren naar mijn lichaam en uitspreken wat ik voel, vind ik confronterend om naar te kijken. Omdat ik door mijn trauma’s hier behoorlijk moeite mee heb, kom ik mijzelf vaak daarin tegen. Vooral het uitspreken van mijn gevoelens maakt mij angstig. Hoe vaak iemand ook zegt dat hij het beste met mij voorheeft en mij respecteert. In het verleden is er te vaak hier misbruik van gemaakt, waardoor ik erg terughoudend ben hierin. Na veel jaren begin ik mijzelf eindelijk een beetje te respecteren, dus voelt het nog te vroeg om iedereen te geloven.

Door de hersenspoeling die aan het misbruik vooraf ging, is het gedrag wat ik ging vertonen als het ware aangeleerd, omdat ik niets anders kon doen dan vluchten. Vluchten om maar niet te hoeven voelen. Dat dit uiteindelijk geresulteerd heeft in een mogelijke conversie-stoornis, had ik destijds nooit kunnen bedenken. Ik was alleen maar bezig met over-leven.

Inmiddels heb ik aan de lijve ondervonden dat het enige medicijn wat er voor conversie bestaat is keihard aan jezelf werken. Jezelf tegenkomen, soms (letterlijk) vallen en weer opstaan.