De kunst van nietsdoen

Inmiddels Niets doenheb ik mijn eerste weekendverlof gehad. Vol goede moed begon ik afgelopen vrijdagmiddag aan reis naar huis. Hoewel ik de term van ‘huis’ op dit moment niet echt kan definiëren. Op drie verschillende plekken heb ik een tandenborstel staan en liggen kleren van mij. Omdat autonomie voor mij een belangrijk plek in mijn leven in neemt, wilde ik wel heel graag op eigen gelegenheid met het openbaar vervoer naar ‘huis’. Dat dit een behoorlijke opgave bleek te zijn, merkte ik pas achteraf. Ik heb anderhalf uur over de reis gedaan, waarbij ik een aantal niet ingecalculeerde hobbels heb moeten nemen; Een bus die maar 1x per uur rijdt, waardoor ik 10 minuten naar het station moest lopen, een OV-chipkaart waarmee ik in eerste instantie niet kan inchecken, en de metro die niet verder reed, waardoor ik mijn schema weer moest omgooien.
Opgeteld met de irrationele gedachten die ik heb dat dat iedereen aan mij kan zien dat ik ‘opgenomen’ ben, kwam ik erg vermoeid aan op mijn bestemming en heb de middag nodig gehad om bij te slapen.

De volgende dag heb ik nog wat spulletjes gekocht om mijn verblijf op het Colk wat aangenamer te maken, waaronder een heerlijke reep Tony Chocolony’s chocolade! Je mag jezelf toch wel een beetje kietelen, nietwaar? In de middag heb ik wederom veel geslapen, mede omdat de pijn in mijn rug ook weer opspeelde. Uit het verleden weet ik dat mijn rug een zwakke plek is, en dat hij kan reageren op spanningsklachten.

De nacht van zaterdag op zondag heb ik in mijn eigen bed geslapen en heb zondag getracht gebruik te maken van het extra uurtje slaap vanwege de klok die op wintertijd werd gezet. Helaas stond mijn biologische klok nog niet gelijk. Later op de ochtend heb ik alsnog dat uurtje ingehaald. Door de pijn in mijn rug had ik spier-ontspanners ingenomen. Helaas hadden deze spierontspanners niet het effect dat ze fysiek ontspande, maar wel mentaal. Dat was op zich ook wel heel erg prettig, omdat het de laatste dagen vrij druk was in mijn hoofd.

Ik had in de middag een Talking Circle van Stichting Speak Now staan: een lotgenotenbijeenkomst voor mensen met een seksueel misbruikverleden. Ik ben daar al vaker naartoe geweest, en was blij dat het dit keer in Rotterdam was in plaats van Haarlem. Ook vond ik het prettig dat ik de mensen kenden die de Circle leidden. En dat zij mij kenden; ook met mijn aanvallen!

Er werd gesproken over grenzen, verwarring, nachtmerries en dromen. Thema’s die momenteel erg actueel zijn en welke ook terugkomen tijdens de gesprekken in het Colk. Hoewel ik merk dat ik nog heel erg terughoudend ben om over deze onderwerpen te praten en te delen wat er in mij leeft. Doordat ik het niet naar buiten breng, keert het zich tegen mij en ben ik eigenlijk dus bezig met zelfdestructief gedrag.

De ‘Colkse’ visie die ze hier hanteren, zeker in de O&D groep is vertraging. Toen ik vorige week een blik op het rooster wierp, was meteen mijn gedachte: “Wat moet ik in de tussentijd dan doen?”, omdat er na elk onderdeel vaak een pauzemoment is ingelast. Inmiddels ben ik daar achter langzaam achter aan het komen. Door de groepsgesprekken word ik uitgenodigd om meer over mijzelf te vertellen, dan dat ik daadwerkelijk laat zien. Ik ben ook heel goed geworden om dat te verhullen, hoewel mijn lichaam zich nu wel van zich laat horen; door letterlijk uit te vallen. Gelukkig hanteren ze hier ook diverse zelfobservatie-momenten zoals de dagopening en dagsluiting, wordt er letterlijk stilgestaan bij hoe ik mij nu voel…en ik voel mij erg moe.

Ik vind het heel lastig om te accepteren dat ik mij zo enorm moe voel, zeg maar uitgeput. Hoewel ik het verstandelijk wel kan beredeneren, heb ik er moeite mee om het er te laten zijn. Naast het feit dat ik een absolute hekel heb aan het woord ‘acceptatie’ Het frustreert mij enorm dat mijn lichaam niet doet wat ik wil. Mijn les hierin is blijkbaar om mij over te geven aan dat wat is. En als dat is dat ik mij moe voel en daardoor ‘niets’ kan doen, is voor mij hard werken.